Maak van diplomaten geen kooplui

Minister Rosenthal wil diplomaten inzetten waar geld te verdienen valt. Daardoor zullen zij nieuwe Arabische Lentes over het hoofd zien, betogen Mariko Peters en Petra Stienen.

In zijn toespraak Werken aan veiligheid in de wereld belichtte minister Rosenthal (Buitenlandse Zaken, VVD) vorige week een belangrijke dimensie van het diplomatenvak – het spotten van ‘zwarte zwanen’.

Het beeld van de zwarte zwaan komt van de Libanees-Amerikaanse filosoof Nassim Nicholas Taleb. Tot in de zeventiende eeuw waren alleen witte zwanen bekend. Zwarte zwanen gingen het voorstellingsvermogen te boven. Volgens Taleb zijn historische gebeurtenissen bijna altijd ‘zwarte zwanen’ – onwaarschijnlijk, maar ingrijpend. Voorbeelden zijn de Eerste Wereldoorlog, de komst van internet, 9/11, het Tahrirplein.

Het buitenland- en het veiligheidsbeleid, betoogt Rosenthal, moeten black swan proof zijn. In de Tweede Kamer zei hij dat Nederland de ‘zwarte zwaan’ van de drang tot verandering in de Arabische wereld eerder had kunnen zien, als we beter hadden gebruikgemaakt van diplomatieke contacten met sociale actoren, politieke dissidenten en het maatschappelijke middenveld. Volgens Rosenthal hebben we hierdoor „duur leergeld betaald”.

Helaas meldde de minister niet welk ander beleid hij zou willen voeren in die regio. Bovendien is het aantoonbaar onjuist dat Nederlandse diplomaten de droom van verandering en van een Arabische Lente niet hebben opgemerkt. Integendeel, al decennia hebben Nederlandse diplomaten goede contacten in de Arabische wereld, met mensenrechtenorganisaties, journalisten, het bedrijfsleven en kunstenaars. Het bleek alleen heel lastig om die Arabische stemmen van verandering en vrijheid te laten doorklinken in Den Haag, evenals kritiek op het westerse beleid van dubbele standaarden.

Het benoemen van ‘zwarte zwanen’ paste niet in het dominante wereldbeeld, dat de Arabische regio onveranderlijk was en diende te worden bekeken door de bril van de relatie met Israël. Het paste al helemaal niet bij de prioriteit die werd gegeven aan de stabiliteit die werd gegarandeerd door tirannieke regimes. De kans is groot dat Nederlandse diplomaten de komende jaren nog veel minder in staat zullen worden gesteld om ‘zwarte zwanen’ te spotten.

Rosenthal bepleit, in zijn Nota modernisering Nederlandse diplomatie, een afgeslankt ambassadenetwerk met een exclusieve focus op behartiging van het Nederlandse belang via economische diplomatie. De inzet voor veiligheid, internationale rechtsorde en cultuur wordt daaraan dienstbaar gemaakt. Ontwikkelingsrelaties worden stopgezet. In kansrijke handelsgebieden wordt uitgebreid.

Terecht constateert Rosenthal dat Nederland zich niet met alles kan bemoeien. Keuzes zijn nodig. Het economische belang voor Nederland is daarvoor een verdedigbaar selectiecriterium, maar achter de praktische boodschappenlijstjes gaat een politieke leegte schuil. Aandacht voor contacten met het maatschappelijke middenveld en non-profitpartnerschappen bestaat nauwelijks. De politieke en mensenrechtenberichtgeving op basis van vertrouwelijke gesprekken in de samenleving, vanouds het diplomatieke handwerk, wil het kabinet overlaten aan de Europese Unie. Mensenrechtenbeleid verloopt zo veel mogelijk via multilaterale kanalen. Ambassades worden business support offices. Het lijkt haast of Rosenthal de diplomatieke dienst wil overhevelen naar de andere kant van de Bezuidenhoutseweg. Daar zwaait minister Verhagen (CDA) de scepter op het superministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie.

Wat hieruit naar voren komt, is een wereldbeeld dat is gebaseerd op het primaat van de economie en zakelijke belangen. Diplomatie, mensenrechten, rechtsorde zijn verlengde functies daarvan. Hierdoor dwingt Rosenthal Nederlandse diplomaten om alleen nog maar de ‘witte zwaan’ van het grote geld te mogen zien.

Het is juist dit wereldbeeld dat wordt tenietgedaan op de Tahrirpleinen in de Arabische wereld. Daar roepen mensen om waardigheid en om mensenrechten. De veranderingen in Egypte en Tunesië hadden dieperliggende, socio-economische factoren, maar werden volledig opgeëist in politieke termen.

De enorme nadruk op eigenbelang en economische diplomatie is een blamage voor een land dat zo lang een voortrekkersrol heeft gespeeld voor de internationale rechtsorde. Laten we eerlijk zijn. Ook al staan we in een lange koopvaarderstraditie – het feit dat we de zestiende economie ter wereld zijn, geeft ons niet eens een automatische plek aan tafel bij de G20, waar oud-kolonie Indonesië wel aanzit. De minstens even sterke traditie op het gebied van recht heeft Nederland wel een gezaghebbende, internationaal unieke reputatie opgeleverd. Juist een klein land met zo veel buitenland als Nederland is gebaat bij een buitenlandbeleid waarin waarden richting geven aan belangen en waarin Nederland een leidende rol ambieert in belangrijke thema’s als human security, duurzaamheid en ontwikkeling van de rechtsstaat.

Inperking van diplomatie tot zakelijke belangenbehartiging is te mager. Dit getuigt van een gevaarlijke visieloosheid. Geregeld zal spanning optreden tussen het eigenbelang, dat wordt gediend door economische diplomatie, en een open blik voor zwarte zwanen die wijzen op gebrek aan mensenrechten, menselijke waardigheid en transparantie.

Een buitenlandbeleid is nodig waarin politiek-inhoudelijke ambities over de rol die Nederland op het wereldtoneel wil spelen, de doorslag kunnen geven. Het siert Rosenthal dat hij niet nogmaals leergeld wil betalen. Toch is dat wat hij dreigt te doen als hij – samen met Verhagen – met droge ogen beweert dat de Golf een prioriteitsregio is voor economische diplomatie, zonder iets te zeggen over de ernstige mensenrechtenschendingen in Saoedi-Arabië of Bahrein. Dat is ook wat hij dreigt te doen als hij – samen met Verhagen – stil blijft over olieleveranties van Shell voor de tanks van het Syrische regime tijdens het neerslaan van demonstranten.

In de 21ste eeuw blijft diplomatie mensenwerk. Diplomaten komen op voor politieke en mensenrechtelijke waarden die door dominante economische krachten niet vanzelfsprekend worden gegarandeerd. Daarvoor moeten diplomaten maatschappelijke fricties blootleggen. Ze moeten spanningen en tegenstellingen benoemen en doorvertalen.

Om ten volle de toegevoegde waarde van diplomaten te benutten, zou Nederland moeten investeren in hun landen- en mensenkennis en in hun netwerken, tot in de haarvaten van prioriteitsregio’s. Die buitenlandse voelsprieten en de berichtgeving daarover moeten fungeren als tegenwicht en als realitycheck voor de politieke wensenlijstjes van de andere departementen. De Tweede Kamer moet de komende jaren inzicht krijgen in de werkwijze van diplomaten in landen waar die spanning tussen economische belangen en mensenrechten groot is. Dat kan bijvoorbeeld, zoals in het Amerikaanse Congres, door het horen van ambassadeurs en mensenrechtendiplomaten en door feitelijk overleg over de landen waar zij werkzaam zijn.

Wie zwarte zwanen wil spotten, moet vaardige diplomaten op pad sturen, durven laten luisteren en laten vertellen. Dat is de toegevoegde waarde van diplomaten. Zij moeten toch meer doen dan zilverpoetsen voor het bedrijfsleven. Goed weten wat in andere landen speelt en welke wensen mensen daar voor hun toekomst hebben, is uiteindelijk ook eigenbelang.

Mariko Peters is Tweede Kamerlid voor GroenLinks. Petra Stienen is auteur van Dromen van een Arabische lente. Beiden zijn voormalig diplomaat.