De gezant moet weer de handel leiden

Nederlandse diplomaten moeten zich concentreren op Nederlandse belangen, vindt minister Rosenthal. De oppositie vindt dat kortzichtig. Maar ze vond gisteren geen gehoor.

Wat doet een ambassadeur? Le diplomate ne parle pas fromage, luidt een befaamde uitspraak, nog van voor de Tweede Wereldoorlog, van Eelco van Kleffens, diplomaat en later minister van Buitenlandse Zaken. Daarmee gaf hij aan dat Nederlandse diplomaten geen veredelde handelsreizigers waren. De ambassadeur, toen nog vaak gezant geheten, hield zich bezig met zaken van een ‘hoger niveau’: het soepel houden van de betrekkingen tussen zijn land en het gastland.

De tijden zijn veranderd. Le diplomate parle fromage, is nu eerder het credo. „Het postennetwerk moet optimaal toegerust zijn om de economische belangen in het buitenland optimaal te behartigen”, stelde minister Uri Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) in zijn recente notitie over modernisering van de Nederlandse diplomatie. De Tweede Kamer schaarde zich gisteravond in hoofdlijnen achter die opvatting. Het net van Nederlandse diplomatieke posten wordt omgevormd tot een dienst waar, meer dan tot nu toe, de „Nederlandse belangen centraal staan in het handelen”, aldus Rosenthal. Het gaat vooral om economische belangen. „Dat betekent een forse intensivering van de economische diplomatie en meer samenwerking met het bedrijfsleven.”

Een erg magere benadering van de Nederlandse diplomatie, klaagde de oppositie gisteren. Frans Timmermans (PvdA): „Het belang van internationale relaties neemt exponentieel toe. Dan gaat het om veel meer dan handelsbelangen.”

Mariko Peters(GroenLinks): „Diplomaten zijn meer dan zilverpoetsers voor het bedrijfsleven.”

Rachida Hachchi (D66): „De focus op handelsbelangen is onaangenaam en kortzichtig.”

Ewoud Irrgang (SP): „De diplomatieke dienst moet meer zijn dan de dienst van het bedrijfsleven.”

Maar van VVD, CDA, PVV en SGP kreeg Rosenthal toestemming om verder te gaan.

De concentratie op handelsbetrekkingen past in de filosofie van het VVD/CDA-minderheidskabinet het Nederlands belang in het buitenlands beleid meer voorop te stellen. Dat bleek eerder al uit de ‘focusbrief’ van Rosenthal en zijn staatssecretaris Ben Knapen (CDA) over de toekomst van de Nederlandse ontwikkelingshulp. Ook hier: meer ruimte voor het Nederlandse bedrijfsleven.

De stelling van Rosenthal is dat handelsbevordering in het verlengde ligt van de twee andere taken van het Nederlands buitenlands beleid: bevordering van vrede en stabiliteit en opkomen voor mensenrechten in de wereld. Economische diplomatie vergroot de kans op een stabiele en veilige wereld. En projecten die vrede en stabiliteit elders in de wereld bevorderen, leggen tevens de basis voor een betere mensenrechtensituatie, stelt hij in zijn nota. Daarin legt hij deze gedachtegang met pijlen en stippellijnen grafisch vast.

De aandacht voor handelsbevordering van dit kabinet krijgt een extra accent doordat de komende jaren 55 miljoen euro wordt bezuinigd op de diplomatieke dienst. Tien van de 150 posten in het buitenland gaan dicht, en op veel ambassades wordt het personeelsbestand ingekrompen. Het gaat er dus niet alleen om wát de Nederlandse diplomaten de komende tijd gaan doen, maar ook wáár.

De ambassades die in Afrika worden gesloten zijn veelal gevestigd in landen waaraan Nederland ook de ontwikkelingshulp stopt. De ambassades in Europa worden ontzien. Ten onrechte, vindt de VVD. Juist nu de Europese Unie een eigen diplomatieke dienst opzet, komt er ruimte om Nederlandse ambassades te sluiten, zei het liberale Kamerlid Atzo Nicolaï. Maar volgens minister Rosenthal is het nog lang niet zo ver; vooral Groot-Brittannië houdt op dit moment alles tegen. Bovendien hecht Nederland aan eigen vertegenwoordigingen in Europese landen, omdat het daardoor met andere EU-lidstaten de standpunten in Brussel kan voorbereiden.

De te sluiten post die gisteren in het parlement het meest werd besproken, was het Nederlands consulaat in Barcelona. Nederlandse ondernemers in de Catalaanse hoofdstad hebben de Tweede Kamer bestookt met brieven om op het belang ervan te wijzen. Ook is het consulaat belangrijk voor toeristen die in de populaire vakantiebestemming zijn beroofd en zonder papieren zitten, zeiden Kamerleden van PvdA, PVV en SP.

Volgens Rosenthal kunnen gestrande toeristen ook deels terecht bij het steunpunt van de ANWB in Barcelona. Hij wil daarover nadere afspraken maken. „Henk en Ingrid zullen niet in de warmte hoeven blijven te staan”, zei de minister. Waarmee hij het debat terugbracht tot binnenlandse proporties.