Kerncentrales sluiten is gemakkelijk, maar dan is klimaatbeleid essentieel

Kan Duitsland werkelijk zonder kernenergie, zoals een regeringscommissie heeft geconcludeerd na de kernramp in Japan? En zal dat ook lukken zonder meer vervuilende kolencentrales?

Als Duitsland binnen tien jaar al zijn kerncentrales sluit, zoals gisteren werd aangekondigd, raakt het bijna een kwart van de huidige stroomvoorziening kwijt. Kan Duitsland dat opvangen?

Volgens de ethische commissie die gisteren haar rapport over de „veilige energietoekomst” van Duitsland presenteerde wel. Ze geeft er een rekensom bij. Alle elektriciteitscentrales, windturbines, zonnepanelen bij elkaar hebben in Duitsland een gezamenlijk vermogen van 90 gigawatt (GW). Er zijn na de kernramp in Japan al zeven oude kerncentrales van het net gehaald, en die komen waarschijnlijk ook niet meer in gebruik. Daardoor is er 8,5 GW aan vermogen verdwenen. Blijft over, 81,5 GW. De eigen stroomvoorziening dreigt daarmee krap te worden, want op piekmomenten is er in Duitsland 80 GW nodig. Maar het land kan stroom importeren, bijvoorbeeld uit Nederland of Frankrijk. Daarbij komen er de komende twee jaar nieuwe kolen- en gascentrales bij, en die leveren samen 11 GW. Verder staat er 12 GW aan warmtekrachtkoppeling (centrales die zowel stroom als warmte leveren) gepland. En het huidige aandeel duurzame energie, nu 17 procent van alle geleverde stroom, moet volgens de doelstellingen voor 2020 ook nog eens worden verdubbeld.

Verder wil Duitsland zwaar inzetten op energiebesparing, zodat de totale vraag naar stroom daalt. En met moderne technologie moet het mogelijk worden om de pieken in de vraag beter over de dag uit te smeren – bijvoorbeeld door wasmachines en vaatwassers pas te laten draaien als de stroomprijs laag is. Als je de pieken in de stroomvraag kunt uitsmeren over de dag, heb je minder centrales nodig.

Volgens medewerker Markus Steigenberger van de European Climate Foundation, een denktank over klimaatbeleid, is het relatief eenvoudig om de kerncentrales binnen tien jaar van het net te halen. „De grote uitdaging is dat we voor onze klimaatdoelstellingen tegelijkertijd het gebruik van kolen moeten inperken”, zegt hij. Duitsland produceert nu nog 40 procent van zijn stroom via de verbranding van steenkolen en bruinkool. Maar dat moet omlaag, aangezien Duitsland zich tot doel heeft gesteld om de CO2-uitstoot in 2050 met 80 procent te verminderen ten opzichte van 1990 – het zit er nu 36 procent onder. Lukt Duitsland dat? Het risico bestaat dat de stroomproducenten het gat van de kerncentrales opvullen door de bouw van extra kolencentrales.

Dit is het centrale punt: om de omslag naar een duurzame en klimaatvriendelijke energievoorziening te maken, zal Duitsland een duidelijk en consistent beleid moeten uitstippelen. Politieke begeleiding en toewijding zijn daarbij cruciaal. Dan kan er veel. Kijk naar Nederland. Na de ontdekking van de gasbel onder Groningen, in 1959, lukte het om heel snel een infrastructuur voor gas aan te leggen. Nederland maakte binnen tien jaar de omslag van kolen naar gas. Het proces werd begeleid door de commissie-Van der Grinten. Die bestond uit drie personen afkomstig uit de op dat moment belangrijkste politieke stromingen, de KVP, de VVD en de PvdA. Ze hadden geen banden met de betrokken industrie. De commissie maakte beleid voor de ontginning van gasvelden, de belastingheffing op het gewonnen gas, en de aanleg van infrastructuur naar de huishoudens.

Het is niet voor niks dat gisteren de ethische commissie pleitte voor het instellen van een parlementaire groep die de omslag in Duitsland vorm gaat geven, en nauw begeleidt. Alleen, dit keer is het in Duitsland veel complexer dan in Nederland destijds. Het beleid moet zich op veel fronten tegelijk richten. Het zal burgers moeten stimuleren hun huizen te isoleren en zuiniger apparaten aan te schaffen. Kolencentrales zullen gaandeweg vervangen moeten worden door schonere gascentrales. Er is een totaal andere infrastructuur nodig, bijvoorbeeld om de overtollige windenergie vanuit het noorden te transporteren naar het dichtbevolkte en economisch actieve zuiden.

Voordeel is dat het proces in Duitsland sowieso al was ingezet. Het land heeft al twintig jaar beleid om duurzame energie te stimuleren. Het loopt daardoor wereldwijd voorop in deze industrie, samen met China. Duitsland heeft mondiaal toonaangevende bedrijven op het gebied van windturbines en zonnepanelen. Voor multinationals als Bosch en Siemens levert de omslag kansen, bijvoorbeeld om zuiniger apparaten op de markt te brengen, en schone gasturbines. De sector voor duurzame energie telt inmiddels circa 350.000 banen.

Hoe belangrijk politieke wil is, laat de deelstaat Baden-Württemberg zien. Daar wonnen vorige maand de Groenen de verkiezingen, nadat de christen-democraten er 58 jaar aan de macht waren geweest. Prompt werden plannen aangekondigd om de hoeveelheid windenergie fors uit te breiden. En de Duitse regering heeft onlangs 5 miljard euro gereserveerd voor extra windparken op de Noordzee.

Een ander cruciaal punt dat de ethische commissie benadrukt is de positie van de burger. Die moet centraler komen te staan, vindt ze. Hij moet zijn eigen energiehuishouding kunnen vormgeven. Hij moet ervan kunnen profiteren als bij hem in de buurt een windturbine of een zonnepark wordt geplaatst. Dat geeft het draagvlak onder de bevolking, dat er nu te weinig is. Dat blijkt uit het groeiende verzet, niet alleen tegen nieuwe kolencentrales, maar ook tegen windturbines en hoogspanningsleidingen.

De industrie klaagt intussen dat stroom duurder zal worden. Doordat de zeven oude kerncentrales van het net zijn gehaald is de stroom per kilowattuur al een halve cent in prijs gestegen. Feit is dat elektriciteit sowieso duurder wordt. Bijvoorbeeld omdat de uitstoot van CO2 meer belast gaat worden, en omdat de herinrichting van het stroomnet grote investeringen vergt. De European Climate Foundation berekende vorig jaar dat het, gerekend over een termijn van 40 jaar, weinig uitmaakt of je nu vol inzet op duurzame energie, of op kernenergie gecombineerd met kolencentrales die CO2 ondergronds opslaan. De prijs van elektriciteit in Duitsland is de laatste jaren overigens vooral gestegen door een toename van de belastingen.