Bevolkingscatastrofe lijkt onafwendbaar

De immigratiedruk op Europa vanuit Afrika zal gigantisch stijgen als de Afrikaanse bevolking groeit tot 3,6 miljard aan het einde van deze eeuw, betoogt Herman Philipse.

Velen van ons leefden de afgelopen decennia met de geruststellende gedachte dat de wereldbevolking haar grootste omvang zou bereiken rond 2050. Na deze top van zo’n 9 miljard mensen zou de mondiale demografische trend een dalende lijn inzetten. Het uitgebreide persbericht van de bevolkingsafdeling van het secretariaat van de Verenigde Naties waarin op 3 mei jl. nieuwe prognoses werden bekendgemaakt, rekent af met deze illusie.

Volgens twee van de drie nieuwe scenario’s zal de wereldbevolking na 2050 blijven toenemen. In de gematigde variant stijgt ze van 9,3 miljard in 2050 tot 10,1 miljard in 2100 en in de hoge variant van 10,6 miljard in 2050 tot 15,8 miljard aan het eind van de eeuw. Het verschil tussen deze scenario’s is slechts dat in het hoge wordt aangenomen dat vrouwen in hun leven gemiddeld een half kind meer baren dan in de gematigde variant. Zeker is dat planeet Aarde eind oktober van dit jaar 7 miljard mensen zal herbergen, tegen 2,5 miljard rond 1950.

Natuurlijk moeten demografische prognoses voor de langere termijn met een korreltje zout worden genomen. Het zijn immers slechts extrapolaties van bestaande trends en geen echte wetenschappelijke voorspellingen. Wie gelooft bijvoorbeeld dat de bevolking van Jemen, dat in 1950 ruim 4 miljoen zielen telde en nu zo’n 24 miljoen, in het jaar 2100 werkelijk tot 99 miljoen mensen zal zijn gestegen? Het land produceert nauwelijks voedsel en kent nu al een groot watertekort. Hongersnood en burgeroorlogen om voedsel zijn dus onvermijdelijk, tenzij de bevolking grotendeels naar elders emigreert.

Laat ik nog twee andere voorbeelden noemen. Volgens het gematigde scenario zal de bevolking van Kenia, die in 1950 rond de 6 miljoen bedroeg, in 2100 zijn gestegen tot 160 miljoen. Ook Nigeria is volgens dit scenario een uiterst vruchtbare groeier, van bijna 38 miljoen in 1950 naar tegen de 730 miljoen aan het eind van de eeuw.

Deze prognoses kunnen politici niet onberoerd laten. Demografie bepaalt in sterke mate op welke toekomstige problemen we ons moeten voorbereiden. Wellicht zullen we in staat zijn om aan het einde van de eeuw 10 miljard mensen te voeden, maar de levenskwaliteit zal voor velen drastisch afnemen, door problemen van allerlei aard. Mij dunkt dat het uiteindelijke doel van politici moet zijn om de gemiddelde levenskwaliteit van hun bevolkingen te maximaliseren, op de korte en op de langere termijn. Dit uitgangspunt geeft mij aanleiding tot twee krachtige aanbevelingen aan de Nederlandse regering. Met behulp van experts kan ze deze verder uitwerken.

Ten eerste moet het budget voor ontwikkelingshulp voor een groot deel worden besteed aan gezinsplanning en aanverwante onderwerpen, zoals vrouwenemancipatie en onderwijs. In de jaren zeventig en tachtig van de vorige eeuw werd relatief veel aandacht besteed aan gezinsplanning. Daarna is het budget drastisch gekrompen. Van de VN-ontwikkelingshulp gaat nog maar 0,4 procent naar gezinsplanning. Voor deze vermindering van aandacht waren aan het einde van de twintigste eeuw verschillende oorzaken. Gedacht werd dat aids de bevolkingsgroei in Afrika sterk zou afremmen. Economen van de Wereldbank twijfelden aan de effectiviteit van gezinsplanning, deels ten onrechte. Ten slotte hebben ideologisch gedram door het Vaticaan, christenen in de Verenigde Staten en islamitische facties in moslimlanden de politieke steun voor gezinsplanning drastisch doen afnemen.

Nederland is altijd een gidsland geweest in de ontwikkelingshulp. Laat onze regering een nieuwe trend helpen inzetten, door zich bij de ontwikkelingshulp weer sterk te concentreren op gezinsplanning. De uitgangspunten voor het beleid van de afgelopen jaren zijn achterhaald door de nieuwe demografische prognoses. Zelfs de PVV zou een dergelijke hulp aan ontwikkelingslanden moeten steunen. De immigratiedruk op Europa vanuit Afrika zal immers gigantisch stijgen als de bevolking van dat werelddeel groeit van 1 miljard tot 3,6 miljard aan het eind van de eeuw, zoals het gematigde scenario voorspelt. In elk geval zou de Nederlandse regering de harde voorwaarde moeten stellen aan alle overheden die onze hulp ontvangen dat ze een effectieve politiek opzetten van gezinsplanning.

Intellectuelen overal ter wereld, ten slotte, moeten telkens opnieuw aan religioso’s uitleggen dat de morele normen die golden in het begin van onze jaartelling, zoals ‘gaat heen en vermenigvuldigt u’, inmiddels verouderd zijn. Overigens zal het percentage van de wereldbevolking dat is opgeleid in de traditie van de Verlichting door bovengenoemde demografische ontwikkelingen drastisch dalen. De grootste bevolkingsgroei zal plaatsvinden in religieuze werelddelen, zoals Afrika en het Nabije Oosten.

Mijn tweede aanbeveling heeft te maken met de immigratiedruk op Europa uit de zojuist genoemde delen van de wereld. Die zal sterk toenemen, zelfs als mijn eerste aanbeveling in praktijk wordt gebracht. Te veel immigratie, zeker uit minder ontwikkelde streken, zal de sociale cohesie van Europese landen verder ondermijnen. Ook zal de verzorgingsstaat nog meer onder druk komen te staan.

Nederlandse politici moeten onze bevolking hiertegen beschermen. Dat is slechts mogelijk in Europees verband. De Nederlandse regering moet zich nog krachtiger inzetten voor het beter organiseren van een effectieve Europese bewaking van de buitengrenzen van de Schengenlanden, zonder dat dit leidt tot slachtoffers onder degenen die illegaal Europa binnen proberen te komen. Ook zou ze haar veto moeten uitspreken tegen toelating tot het Schengenakkoord van relatief corrupte landen, zoals Roemenië. Het – ongewenste – alternatief is dat het Schengenverdrag implodeert. Een voorproefje hiervan hebben we inmiddels gehad, naar aanleiding van de immigratie van vele duizenden jongeren uit Tunesië. Het is geen geringe opgave voor Europese politici om een relatieve bescherming van het ‘fort’ Europa te combineren met constructieve bijdragen aan de democratiseringsbewegingen ten zuiden van de Middellandse Zee.

Herman Philipse is universiteitshoogleraar aan de Universiteit Utrecht.

Zaterdag in Opinie & Debat: Lester Brown over dreigende voedseltekorten in de wereld.