Iedereen z'n eigen agenda

De helpers van Griekenland liggen met elkaar overhoop over meer leningen.

De ECB en Duitsland ruziën over herstructurering van de Griekse staatsschuld.

Steeds als Griekenland een portie van de leningen moet krijgen die het vorig jaar toegezegd kreeg, is er controverse. Ook nu. Deels komt dat doordat de Griekse regering haar huiswerk niet af heeft, en deels omdat eurolanden, ECB en IMF ruzie maken over hun eigen strategie in deze schuldencrisis. Maar ook ditmaal ziet het ernaar uit dat de leningen er komen. Waarschijnlijk zelfs éxtra leningen. „Er is geen alternatief”, zegt een bron.

Eind juni moeten eurolanden en IMF 12 miljard euro overmaken aan Griekenland. Dat is de vijfde portie van de 110 miljard die het land toegezegd kreeg, toen het zijn schulden niet kon afbetalen. In ruil voor deze leningen (met hoge rentes), moet Griekenland fiks bezuinigen en hervormen. Voor uitbetaling van elke portie gaan functionarissen van IMF, ECB en Europese Commissie – de trojka – naar Athene om te bepalen of het land zich aan de afspraak houdt. De eerste controverse draait hierom.

Twee weken geleden arriveerde de trojka in Athene, morgen rondt zij het werk af. Conclusie: Griekenland ligt vóór op schema bij het snijden in overheidsuitgaven, maar achter bij het genereren van meer inkomsten. Dat laatste komt vooral doordat de privatisering van staatsbedrijven en andere staatseigendommen niet van de grond komt. Tot 2015 moet dit de Griekse schatkist 50 miljard euro opleveren. Maar staatsbezit drijft op politiek cliëntelisme. Zo voortvarend als de socialistische premier George Papandreou de belastingdienst hervormde, zo huiverig is hij voor privatisering. Vakbonden verzetten zich, sommige ministers dwarsbomen het. Papandreou, die volgens peilingen nog op een meerderheid kan rekenen, vreest dat dit hem de politieke kop kost. Maar de trojka zegt dat hij nu zijn leningen niet verdient.

Achter de schermen is meer begrip voor Griekenland dan politici in noordelijke landen doen geloven. Europese ministers erkennen dat ze in 2010 te optimistisch waren bij het berekenen van de leningen voor Griekenland. Bezuinigingen en hervormingen lopen drie jaar, leningen maar twee. Velen beamen dat Papandreou veel doet, en dat snijden economische groei remt. Dat de belangrijkste spelers in het Griekenland-drama – de ECB en Duitsland – openlijk ruziën over herstructurering van Griekse schuld maakt economisch herstel extra lastig: beleggers halen hun euro’s het land uit en investeren in veiliger oorden als Nederland en Duitsland. Gevolg is dat Griekenland, dat zwijgt in deze discussie, meer rente betaalt op staatsleningen.

Anders dan in Frankrijk of België – waar geen discussie is over leningen aan Griekenland – heeft de publieke opinie in Duitsland, Finland en Nederland weinig oog voor deze nuances. Noordelijke landen zijn keihard over Griekse privatisering: het moet nú, zei minister Jan Kees de Jager onlangs, „anders doen wij het. Wij hebben ook een publieke opinie”. Anders, zei hij, komen er geen nieuwe leningen eind juni. Eurogroep-voorzitter Jean-Claude Juncker was al bezig met het idee om een onafhankelijke trust op die privatisering te zetten. Griekenland is niet tegen, maar wil een vinger in de pap houden. Uitverkoop van staatsbezit ligt gevoelig, nu Duitse kranten voorstellen om eilanden en de Acropolis te verpatsen.

Veel eurolanden tonen begrip voor het handhaven van enige Griekse soevereiniteit. Maar de kwestie ligt nu op straat, iedereen zit in zijn hoge boom en zo houden de privatiseringen verdere leningen tegen. De tijd dringt: in juli moet Athene ruim 10 miljard aan schuldeisers betalen. Intussen zwaait het IMF met een oude huisregel: als de co-financier afhaakt, mag IMF-geld niet worden overgemaakt.

Zo wordt elk stapje in de procedure om Griekenland en de euro te redden, een politiek evenement. Zeventien landen en een paar organisaties zitten aan de knoppen. Ieder heeft agenda’s. Die botsen. Dat blijft tot vertraging leiden. Griekenland heeft extra leningen nodig om zijn schulden af te betalen. Maar hoe moet dat worden aangepakt?

Duitsland wil de Griekse schuld deels kwijtschelden, óók die aan particuliere beleggers. Duitse parlementariërs vinden dat banken genoeg noodhulp hebben gehad, en maar eens moeten meebetalen. De ECB, die zowat 50 miljard aan Griekse schuld heeft opgezogen, is hier fel tegen: zij zou dan enorme verliezen lijden. ECB-voorzitter Jean-Claude Trichet wil niet met de bedelnap langs nationale banken, voor hij in oktober afzwaait. Hij dreigt de financiering aan Griekse banken te stoppen als er toch herstructurering komt. Die banken gaan dan failliet. Duitsland voelt zich gechanteerd door de ECB, die altijd aan de kant van de overheden stond en nu die van de banken kiest.

Deze discussie is afgelopen weken geëscaleerd. De Grieken betalen er een hoge prijs voor: rentes op staatsleningen stijgen, beleggers mijden het land. Hoge Europese functionarissen bemiddelen nu om iedereen, zoals een hunner zegt, „tot rede te brengen”. Dat lijkt te lukken: een trust komt er wel, linksom of rechtsom, en schuldeisers zal na het aflopen van leningen worden gevraagd hun euro’s opnieuw in Griekenland te steken. Ministers komen nog tweemaal bijeen voor regeringsleiders eind juni de knoop doorhakken. Als boekhouders of techneuten dit proces zouden sturen en niet politici, verzuchtte een betrokkene gisteren in Brussel, zou alles een stuk soepeler verlopen.