Na herkenning volgt schoonheid

James Farm. Gehoord: 30/5 LantarenVenster, Rotterdam ****

James Farm wordt nadrukkelijk níet als de band van Joshua Redman gepresenteerd. Maar vanaf de eerste noot van in dit gelijkwaardige collectief voel je: de Amerikaanse saxofonist is er beslist leidend in.

Werd Redman twintig jaar terug zelf nog omarmd als grote jazzbelofte (zo won hij de prestigieuze Thelonious Monk Award), nu speelt en componeert hij - inmiddels vele succesalbums en groepen verder - met groot talent van een jazzgeneratie na hem: pianist Aaron Parks. Daarnaast wordt hij in James Farm gesteund door een ritmesectie van bassist Matt Penman en drummer Eric Harland. Ze speelden al samen in de SF Jazz Collective, een verzameling exceptionele jazzmusici met Redman als artistiek leider.

De composities op het net verschenen album James Farm komen van alle vier musici. Gedeeld wordt een gevoel voor songstructuur, een hybride melodische textuur en grooves. Ze begieten ze met eigentijdse invloeden in moderne jazzcomposities. Aan smaak en vakmanschap geen gebrek. Het aantrekkelijke van een nieuwe band op tournee is echter vooral zijn gepassioneerde spel. Het móet eruit. Zeker wanneer de bekende vonk overspringt – de herkenning, dan openbaart zich schoonheid.

James Farm had de hele avond een vloeibare sound. Makkelijk, strak afgelijnd, maar nooit simpel. Gedreven, in elkaar hakend, zoals in de smakelijk bewegelijke Redman compositie Polliwog of de hypnotiserende popwals Chronos. Joshua Redman vond zijn vrijheid als altijd in een vol groepsgeluid. Dat jaagt hem op, en dan laat hij zijn saxofoon uitschieten.

Fel klonken ook de met rock aangezette drums. De bas had meer klasse; dikke elastische noten die zwierden. Pianist Parks imponeerde met zijn mooie poëtische bundel aan harmonische ideeën. Het leverde levendige en urgente jazz op.