Kan een vertaling beter zijn dan het origineel?

Elke woensdag een filosofisch dilemma naar aanleiding van de actualiteit.

Vandaag: is de betekenis van een tekst afhankelijk van hoe de lezer de tekst interpreteert?

Ik kan me de magie nog goed herinneren van de eerste keer dat ik tijdens onze zomervakanties in Frankrijk zelf een ijsje mocht bestellen, in het Frans. Mijn vader en moeder oefenden met mij aan het terrastafeltje twee zinnetjes en nadat mijn uitspraak was goedgekeurd rende ik naar de bar, de toverformules in mijn hoofd repeterend – uun boel de kuhllass sievoeplèh.... frèse sievoeplèh. Zonder dat ik wist wat de klanken betekenden, dook de kale barman met zijn grijze snor zwijgend in de ijsvitrine om weer boven te komen met een hoorntje en een bolletje roze ijs. Het werkte! Op mijn tenen schoof ik het afgepaste Franse muntgeld over de toonbank en nam het ijsje aan. Zo ongeveer moet het ook voelen wanneer Nederlandse schrijvers hun eigen werk in een Chinese vertaling terugzien. Je hebt geen idee wat er staat, maar je krijgt er wel mooi de royalty’s van overgemaakt.

„Mijn boek is een succes in Taiwan, China en Slovenië. Ik heb er persconferenties gegeven, en vragen beantwoord. Kreeg de indruk dat het verhaal dat zij hadden gelezen behoorlijk overeenkwam met wat ik heb geschreven. Maar zeker weten doe je het niet.” Schrijver Raymond van de Klundert (beter bekend als Kluun) reageert in de Volkskrant van 16 mei op de commotie rond de Chinese vertaling van zijn debuut en bestseller Komt een vrouw bij de dokter (2003). In deze vertaling uit 2009 is ‘lekker wijf’ vertaald als ‘leuk meisje’, zijn de vele expliciete vrijscènes afgezwakt, en „de ‘lul’ die in de Nederlandse versie een prominente rol speelt, is in de Chinese versie zelfs helemaal verdwenen.”, aldus de Volkskrant. Kluun is gelaten over de censuur. „Er gebeurt wel meer waar je geen invloed op hebt als je boek eenmaal wordt vertaald. Komt een vrouw bij de dokter heeft een titel als de eerste zin van een mop. [...] Maar in het Engels heet mijn boek Love Life, en in het Duits is het Mitten ins Gesicht geworden. Daar heb ik ook niet tegen geprotesteerd.”

Al is het veranderen van een titel van een andere orde, dan het kuisen van een boek waarin seks het dragende thema is (zoiets als het uitgeven van de Kamasutra zonder plaatjes), het gedoe rond deze Chinese vertaling toont wel onverwacht helder hoe weinig invloed een auteur heeft op de vertaling van zijn werk. Dit geldt natuurlijk niet alleen voor Kluun („zeker weten doe je het niet”), het is de onmacht van iedere schrijver. Ook als er geen enkel woord Chinees bij is.

Vertalen is niet eenvoudig alle Nederlandse woorden vervangen voor de buitenlandse synoniemen ervan. Dat zou je ook aan een computer kunnen overlaten. Bij veel gebruiksaanwijzingen gebeurt dat overigens allang, maar daar is dan ook meestal geen woord literatuur bij – ter illustratie een passage uit de gebruiksaanwijzing van onze Bosch stofzuiger: „De verpakking beschermt de staubzuiger tegen gedurende beschadigingen hets verhaardigt mit het transport.”

Het vertalen van een tekst, zeker van een literaire tekst, vraagt behalve kennis van de brontaal (de taal van het origineel) vooral veel kennis van de doeltaal en de bijbehorende cultuur. Want vertalen is geen verplaatsen van letters, maar het overbrengen van de geest van een tekst. En die geest kan in het nieuwe lichaam van de vreemde taal alleen tot leven komen, als deze daarin ook de nieuwe vreemde lezer aanspreekt.

Als we de Chinese vertaling van Komt een vrouw bij de dokter als voorbeeld nemen, zou je tegen alle ophef over de censuur in kunnen inbrengen dat een land met zo’n andere seksuele moraal wel een gekuiste versie nodig heeft om de geest van het origineel over te brengen. De Chinese lezer zou zo geschokt kunnen zijn, dat hij meent grensverleggende literatuur of anders harde porno in handen te hebben, terwijl de Nederlandse lezer het gewoon een lekker leesboek vindt. Ik zeg ‘zou kunnen’, omdat mijn kennis van de Chinese cultuur niet veel verder reikt dan ‘sambal bij?’, en van Kluuns leesvoer weet ik alleen van horen zeggen dat het aan de hete kant wordt opgediend.

Hoe het ook zij, de schimmige grens tussen kuisen en vertalen toont de betrekkelijkheid van de authenticiteit van een tekst. De andere cultuur die schuilgaat achter een vreemde taal en de andere grammaticale en semantische mogelijkheden ervan, dwingen een vertaler tot kleine en soms grotere aanpassingen van de inhoud van het origineel, en daarmee strikt genomen tot aanpassing van het origineel. Heeft dat als uiterste consequentie dat iedere tekst eigenlijk onvertaalbaar is?

Vast niet, maar waar liggen dan de grenzen van een vertaling? Zijn die terug te vinden in het origineel? Als de betekenis van een tekst pas tot stand komt met het lezen ervan, kan de betekenis dus ook al niet exclusief in het origineel aanwezig zijn.

Maar wie of wat bepaalt hoeveel de betekenis kan worden opgerekt, gewijzigd of aangevuld, zonder dat het compleet ander proza is geworden? Gaat de auteur hierover? Dat is duidelijk niet het geval bij de Chinese Er komt een vrouw bij de dokter. Maar natuurlijk ook niet bij de Nederlandse versie. Want ook het origineel wordt nooit maar op één manier begrepen en gelezen. Wat een tekst betekent is afhankelijk van hoe deze wordt geïnterpreteerd. Het oordeel van de lezer beïnvloedt de betekenis van het origineel.

Dat verklaart misschien ook wel waarom Kluun in zijn reactie in de Volkskrant minder geraakt blijkt door censuur dan door de beslissing van het Nederlandse Letterenfonds om hem niet toe te voegen aan de delegatie Nederlandse schrijvers die eind augustus China bezoekt, als gastland op een van de grootste boekbeurzen ter wereld in Beijing. „Directeur Pröpper heeft laten weten dat mijn boek niet literair genoeg is. Dat vind ik beduidend bedroevender dan dat de Chinees die mijn boek leest de woorden neuken, lul en porno moet missen.” Kluun is blijkbaar gebaat bij een andere duiding van zijn werk. De schrijver Ernest van der Kwast persifleerde Kluuns reactie in zijn dagelijkse schijngesprekken op nrc.nl: „Het steekt eerlijk gezegd wel dat de Chinese versie ook niet als literatuur wordt gezien”, laat hij Kluun zeggen. „Maar misschien biedt de Noord-Koreaanse vertaling hoop. [...] Die schijnt in helemaal niets met het origineel overeen te komen.”

Hoe grappig de suggestie van Van der Kwast ook is, zijn absurdisme impliceert een taalopvatting waarbij het origineel geldt als laatste toetssteen voor de juistheid van de vertaling.

Dat lijkt misschien logisch, want het origineel is er immers eerst. Maar volgens de Duitse filosoof Walter Benjamin is dat een misvatting over hoe taal betekenis krijgt. Niet het origineel, maar de betekenis komt eerst. Iedere taal is in zijn ogen slechts een gemankeerd medium, dat een betekenis onvolledig overbrengt. Zou taal volledig zijn, dan zouden woorden identiek zijn aan dingen – gelijk het paradijs, schrijft Benjamin. Dus ook een origineel schiet al tekort in het uitdrukken van wat het wil zeggen, evenveel als een vertaling dat doet. Benjamin maakt ons er van bewust dat het op zichzelf al een wonder is dat we begrijpen dat woorden dingen aanduiden. Zo is iedere taaluiting even magisch als het bestellen van een ijsje in een onbekende taal.