Pechtold haalt uit naar 'populisme' van VVD en CDA

De traditionele volkspartijen VVD en CDA „vereenzelvigen zich steeds meer met het extremisme” en het regeerakkoord „ademt on-Nederlands nationalisme”. De partijen leveren zich op deze wijze uit aan Geert Wilders en zijn PVV, die van hen kiezers afpakt. Dat heeft D66-leider Alexander Pechtold zaterdag gezegd op het congres van zijn partij in Utrecht. „Als dompteur Wilders zegt: ‘spring!’, vraagt de trouwe tweevoeter Rutte: ‘hoe hoog?’.”

Volgens Pechtold negeren de coalitiepartners de problemen van de toekomst, en richten ze zich naar binnen en op het verleden. Ook beschadigt het kabinet de internationale reputatie van Nederland. De D66-leider, zelf pro-Europees, vindt dat VVD en CDA veel te veel afstand nemen van de voordelen van de Europese Unie, en er op een populistische manier kritiek op leveren. „Wie had kunnen bedenken dat emoties en retoriek de voorkeur zouden krijgen boven feiten en daden?” Pechtold memoreerde nog eens de uitspraak van Rutte: „We geven Nederland terug aan de Nederlanders.” Dat vindt Pechtold „vleesgeworden populisme”.

De VVD heeft zich ook uitgeleverd aan de SGP, vindt Pechtold, en is daarmee het predicaat liberaal niet meer waard. Eerder noemde de VVD de SGP nog de „poldertalibaan”, herinnerde de D66-leider zich. Nu accepteert de VVD het niet verder uitbreiden van koopzondagen, heeft de partij haar steun ingetrokken voor het wetsvoorstel om godslastering te schrappen uit het Wetboek van strafrecht, staat ze toe dat sommige ambtenaren blijven weigeren homohuwelijken te sluiten en dat vrouwen van de kieslijst van de SGP geweerd blijven. Ook wil het kabinet geen verplichte voorlichting over homoseksualiteit op scholen, wat volgens Pechtold een verkwanseling van liberale waarden is.

De D66-leider refereerde aan de verkiezingsuitslag van de Eerste Kamer. Daar hebben coalitiepartijen VVD en CDA en gedoogpartner PVV niet genoeg zetels voor een meerderheid. De ene senaatszetel van de SGP is voor de coalitie onontbeerlijk.

Pechtold herhaalde in zijn toespraak de kritiek die hij de afgelopen maanden bij herhaling op premier Mark Rutte en zijn keuze voor de huidige coalitie uitte. De D66-leider probeert zich zo ook als de enige overgebleven redelijke politieke partij te positioneren. Zoals Pechtold graag zegt: „D66 zit eenzaam in het politieke midden.”

Opmerkelijk is dat D66 zich, ondanks de fundamentele kritiek op het kabinet en zijn beleid, als oppositiepartner overwegend „constructief” opstelt, zoals Pechtold het zelf noemt. Hij is bereid politieke steun te geven voor onderwerpen waar gedoogpartner PVV het laat afweten, zoals bij de steunmaatregelen rond de eurocrisis, of de besluitvorming over de trainingmissie in Afghanistan. Zonder steun van D66 was het kabinet op deze dossiers in de politieke problemen gekomen.