Loflied op de Nederlandse infrastructuur

De timing had niet beter gekund. Net nu staatssecretaris Halbe Zijlstra van Cultuur deze maand bekend gaat maken hoe hard en waar precies hij zal gaan bezuinigen op de kunstsector, worden op de Biënnale in Venetië de zegeningen van diezelfde culturele infrastructuur gevierd. De tentoonstelling in het Nederlandse paviljoen, dit jaar samengesteld door curator Guus Beumer, wil laten zien wat voor uniek systeem er in de afgelopen decennia in Nederland is ontwikkeld: een weefsel van kunstenaars, opleidingen, fondsen, musea en presentatieplekken die onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn.

Opera Aperta / Loose Work, zoals de presentatie heet, is waarschijnlijk de meest interdisciplinaire expositie die ooit in het Nederlands paviljoen gehouden is – een Gesamtkunstwerk waaraan onder meer een fotograaf (Johannes Schwartz), een componist (Yannis Kyriakides), een toneelschrijver (Sanneke van Hassel), een beeldend kunstenaar (Barbara Visser), een grafisch vormgever (Maureen Mooren) en diverse critici hebben bijgedragen. Toen Beumer een jaar geleden werd aangesteld, wist hij natuurlijk nog niet hoe desastreus de kunstbezuinigingen zouden uitpakken. Het was nooit zijn bedoeling, vertelt hij op de eerste voorbezichtigingsdag van de biënnale, om een politiek statement te maken. Maar door de actualiteit heeft de tentoonstelling volgens Beumer opeens „een waanzinnige symboliek” gekregen.

Opera Aperta is een tentoonstelling in de vorm van een theater. Bij binnenkomst van het door Rietveld ontworpen paviljoen stuit je direct op een groot spiegelend podium, waarboven een houten loopbrug gebouwd is. Bezoekers die zich daarop begeven, worden dus automatisch onderdeel van het decor. Aan weerskanten bevinden zich houten coulissen, waarop grote foto’s zijn aangebracht. En tegen de achterwand prijkt een wandschildering van een gapend wit gat in een verder grijsgroen vlak: een reconstructie van de leegte die in het Rijksmuseum achterbleef toen de Nachtwacht daar van zijn vaste plek werd gehaald.

Bezoekers krijgen bij de ingang een plattegrond met nummertjes die naar de bijdragen van de verschillende kunstenaars verwijzen. Toch is niet altijd helemaal duidelijk waar een kunstwerk eindigt en het volgende begint. De werken „vreten elkaar op”, aldus Beumer. Je kunt de bijdragen eigenlijk niet los van elkaar zien, ze zijn gemaakt door een collectief van creatievelingen die het afgelopen jaar op verzoek van Beumer iedere maandag bij elkaar kwamen om te brainstormen. De tientallen boeken die ze gezamenlijk lazen, staan nu als decorstukken op het podium. Ze vormen het notenapparaat van dit ruimtelijke essay.

Om meerdere redenen is Opera Aperta een gewaagde onderneming. Voor kunstenaars is de Biënnale van Venetië een van de belangrijkste platforms om zich te presenteren, omdat iedereen die in de kunstwereld iets betekent er naartoe komt. Het is een evenement waar sterren gemaakt en statussen bevestigd worden. Om jezelf dan zo nadrukkelijk als collectief te presenteren en dus je eigen auteurschap op te offeren, is op zijn minst een opmerkelijk gebaar.

Daarnaast is het de vraag of de gehaaste biënnalebezoeker de diepere betekenissen die achter dit werk schuilgaan wel in één oogopslag kan bevatten. Die zal vooral een strak vormgegeven, architectonische ingreep zien. Terwijl er tussen de coulissen van dit theaterstuk nog zoveel meer aan referentiemateriaal te ontdekken valt. Feitelijk is Opera Aperta één grote metafoor, waarbij het gemis van de Nachtwacht symbool kan staan voor het ontbreken van onze nationale trots, en een tekstbord van een soufleur kan verwijzen naar het politieke debat, waarin iedereen elkaar napraat. Misschien is Opera Aperta wel iets té intellectueel voor een spektakelshow als de biënnale. Het risico van een tentoonstelling die zo gelaagd is, is dat hij topzwaar wordt.

Illustratief is in dat opzicht een video die Joke Robaard in een hoek van het paviljoen laat zien. Daarin praten een filosoof, een architect, een kunsthistoricus en een wever over wat je moet doen als er een weeffout in je systeem zit. Het komt erop neer dat als er eenmaal een gat in je weefsel zit, dat heel moeilijk te herstellen is.

Uiteraard wordt hier in overdrachtelijke zin gesproken over de onherstelbare hap die door de bezuinigingen uit de kunstsector wordt genomen. Maar het is zeer de vraag of die boodschap bij de staatssecretaris zal aankomen.

Sandra Smallenburg

Biënnale van Venetië, 4 juni t/m 27 nov op diverse locaties in Venetië. Inl:labienale.org en venicebiennale.nl