De CBR-adviseur die met alcohol achter het stuur zat

Mag een werknemer een ongeval en een straf wegens dronken rijden verzwijgen voor de werkgever, als dat het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen is?

De Zaak. Een automobilist veroorzaakt een ernstig ongeval en belandt in het ziekenhuis. Hij ‘zakt’ voor de blaastest en weigert een bloedproef. Zijn rijbewijs wordt ingetrokken. Hij krijgt de ‘Educatieve Maatregel Alcohol’ opgelegd: een verplichte driedaagse cursus over de gevolgen van alcohol in het verkeer. De man verzwijgt voor zijn werkgever het ongeluk. Hij vertelt dat hij „wegens spanningsklachten” in het ziekenhuis lag. De werkgever komt er na twee maanden achter en ontslaat hem.

Welke feiten spelen een rol? De automobilist is een senior medisch adviseur bij het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen. Hij beoordeelt burgers op hun fysieke geschiktheid voor een rijbewijs. Hij gaf ook les aan de docenten van de EMA-cursus, over de werking van alcohol op het lichaam.

Hoe ontdekte het CBR de straf? Er werd gekletst op kantoor en het CBR dook gealarmeerd de eigen administratie in. Daar wordt de EMA-cursus voor de man gevonden. Daarna vraagt het CBR het proces-verbaal van de politie op. De werkgever vindt dat de adviseur het vertrouwen zodanig heeft beschaamd dat er een onwerkbare situatie is ontstaan.

Hoe verweert de adviseur zich? Het ongeval was in privétijd, waarmee het CBR zich nooit bemoeit. De kwestie had verder geen praktische gevolgen voor zijn werk. De adviseur werkt op kantoor, hoeft geen rijbewijs te hebben en heeft geen contact met het publiek. Het opvragen van het proces-verbaal gebeurde alleen om een eigen werknemer te controleren. Dat is misbruik van bevoegdheden. Het CBR heeft zich niet als ‘goed werkgever’ gedragen. Verder kan de adviseur zich van het ongeval niets herinneren. Het hoge promillage zou door medicatie kunnen zijn veroorzaakt. De directeur van het CBR zou hij wél in een vroeg stadium hebben ingelicht over de alcoholverdenking. Dat de EMA-maatregel bij het CBR niet bekend zou zijn is onjuist, omdat het CBR die zelf immers oplegt.

Wat is de rechtsvraag? Bestaat er een ‘dringende reden’ voor ontslag. En: is het verweer aannemelijk?

Hoe oordeelt de rechter? Die denkt dat de adviseur jokt over het gesprek met de directeur. Daarin zal mogelijk wel het ongeval zijn gemeld, maar niet de alcoholverdenking. Anders was er wel eerder tegen de adviseur zijn opgetreden. Alcoholmisbruik onder werknemers wordt niet getolereerd. Toen er geruchten over het ongeval gingen, mocht het CBR wel in eigen bestanden nagaan of er een EMA was opgelegd. En daarna bij de politie navraag doen. Van de werknemer hoefde geen informatie verwacht te worden, gezien zijn gedrag. Alcoholgebruik in het verkeer door een CBR-werknemer is relevant „gelet op functie, rol en taakopdracht” van het bureau. Dat de medicatie het promillage zou hebben verhoogd, is onwaarschijnlijk. Werknemers bij zo’n bedrijf, in die functie, moeten voldoen aan hoge integriteitseisen bij verkeersdeelname. Ook als ze privé rijden. De adviseur voldeed daaraan niet, verborg dat zelfs en zag daar het laakbare niet van in. Er is dus een dringende reden voor ontslag.