Hoe kennis onderweg verandert

Kennis is nooit mondiaal en standaard, zegt wetenschapshistoricus Jürgen Renn. Kennis past zich aan en wordt gevormd door lokale omstandigheden.

Om kennis te delen met een ander moet je op een of andere manier met die ander in contact komen. Én je moet elkaars taal spreken of elkaar in elk geval kunnen verstaan. Zou je denken.

Maar dat hóeft niet, zegt prof. dr. Jürgen Renn. Hij is directeur van het Max Planck Instituut voor Wetenschapsgeschiedenis in Berlijn. Verder is hij verbonden aan de Humboldt Universität en de Freie Universität in die stad en aan de universiteit van Boston in de Verenigde Staten. Deze week bezoekt hij de Universiteit Utrecht, waar hij vandaag een publiekslezing gaf. Over kennisverspreiding en globalisering. „En die hoeft niet per se via mensen te verlopen”, zegt hij, „het kan ook via voorwerpen gaan. Mensen kunnen werktuigen bekijken, bekloppen, uit elkaar halen en nabouwen.”

U zegt: kennis heeft altijd al continenten verbonden?

„Ja, dat begon natuurlijk al toen de mens vanuit Afrika langzamerhand de rest van de wereld in trok. Trouwens, al in de oude steentijd maakten mensen gereedschap van stenen die soms van ver kwamen, die ze uitwisselden. Later zie je allerlei ideeën overspringen. Het idee dat je dieren kunt domesticeren verspreidde zich over Eurazië. In Australië en Polynesië bracht de vondst van de scheepvaart mensen met nieuwe ideeën in contact.”

In uw lezing neemt u de ontwikkeling van het schrift als voorbeeld.

„Ja, dat illustreert mooi hoe kennis zich onderweg aanpast aan de omstandigheden. De ontdekking van het schrift, in het vierde millennium voor Christus in Mesopotamië, sijpelde langzaam door naar de Indusvallei en het huidige India, en belandde uiteindelijk in China. Dat kostte 2.000 jaar en onderweg veranderden de tekens van het schrift totaal van karakter. Dat past bij de verspreiding van kennis: dat kennis wordt ingebed in en gevormd door lokale culturen en tradities.”

Kan het niet gewoon zo zijn dat in die 2.000 jaar iemand in China onafhankelijk óók het schrift bedacht?

„Zeker, mensen kunnen onafhankelijk van elkaar dezelfde vondst doen. De Maya’s in Midden-Amerika ontdekten het schrift ook. Maar de verspreiding van het schrift vanuit Mesopotamië volgt zulke karakteristieke golfbewegingen dat ik het waarschijnlijk acht dat het hier één ontdekking betreft.”

Wat is kenmerkend voor verspreiding van kennis?

„Het gaat vaak om een pakket waarin technologie of cognitieve vaardigheden verbonden zijn met andere vormen van kennis. Toen het boeddhisme zich verbreidde over Azië bracht dat vanzelf de verspreiding van allerlei taalvaardigheden mee, want mensen wilden de boeddhistische teksten lezen en doorgronden. Later brachten de Jezuïeten niet alleen hun religie naar het Azië, maar ook wetenschappelijke inzichten.”

Nu hebben we internet. Kunnen we daarmee kennis zonder religieuze of andere ballast overbrengen?

„Nee, het idee dat je kennis zomaar overal kunt droppen is onjuist. Ook nu geldt dat kennis ingebed moet en zal worden in lokale culturen en tradities. Neem het aidsprobleem in Afrika. Het heeft weinig zin om technische informatie over het hiv-virus en de verspreiding ervan op internet te zetten, als je de lokale sociale structuren niet kent of de heersende ideeën over ziektes. Dan wordt die kennis niet of verkeerd gebruikt.

„Los van internet: stel dat je zoiets ingewikkelds als een televisie naar een afgelegen cultuur brengt. Dan zullen de mensen daar die tv niet meteen nabouwen. Als je dat denkt, zie je over het hoofd dat in onze maatschappij winkels zijn waar je de benodigde onderdelen kunt kopen, dat er opleidingen bestaan die het vakmanschap en de vaardigheden bijbrengen om televisies te bouwen. Kortom, kennis hangt samen met een sociale organisatie, die heel lokaal kan zijn.”

Maar internet maakt kennisverspreiding wel stukken gemakkelijker?

„Ja, ik denk zelfs dat nog onderschat wordt hoe groot het potentieel van internet is. Zo is het jammer dat universiteiten en wetenschapsbladen hun wetenschappelijke kennis vaak nog als hun eigendom beschouwen. Dat beperkt de mogelijkheden om de wereld erin te laten delen en dat vind ik onjuist. Ik vind open acces, het vrij beschikbaar stellen van wetenschappelijke resultaten, een morele plicht.”

Bent u niet bang dat de wereld dan eenvormig wordt?

„Nee, mijn hoop is dat internet zal leiden tot nieuwe manieren om globale en lokale kennis met elkaar te verbinden. En om zo lokale oplossingen te vinden voor wereldwijde problemen. Neem het energieprobleem. Ooit dachten we dat daarvoor één wereldwijde oplossing bestond: kernenergie. Maar na Fukushima hebben we dát idee wel losgelaten. Het is veel verstandiger om de gunstigste lokale oplossingen te zoeken - zoals zon, wind, waterkracht. En dat werkt het best als we alle benodigde technologische en wetenschappelijke kennis wereldwijd delen.”

Lacht. „Ik klink misschien als een utopist. Maar het zou mooi zijn.”