Komkommer was al jaren zorgenkind

De glastuinbouw heeft grote investeringen gedaan in technologie en is steeds verder gespecialiseerd. Dat maakt bedrijven kwetsbaar voor calamiteiten als de huidige komkommercrisis.

Rotterdam. - Er is nog geen enkele besmette komkommer gevonden in Nederland. En hoogstwaarschijnlijk zal er ook geen enkele besmette komkommer worden gevonden in de tests die het Productschap Tuinbouw blijft uitvoeren. De besmetting met de EHEC-bacterie is niet planteigen en wordt overgedragen via dieren of mensen. In de high-tech Nederlandse glastuinbouw is de mens waar mogelijk vervangen door geautomatiseerde systemen die plukken en sorteren. Er komt nauwelijks meer een mensenhand aan te pas.

Maar met die wetenschap is het consumentenvertrouwen in Duitsland nog niet hersteld. Zolang de ware besmettingsbron niet is gevonden, blijft alles verdacht en zal geen enkele Duitse ondernemer risico nemen met een lading Nederlandse komkommers. Of Spaanse, waarvoor hetzelfde geldt: er is nog niks gevonden, maar de verdenking blijft.

Voor de 280 bedrijven waar in Nederland komkommers worden geteeld kan de kopersstop een regelrechte ramp worden als het langer gaat duren, stelt Nico de Groot van het Landbouw Economisch Instituut. „De komkommersector scheert al een aantal jaren langs de afgrond met een lagere rentabiliteit dan andere gewassen. Er was net in 2010 een broos herstel ingetreden. Als dit voortduurt zal een flink aantal bedrijven in de afgrond vallen.”

Een woordvoerder van de Rabobank, de grootste financier in de glastuinbouw, spreekt van een „calamiteit”. „We hebben gisteren speciaal overleg gehad met de banken die veel tuinders in hun portefeuille hebben. We zijn nu in kaart aan het brengen hoeveel bedrijven problemen hebben. Er zijn ook glastuinbouwbedrijven die er beter mee kunnen omgaan. Prijsfluctuaties komen natuurlijk veel vaker voor.”

De Rabobank heeft al eerder maatregelen moeten nemen om de bedrijven te helpen, legt de woordvoerder uit. De komkommerteelt heeft de afgelopen jaren, meer nog dan de flexibelere tomaten- en paprikateelt, te kampen gehad met hoge energieprijzen, lastige export en de kredietcrisis. „En nu is er zoiets ongrijpbaars, waardoor de komkommerexport volledig stil is komen te liggen. We willen de bedrijven helpen die daardoor in de problemen zijn geraakt, maar in de kern gezond zijn.”

Dat kan, volgens de woordvoerder, op allerlei manieren. „Uitstel van rente en aflossing. Sommige bedrijven hebben extra krediet nodig om het loon van werknemers te betalen nu er geen geld binnenkomt. Anderen hebben net een uitbreiding achter de rug en hebben geen buffer om dit op te vangen. In totaal hebben wij voor rond de 3 miljard aan financieringen uitstaan in de glastuinbouw. Het zijn vaak bedrijven die al tientallen jaren klant bij ons zijn.”

De glastuinbouw heeft de afgelopen twintig jaar een stormachtige ontwikkeling doorgemaakt. Bedrijven van twee tot drie hectare waar tomaten, komkommers en paprika’s werden geteeld groeiden uit tot bedrijven van minimaal van tien of meer hectare waar alles gericht is op de teelt van één product: tomaten, paprika, óf komkommer. De kleinere bedrijven zijn vaak overgeschakeld op bloemen en potplanten.

Door schaalvergroting, keuze voor één product en intensivering van de teelt kunnen de glastuinders volgens landbouweconoom De Groot producten maken die de toenemende concurrentie op de Europese markt aankunnen. Daar zijn Spanje en Polen geduchte tegenstanders geworden. Bovendien krijgt de glastuinbouw steeds meer te maken met concurrentie uit Turkije.

De concurrentie is groot en de marges zijn klein. Maar dankzij grote investeringen kan Nederland volgens De Groot producten leveren die zowel qua kwaliteit als voedselveiligheid en duurzaamheid een grote voorsprong hebben op de producten uit Spanje en Turkije. Dankzij een tracing- en trackingsysteem kan van iedere komkommer tot op de minuut worden aangegeven waar hij heeft gehangen en wat ermee is gebeurd. Daarmee is Nederland de concurrentie ver voor.

In de glastuinbouw is inmiddels per hectare gemiddeld 2 miljoen euro geïnvesteerd. Een gemiddeld bedrijf van tien hectare heeft dus 20 miljoen geïnvesteerd. Ruim driekwart daarvan wordt door de banken gefinancierd, zegt De Groot.

Het geld zit in grond, maar ook in zuinige watersystemen. In warmtekoppelingen die het rendement van de gasverwarming in de kassen verhogen. In gerobotiseerde oogstsystemen. In machines die op kleur sorteren. En dat alles gericht op de grootschalige teelt van één product waarmee de Nederlandse glastuinders de globalisering trotseren.

In deze high-tech tuinbouw is de productieketen wel steeds strakker komen te staan. Tuinbouwers, groothandelaren en banken zijn sterk afhankelijk van elkaar geworden. Als de een omvalt, verliest de ander geld. En met name in de komkommerteelt is de flexibiliteit gering. Een tuinder die komkommers verbouwt kan niet zomaar overschakelen op tomaten. Bovendien is de komkommer al twintig jaar nauwelijks veranderd: er is geen diversiteit zoals bij tomaten en paprika’s.

Nadat de Nederlandse tomaat aan het begin van de jaren negentig door de Duitsers waren afgedaan als ‘Wasserbombe’, heeft de sector een keur van nieuwe producten ontwikkeld, van ‘snoeptomaatje’ tot ‘tasty tom’. Ook de paprika heeft zich in allerlei kleuren en richtingen ontwikkeld. Deze twee zijn nu de belangrijkste exportproducten van de Nederlandse glastuinbouw.

Maar ook deze producten krijgen mogelijk te maken met een wegvallende export naar Duitsland, als de bron van de besmetting met de EHEC-bacterie niet snel gevonden wordt. De Rabobank wijst erop dat er al is opgeroepen om ook de tomaat, sla en paprika te laten staan.