Gans neemt Himalaya in een nacht

Migrerende Indische ganzen vliegen in één nacht over de Himalaya, zonder onderweg te rusten.

Elke gans (Anser indicus) overbrugt zo een hoogteverschil van tussen de vier- en zesduizend meter. Dat schrijven biologen vandaag in het wetenschappelijke tijdschrift Proceedings of the National Academy of Sciences (online). Zij rustten de vogels in India uit met zendertjes. Daarna volgden zij de ganzen per satelliet tijdens hun trek naar Mongolië, over het Himalayagebergte.

Dat de Indische ganzen vooral ’s nachts vlogen, verbaasde de biologen. Zij dachten dat de vogels gebruik zouden maken van opstuwende winden die gedurende de dag ontstaan als de lucht is opgewarmd. Nu blijkt dat de ganzen toch vooral op eigen kracht de Himalaya bedwingen.

De onderzoekers denken dat de ganzen de wind overdag vermijden, omdat die de vogels uit balans kan brengen tijdens de toch al uitputtende vlucht. Bovendien zijn vleugelslagen ’s nachts effectiever, omdat koude lucht een grotere dichtheid heeft dan warme lucht. (NRC)