De weg naar het hogere zit vol obstakels en valkuilen

Morgen gaat de vijfde speelfilm van Terrence Malick in première. Die won in Cannes een Gouden Palm.

De weg naar onschuld is pijnlijk. Dat is de boodschap.

„Hou van iedereen, hou van elke grasspriet, hou van elke straal licht”, klinkt het tegen het einde van de nieuwe film van Terrence Malick. Met The Tree of Life won hij in Cannes de Gouden Palm. De film is een uiterst eigenzinnig – om niet te zeggen ronduit vreemd – werkstuk. Het is een familiedrama over een traumatische Amerikaanse jeugd in de vroege jaren vijftig, dat is ingebed in bespiegelingen over het ontstaan van de aarde, de verbondenheid tussen levenden en doden en de plaats van de mens in de kosmos.

Malick maakt het zijn toeschouwers niet makkelijk, maar de film doet het onverwacht goed in de Verenigde Staten. De film past misschien in de eigentijdse hang naar spiritualiteit en holisme. Er moet toch meer zijn dan alleen maar carrièrejagen en consumeren.

Ja, er is meer, zegt Malick. Maar de weg naar dat hogere is moeilijk begaanbaar en zit vol obstakels en valkuilen.

Malick is wel eens de interessantste geest genoemd die ooit de hand wist te leggen op het budget van een grote Hollywoodfilm. Hij vertoont zich nooit in het openbaar, ook niet onlangs in Cannes, en praat niet met de pers. Volgens zijn medewerkers wegens extreme verlegenheid. Topacteurs uit Hollywood willen dolgraag voor hem werken. Zijn achtergrond is ongewoon. Hij is afgestudeerd als filosoof aan de universiteit van Harvard en was enige tijd actief als vertaler van de Duitse filosoof Martin Heidegger. Die heeft hij ook in het midden van de jaren zestig in Duitsland ontmoet. Malick stelt in zijn films filosofische vragen – Wie zijn we? Is er een God? Drijft een hogere kracht ons voort? – maar zijn films zijn zeker niet droog of cerebraal.

De films van Malick staan juist in het teken van haast kinderlijke verwondering over de schoonheid (en de wreedheid) van de schepping, van het paradijs dat ons elke dag omringt, als we er maar oog voor zouden hebben. Zulke cinema van de verwondering vereist overgave van de kijker. Die moet al zijn wereldwijsheid en cynisme afstropen en de wereld als nieuw kunnen zien, wil hij Malick op zijn weg volgen. Naïviteit en onschuld zijn steeds terugkerende thema’s in zijn werk.

In The Tree of Life gaat het niet om personages van vlees en bloed, maar eerder om symbolen, die door Malick tamelijk schematisch tegenover elkaar geplaatst zijn. De vader in de film (Brad Pitt) is symbool van de armoede van een technocratisch en darwinistisch wereldbeeld. In zijn visie is het bestaan een niet-aflatende strijd van allen tegen allen. Dat is een tragische vergissing, die zijn eigen leven en dat van zijn gezin ruïneert. Een van zijn zoons pleegt zelfmoord als hij 19 is. De moeder (Jessica Chastain) staat voor het hogere: liefde, genade, mystiek. Ze is een roodharige engel, die we op zeker moment letterlijk door de lucht zien zweven, als een droomverschijning.

Beide ouders zijn voor hun zoons bepalende invloeden. Ze zijn tegelijkertijd traumatiserend (de vader) en verheffend (de moeder). Bij de volwassen zoon Jack, gespeeld door Sean Penn, zien we hoe beide ouders hem hebben gevormd. Hij is een depressieve man, een architect van middelbare leeftijd. Hij bereikt een staat van verlichting door de trauma’s van zijn jeugd te herbeleven.

De film bestaat voor het grootste deel uit een lange flashback waarin Jack terugkijkt op zijn jeugd. Alleen door zijn trauma’s te erkennen en (opnieuw) te ervaren krijgt hij toegang tot iets diepers. Dat is door Malick gevangen in een spectaculaire sequentie die het verhaal van het ontstaan van de aarde laat zien, met sterrenwolken, inslaande kometen en aan elkaar snuffelende dinosaurussen.

Het denken van filosoof Heidegger biedt een ingang tot The Tree of Life (zie kader), maar zeker niet de enige. De film staat ook bol van natuurbeleving en christelijke religie. Bij Malick zijn de grenzen tussen filosofie, religie en natuurbeleving poreus. Meer dan ooit doet hij in The Tree of Life een greep uit het religieuze vocabulaire van zijn katholieke opvoeding. In de film zit een dromerige scène waarin hij zich de hemel voorstelt, waar Jack zijn ouders, zijn broer die zelfmoord heeft gepleegd en ook zichzelf als kind terugziet.

De wens te ontsnappen aan de last van de eeuwen van beschavingsgeschiedenis, om helemaal opnieuw te kunnen beginnen, is duidelijk verwant aan Heideggers filosofische werk. Maar die wens is ook een wezenlijk onderdeel van het klassieke idee van Amerika. De droom van herwonnen onschuld – van de wereld zien door nieuwe ogen – is vaak verbonden met een religieus geïnspireerde beleving van de natuur. In dat opzicht is Malick een typisch Amerikaanse filmmaker.

Malick toont zich in al zijn films een groot landschapschilder. Al zijn films spelen zich af in de open lucht. De grote verrassing van The Tree of Life is dat de film zich voor een belangrijk deel binnenskamers afspeelt – in Jacks ouderlijk huis. Opvallend is ook de schokkerige montagestijl – die versterkt het besef van het trauma van deze Amerikaanse opvoeding. Een opvoeding die trekken heeft van Malicks eigen jeugd; de film is opgedragen aan zijn ouders. Alleen voor de kosmische passages gebruikt Malick zijn kenmerkende lange takes.

Je zou misschien kunnen zeggen dat Malick in zijn eerste vier films de ruimte (het landschap) centraal heeft gesteld en in The Tree of Life voor het eerst de tijd. Hij maakt daarmee een soort nieuw debuut, met een aantal van de makken van een debuutfilm, zoals bij vlagen een gebrek aan coherentie.

Maar de pijn en de schoonheid van opnieuw beginnen, van het zien van de wereld met nieuwe ogen – daarom is het Malick eigenlijk in al zijn films te doen. Terug naar het paradijs dat altijd al verloren is gegaan voordat we het kunnen betreden.