Kamer wil kabinet niet oproepen tot steun mensenrechten

Moet het kabinet zich „blijven inzetten voor de mensenrechten conform [zijn] verplichtingen die voortvloeien uit het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens en de jurisprudentie van het Europese Hof voor de Rechten van de Mens”? Nee. De Tweede Kamer stemde gisteren althans tegen een motie van D66-Kamerlid Gerard Schouw die het kabinet hiertoe oproept.

VVD, PVV, CDA en de SGP waren tegen. Maar hun tegenstem ligt eerder aan de overwegingen van de motie dan aan de oproep aan het kabinet. De motie noemt het namelijk „onjuist en niet passend” dat de Nederlandse regering kritiek uit op het Europees Mensenrechtenhof. Dat zou haar eigen gezag ondermijnen door „uitspraken te doen over zaken die slechts op perifere wijze verband houden met mensenrechten”, schreef het kabinet in een eerdere notitie.

De motie van D66 bevatte dus kritiek op een kabinetsstandpunt die VVD en CDA niet willen onderschrijven. Dat geldt ook voor gedoogpartijen PVV en SGP.

Dat D66’er Schouw de Kamerleden van deze partijen in verlegenheid wilde brengen, blijkt uit het feit dat hij om een hoofdelijke stemming vroeg. Pikant detail is dat een motie met dezelfde tekst half april in de Eerste Kamer is ingediend door een CDA-senator en daar met grote meerderheid werd aangenomen. Alleen de VVD stemde daar tegen. SGP en CDA stemden voor.

Het Europees mensenrechtenverdrag, waarover jarenlang politieke consensus bestond, is de afgelopen maanden steeds meer het onderwerp van discussie. De coalitiepartijen VVD en CDA en gedoogpartner PVV zien het EVRM als een sta-in-de-weg voor het immigratie- en asielbeleid dat het kabinet voor ogen staat. Ook het beperken van de arbeidsmigratie en de uitkeringsrechten van geëmigreerde ingezetenen loopt mogelijk tegen beperkingen van het mensenrechtenverdrag op.