Elders in Europa bestaat ouderdomsarmoede al

In Nederland wordt de rollator nog steeds door de staat betaald, maar elders in Europa neemt de verpaupering van oudere burgers al wel ernstige vormen aan. Op een slappe dinsdagavond biedt ARTE uitkomst met een thema-avond Alt und arm, die onze zorgen over voedselbanken en krimpregio’s in een iets ander perspectief plaatst.

De avond bestond uit twee journalistiek degelijke Duitse reportages. De eerste ging over gepensioneerden in Duitsland en Frankrijk, met een Zwitserse voetnoot, de tweede over „de gestolen pensioenen” van Britse ex-werknemers. Centraal thema vormde een begrip dat je bij ons nog niet vaak hoort, Altersarmut ofwel ouderdomsarmoede.

In beide programma’s kwamen zowel politici en experts als ervaringskundigen aan het woord. Zo maken wij kennis met de Berlijnse Edetraut Hermann (69), die 37 jaar als verpleegster werkte, maar de pech had dat ze een paar keer ziek werd en dat de laatste werkgever, een tandartsenpraktijk, failliet ging. Nu moet ze haar povere inkomsten aanvullen met een dagelijkse zoektocht naar lege flessen, die gemiddeld zo’n 20 euro per dag oplevert.

In Frankrijk garandeert de overheid een uitkering ter hoogte van 85 procent van het minimumloon. De weduwe Geneviève Beynel (78) is na de dood van haar man wel weer begonnen te werken als conciërge, want voor 800 euro koop je niet veel in Parijs. Nog zorgelijker is dat de overheid zich die generositeit eigenlijk helemaal niet kan veroorloven. Wie zich pas echt zorgen moeten maken zijn de werkloze jongeren, die zichzelf „de precaire generatie” noemen. Wie jarenlang werkloos is, kan met zekerheid een kommervolle oude dag tegemoetzien.

In Groot-Brittannië is armoede eigenlijk nooit helemaal weg geweest. Volgens ARTE verkeert naar schatting een kwart van de 12 miljoen gepensioneerden onder de armoedegrens. Net als overal zijn de vrouwen het slechtst af, doordat ze relatief weinig buiten de deur hebben gewerkt, tegen lagere lonen.

Ook de Britse regering zal de aanvulling van afgestempelde pensioenen niet lang meer kunnen volhouden. Het probleem is daar groot, omdat de pensioenfondsen volledig hebben vertrouwd op het resultaat van beleggingen. Dat wordt door de vakbonden beschouwd als diefstal.

In Zwitserland zijn de pensioenen relatief welvaartsvast en goed geregeld. Bovendien is het niet ongebruikelijk dat ouderen op vrijwillige basis een aantal uren per week naar keuze betaald doorwerken, bijvoorbeeld in de kwaliteitscontrole of als opleider.

De Zwitserse minister van Sociale Zaken stelt dat een flexibele en efficiënte arbeidsmarkt een voorwaarde vormt voor het in stand houden van goede sociale voorzieningen. Maar de verbittering, niet alleen in Griekenland en Portugal, maakt zulke maatregelen elders politiek onhaalbaar. In Nieuwsuur kondigde FNV Bondgenoten al het einde van het poldermodel aan.