Geen gsm in 't vliegtuig?

Maarten Vreeswijk uit Amsterdam wil weten waarom vliegtuigpassagiers toch altijd het verzoek krijgen om mobiele telefoons en elektrische apparaten uit te zetten. „De meeste mensen houden zich er niet aan en je ziet de Boeings niet bij bosjes uit de lucht vallen, omdat iemand z’n iPad niet volledig heeft uitgeschakeld.”

Mobiele telefoons die zoeken naar een wifi-verbinding. Een spelcomputer, die contact zoekt met een computer van een andere passagier. Ze kunnen leiden tot, zoals vliegtuigdeskundigen het noemen, elektromagnetische interferentie. Dat is vaktaal voor de elektronische storing die apparaten kunnen veroorzaken in boordcomputers of radioverkeer van de piloten.

Met de nadruk op kunnen. Het ‘verbod’ is een voorzorgsmaatregel. De passagier wordt aan boord meestal „verzocht” de telefoon en laptop uit te doen. Echt strikt zijn de regels niet. Hoogleraar lucht- en ruimtevaarttechnologie Jacco Hoekstra van de Technische Universiteit Delft zegt de indruk te hebben dat vliegtuigmaatschappijen „iets relaxter” omgaan met de regels. Bij sommige maatschappijen hoeven de apparaten inmiddels alleen bij het opstijgen en landen uit, tijdens de vlucht mogen ze weer aan.

Dat bellen in een vliegtuig tot ongelukken heeft geleid is nooit bewezen. Geruchten zijn er wel. In 2000 stortte een Saab-340 van Crossair neer: tien passagiers kwamen om. Er doet een theorie de ronde dat één van de passagiers tijdens de vlucht een sms’je ontving, waardoor het vliegtuig op de automatische piloot overschakelde en er stuurfouten werden gemaakt. Het verhaal, nooit bewezen, wakkerde angst aan onder vliegtuigmaatschappijen en bellen in het vliegtuig werd verboden. Met als bijkomend voordeel dat passagiers beter opletten als het vliegtuig opstijgt of landt.

Al zal een vliegtuig niet snel neerstorten, toch kunnen piloten last hebben van gsm’s, vooral in oudere vliegtuigen. Het zorgt voor „ruis en geknetter” op de radio, vertelt piloot en vlieginstructeur Marloes Westerbeek. „Vergelijk het met het geluid dat je hoort als je een telefoon naast een geluidsinstallatie houdt.”

Stijn Bronzwaer