Ieder brengt zijn eigen littekens mee naar de poort

Er staan nauwelijks toevallige bezoekers voor de poort in Scheveningen. Daders, slachtoffers en getuigen zijn gekomen met een reden.

Een familie van Bosnische afkomst bij de gevangenis in Scheveningen wordt belaagd door de pers. De journalisten hebben eindelijk een verhaal te noteren, de mogelijkheid om een foto te maken. Want het wachten op de Servische oud-generaal Ratko Mladic duurt lang. De journalisten zijn hier, gistermiddag, al uren, sommigen dagen, zonder dat iets noemenswaardigs is gebeurd.

Taja Ahmetovic (24) is achttien jaar geleden met haar familie naar Nederland gevlucht. De moslima vertelt dat ze in de oorlog neven en ooms heeft verloren. Ahmetovic heeft de oude – witte – vlag van Bosnië om zich heen geslagen, de zus van haar man de nieuwe blauwe. Ze hopen dat Mladic de vlaggen ziet als hij met de helikopter aan komt vliegen. Zestien jaar is lang, maar het is niet te laat voor gerechtigheid, vindt Ahmetovic.

Even verderop rolt een groepje mannen Servische vlaggen uit. Zij komen Ratko Mladic hun eer bewijzen, zo blijkt. Ahmetovic en haar familie laat het onverschillig. „Dat moeten ze zelf weten, iedereen heeft recht op zijn mening”, zegt haar man.

De mannen met de Servische vlaggen storen zich niet aan de aanwezigheid van de Bosniërs. „Er zijn gelukkig geen conflicten meer en iedereen mag vinden wat hij vindt”, zegt de 44-jarige Milo, die al veertig jaar in Nederland woont. Hij wil niet met zijn achternaam in de krant, omdat hij in de oorlog als vrijwilliger heeft gediend. „Dat geeft problemen”, zegt Milo.

„Ik heb met eigen ogen gezien hoe Bosniërs in Servische dorpen tekeer gingen. Mladic is de redder van het Servische volk in Bosnië, zonder hem hadden mijn vrouw en haar familie niet meer geleefd.” Hij noemt de moord op duizenden Bosnische moslims in Srebrenica een „vergelding”. Milo wil het niet goedpraten, maar wijst er wel op dat mensen veranderen in een oorlog. „Ze worden beesten.” Of hij zelf ook een beest werd? „Nou, ik heb wel geschoten.”

Henry van den Belt (42), een voormalige Dutchbatter uit Doetinchem, is onaangenaam getroffen door de Servische vlaggen. „Het getuigt van weinig respect. Ze zijn hier om te provoceren. Ze weten verdomd goed wat daar is gebeurd”, zegt Van den Belt. Hij was eigenlijk van plan niet naar Scheveningen te reizen, maar toen hij hoorde dat Mladic zou komen vroeg hij vrij van zijn baas. „Ik kreeg pijn in mijn buik en zweethanden. Ik zou voor altijd spijt houden als ik niet zou gaan.”