PJ Harvey is oud en actueel tegelijk

PJ Harvey. Gehoord: 30/5 Paradiso, Amsterdam. Herhaling: 31/5 aldaar. ***

Vijf jaar geleden zei PJ Harvey dat ze stopte met concerten. Op dat besluit kwam ze snel terug, maar zoals gisteravond in Paradiso bleek, heeft ze haar aanpak veranderd. Met rock hadden het theatrale toneelbeeld en de met Keltische folk doortrokken popsongs nog weinig te maken.

De rechterhelft van het podium was ingericht als een uitdragerij: dicht bij elkaar geschoven instrumenten, ouderwetse versterkers op pluchen stoelen. Daar zaten de drie muzikanten, onder wie multi-instrumentalisten John Parrish en Mick Harvey, in hun edelmannenkostuum. Ze leverden een stuwende ondergrond van repetitieve akoestische gitaar, klaroengeschal uit de synthesizer en met sambaballen bespeelde drums. Links op het toneel, in haar eentje in een lichtbundel gevangen, stond Harvey, in krijtwitte gedrapeerde jurk, met een hoofdtooi met veren.

In haar armen had ze de autoharp, het instrument dat de gitaar uit haar gunst verdrong, en waarop ze haar laatste cd schreef. Dat dit geweldige Let England Shake een spookachtige sfeer van het verleden heeft, is wellicht te danken aan de speciale klank en stemming van de autoharp. Maar de thematiek en de emotie achter Let England Shake zijn hedendaags: Harvey ontleedde de betrokkenheid van haar vaderland bij oorlog en agressie, en klaagt aan in duidelijke taal: „I’ve seen soldiers fall like lumps of meat.” Om haar afgrijzen uit te drukken, zingt ze niet meer met ruige rockuithalen, maar met een verfijnde hoge klank, met Keltisch galmeffect. Dat klinkt ouderwets en intiem en maakt wat ze bezingt des te klagelijker.

Ook muzikaal heeft Harvey een sprong gemaakt: de nieuwe melodieën zitten vol onverwachte wendingen. Soms ontoegankelijk en soms briljant, zoals in Written On The Forehead, waarin haar klaagzang via samples gezelschap krijgt van een Jamaicaanse spreekstalmeester en een bluesy spreekkoor, wat – dansbaar, wrang, troostrijk – een carrousel aan emoties oplevert. Ook oudere nummers, zoals C’Mon Billy, werden uitgevoerd volgens de nieuwe inzichten: zonder rock, mét autoharp.

De drie toegewijde muzikanten en Harvey met haar verstilde houding, waar zo nu en dan een hoofse danspas doorheen brak, vormden een merkwaardig anachronistisch tableau: een troupe uit het verleden bezong een toekomstvisioen. Indrukwekkend, maar ongenaakbaar.