Centrale bank Curaçao en Sint Maarten in diskrediet

Curaçao loopt het risico om op internationale zwarte lijsten van dubieuze belastingparadijzen te belanden. Met grote consequenties voor het investeringsklimaat.

Op Curaçao is het oorlog tussen de centrale bank en het kabinet. Emsley Tromp, de president-directeur van de centrale bank van Curaçao en Sint Maarten en het kabinet onder leiding van minister-president Gerrit Schotte beschuldigen elkaar over en weer van corruptiepraktijken. Beide kemphanen hebben daar inmiddels aangifte van gedaan bij het Openbaar Ministerie in Willemstad.

Sinds vorig jaar oktober is Curaçao een autonoom land binnen het Koninkrijk der Nederlanden. De Centrale Bank Curaçao en Sint Maarten (CBCS) heeft dezelfde taken en bevoegdheden als De Nederlandsche Bank. Maar volgens bankpresident Tromp probeert het kabinet-Schotte systematisch het werk van de centrale bank onmogelijk te maken. Zo kunnen begroting en jaarrekening van de CBCS niet worden goedgekeurd omdat er nog geen raad van commissarissen benoemd is. Daardoor is het ook niet mogelijk om nieuwe bankbiljetten te drukken of wetgeving aan te passen die witwaspraktijken tegen moet gaan.

„Het gaat om een instituut dat verantwoordelijk is voor ons monetaire systeem, toezicht moet houden op de bancaire instellingen van het land en de vele trustmaatschappijen”, zegt voorzitter Etienne Ys van de Curaçao International Financial Services Association, een overkoepelende organisatie van internationale bankiers, advocaten, belastingdeskundigen en directeuren van de grootste bedrijven in het land. „Als de president-directeur van de centrale bank openlijk aangeeft dat hij belemmerd wordt in zijn functioneren, heeft dat gevolgen. Dat zijn uitspraken die snel rondgaan in het circuit van bankiers en investeerders. Als deze ruzie niet snel beslecht wordt, heeft dat gevolgen voor ons investeringsklimaat.”

Frank Kunneman van advocatenkantoor VanEps Kunneman VanDoorne, met vestigingen in Nederland en op de Antillen, vindt dat het nog niet duidelijk is hoe groot de schade is. „Het is nog niet meetbaar of deze controverse gevolgen heeft voor het lokale investeringsklimaat”, zegt Kunneman. „De patstelling moet doorbroken worden. Anders zal de schade alleen maar groter worden.”

Vandaag wordt de controverse over de CBCS besproken in de Rijksministerraad in Den Haag. Maar Nederland heeft nauwelijks mogelijkheden om in te grijpen, zegt zowel Ys als het Tweede Kamerlid Ineke van Gent (GroenLinks). Vorige week heeft minister Donner (Koninkrijksrelaties, CDA) de Tweede Kamer onderzoek toegezegd over de affaire. „Maar Donner is daarbij afhankelijk van informatie die Schotte bereid is te geven”, aldus Van Gent. „Het zou verstandig zijn als er onafhankelijk onderzoek komt. Anders blijft dit een prestigestrijd met grote economische schade.”

Het kabinet-Schotte wordt vanaf zijn aantreden in oktober achtervolgd door speculaties over corruptieaffaires. Eind vorig jaar schorste Schotte het hoofd van de Curaçaose Veiligheidsdienst nadat die was begonnen met een screening van de net aangetreden ministers. Pikant, want die screening gebeurde in opdracht van de gouverneur op Curaçao, Frits Goedgedrag, ter plekke de plaatsvervanger van koningin Beatrix.

„Ook die affaire is nog steeds niet opgehelderd”, zegt Van Gent. „En daar komt deze rel nog bovenop.”

Het financiële beleid van Curaçao wordt dit najaar geëvalueerd door de Caribbean Financial Action Task Force en het IMF, onder meer op de vraag of het land internationale afspraken nakomt ter bestrijding van witwaspraktijken en corruptie. Volgens voorzitter Chicu Capriles van de Curaçaose Bankiersvereniging loopt Curaçao dan het risico om te eindigen op de zwarte lijst van belastingparadijzen van de CFATF.