Geert Wilders vraagt om vrijspraak in slotwoord

PVV-leider Geert Wilders heeft vanochtend het laatste woord gesproken in de strafzaak tegen hem. Hij vroeg de rechtbank in Amsterdam hem vrij te spreken van haat zaaien, groepsbelediging en het aanzetten tot discriminatie. „Ik sta hier vanwege mijn woorden. Ik sprak, ik spreek en ik zal blijven spreken.”

Het Openbaar Ministerie en Wilders’ advocaat Moszkowicz hadden vanochtend geen behoefte te reageren op elkaars pleidooien. Ze hadden eerder beide vrijspraak geëist. Een aantal advocaten van de benadeelde partijen voerde nog wel het woord. Daarbij moest de voorzitter van de rechtbank regelmatig ingrijpen, zoals toen advocaat Olof Wilders „gek, knettergek en misschien wel schizofreen” noemde en om een psychiatrisch onderzoek verzocht.

Wilders hield vervolgens een betoog waarin hij zijn optreden in een lange historische traditie plaatste. Hij verwees naar de moorden op Pim Fortuyn en Theo van Gogh, maar ook naar het lynchen van raadspensionaris Johan de Witt en de executie van raadspensionaris Johan van Oldenbarnevelt. „Ik heb eerlijk en vroom gehandeld, als een goed patriot”, zei deze voor hij in 1619 werd onthoofd. „Die woorden maak ik graag tot de mijne”, aldus Wilders.

De PVV-leider herhaalde nog eens dat hij vond dat de zaak tegen hem een politiek proces was. „Dag en nacht moet ik worden beschermd tegen mensen die mij willen doden. Daar klaag ik niet over, maar dat ik hier voor de rechter sta, daar klaag ik wel over.”

De vervolgingsopdracht waarmee het Amsterdamse hof het OM gelastte Wilders voor de rechter te brengen, noemde hij een veroordeling. „Mijn recht op een eerlijk proces is met voeten getreden.”

Wilders meende dat hij als volksvertegenwoordiger ook buiten het parlement moet kunnen verwoorden wat leeft in grote delen van de maatschappij. „Ik moet spreken, want Nederland wordt bedreigd door de islam.” Dit geloof is volgens Wilders geen religie, maar „een ideologie die de westerse waarden bedreigt”. „Mijn uitspraken waren niet gericht tegen personen, maar tegen de islam en de islamisering.”

Wilders zei niet te kunnen zwijgen over dit onderwerp. „Dat is verraad.” Hij legde zijn lot in de handen van de rechters. „Bij u ligt nu de beslissing of vrijheid nog bestaat in Nederland. Laat het licht niet uitgaan. Snijd de vrijheid niet af bij zijn wortels.”

De rechtbank sloot vanochtend het onderzoek nog niet formeel af. De hamer valt pas op 9 juni. Op die manier hebben de rechters een week langer de tijd om zich te beraden over hun oordeel. Op 23 juni, twee weken na de formele sluiting van de zitting, volgt de uitspraak.