Klassieke en doodenge horror

Insidious. Regie: James Wan. Met: Patrick Wilson, Rose Byrne. In: 32 bioscopen.

Als je weet dat Insidious een film is van het team achter de martelporno van Saw deel één tot en met zoveel, dan doet deze kruising tussen The Exorcist én Poltergeist én Haunted House én The Omen geruststellend klassiek aan.

Alles zit er in: een spookhuis, een eng kind, op hol geslagen speelgoed, vreemde verschijningen en andere astrale zaken, kortom zo’n beetje alles tussen hemel en aarde wat het genre de moeite waard maakt. De film is een optelsom met de juiste uitkomst. Want Insidious is eng. Doodeng.

Niet door een overdaad aan gruweleffecten, zoals de Saw-films, maar door al die krakende vloeren, gezichten achter het raam, zooms en rijders die horrorfilmmakers ooit hebben bedacht om juist níet alles te laten zien.

Het begint allemaal vrij gewoon. Met een stel in een buitenwijk en een kind in coma - wat eigenlijk weer tamelijk ongewoon is. Als hun huis behekst raakt, doen ze wat men in horrorfilms juist niet doet: ervandoor gaan. En dan komt alsnog de hele onderwereld boven. Daar helpt geen ghost buster of andere paranormaal begaafde spokenjager aan.

Gezien het feit dat Insidious werd gemaakt voor een uiterst bescheiden budget van 1,5 miljoen dollar, maar tegen de 70 miljoen ophaalde, is het geen verrassing dat er inmiddels wordt gesproken over een tweede deel.

Nooit gedacht dat een schattig liedje als Tiptoe Throught the Tulips van de midden jaren negentig overleden falsetzanger Tiny Tim met zijn ukelele zo naar en sadistisch kon klinken. Dus. Nooit in het donker naar het raam sluipen als daar iemand een liedje staat te zingen.