Mijn vrouw zegde haar baan op

De 41-jarige Rob Hansen heeft vanaf zijn geboorte een spierziekte waardoor hij volledig afhankelijk is van anderen. Hij zit in een rolstoel en heeft de hele dag hulp nodig. Hij woont met zijn eveneens gehandicapte vrouw Iemke in Enschede. Zij heeft ook een spierziekte, maar is, anders dan hij, alleen aan haar onderlijf gehandicapt. Ze kan haar man daardoor nog helpen. Ze brengt hem naar bed, smeert zijn brood en vervoert hem overal naartoe, omdat zij auto kan rijden.

Samen hebben zij een persoonsgebonden budget van 90.000 euro per jaar. Van dat bedrag betalen ze een soort salaris aan Iemke van 10.000 euro. Zij gaf haar baan bij de Sociale Verzekeringsbank in 2006 op om voor haar man te zorgen. De overige 80.000 euro gaat naar hulpverleners in de buurt. Als Hansen naar de wc moet of zijn jas aan wil trekken om ergens heen te gaan, belt hij deze buurtgenoten op en komen ze meteen. „Deze hulp op afroep bieden thuiszorginstellingen niet”, zegt Hansen. „Of ze komen pas na een uur en dan heb ik al in mijn broek geplast. Zorg die zij bieden is daarom slechter en ook nog duurder, want de thuiszorginstelling moet er ook zelf iets aan over houden.”

Zijn vrouw Iemke schakelt ook hulpverleners in als zij bijvoorbeeld haar schoenen aan moet trekken. Dat kan zij niet zelf.

Volgens Hansen zijn de bezuinigingen op het pgb niet alleen funest voor zieken en gehandicapten, maar ook voor de werknemers. Vele duizenden mensen verliezen volgens hem hun werk als het kabinet het mes zet in het pgb. Rob Hansen heeft zelf een bemiddelingsbureau voor mensen met een pgb. Hij helpt ze met de administratie en verdient daar naar eigen zeggen het minimumloon voor. „Ik ga dat allemaal verliezen.”