De ironie nam wraak op een brutale bluffer

De brutale bluf van Silvio Berlusconi werkt niet meer. Jaren heeft hij rechters behandeld als cryptocommunisten. Vorige week nog waarschuwde Berlusconi president Obama op de G8-top in Deauville voor de „dictatuur van linkse rechters”. Maar de ironie nam wraak. Een paar dagen later werd de premier door twee uitdagers, die ooit een toga droegen, bij lokale verkiezingen politiek vernederd.

Nota bene ook op twee symbolische plekken van de politieke macht die hij dacht te hebben. In Napels, waar Berlusconi ooit had beloofd zo ongeveer zelf het vuilnis te zullen ophalen, werden de burgemeestersverkiezingen van zondag en maandag gewonnen door een voormalige officier van justitie. Luigi de Magistris, die zijn leven heeft gewijd aan de bestrijding van corruptie en maffia, won niet zo’n beetje: hij versloeg de kandidaat van Berlusconi’s partij met tweederde van de stemmen.

In Milaan, de thuisbasis van Berlusconi die sinds 1993 onafgebroken is bestuurd door burgemeesters uit zijn regeringscoalitie, won zelfs een marxistische advocaat. Giuliano Pisapia, die zijn wortels heeft in de communistische PRC, haalde in de laatste ronde tegen de regerende geestverwant van de premier ruim 55 procent van de stemmen.

Over nagenoeg de hele linie dolven de kandidaten van Berlusconi’s partij Volk van de Vrijheid en diens xenofobe coalitiepartner Lega Nord het onderspit tegen centrum-linkse tegenstanders. Een complot kan de uitslag in Milaan, dat volgens Berlusconi nu zal worden omgetoverd tot een „zigeunerstad” met „grote moskeeën”, dus niet worden genoemd.

Respect voor de keuze van de kiezers kon Berlusconi desondanks niet opbrengen. Hij feliciteerde de winnaars niet, zoals het betaamt in een democratie. En hij ontkende glashard dat de uitslag een oordeel was over hem en zijn beleid. „De regering gaat door.” De eerste nationale verkiezingen zijn immers pas in 2013 gepland.

Dat mag dan zo zijn, maar door de breuk met de conservatieve partij van parlementsvoorzitter Fini heeft Berlusconi geen vanzelfsprekende meerderheid meer. Een motie van wantrouwen wist hij eind vorig jaar alleen te winnen dankzij een paar overlopers uit het kamp van Fini. Van regeren is eigenlijk nauwelijks sprake meer, hoewel Italië kampt met structurele financiële en economische problemen en binnenkort op de wereldranglijst als industriële macht wordt ingehaald door Brazilië.

De centrum-linkse oppositie heeft op dit moment geen alternatief noch leiderschap om dit tij te keren. Ook dat is een uiting van stagnatie. Een twee jaar durend gevecht om de macht zonder uitkomst dreigt.

Berlusconi zou zich dat moeten aantrekken. Zolang hij gefixeerd blijft op zijn persoonlijke positie en doorgaat met zijn tactiek van ontkenning en bluf, kan hij Italië nog veel schade berokkenen.