Het verleden is gevoelig, het heden is nog veel gevoeliger

Het nieuwe Nationale Museum in China opent met een gecensureerde geschiedenisexpositie. En met een tentoonstelling van Vuitton-tassen. De Chinees heeft er de toegangsprijs van één euro niet voor over.

Visitors look at the exhibition at the National Museum of China in Beijing, China, 1 March 2011. The National Museum of China formally reopened on Tuesday (1 March 2011) with state-of-the-art facilities topped by the cream of ancient Chinese artefacts. The central government closed the museum for renovations in March 2007, ahead of the Beijing Olympics. By the end of last year, the revamping had cost 2.5 billion yuan (US$380 million), nearly two-thirds what it cost to build the Birds Nest stadium. Its collection has almost doubled to more than a million items, with most of the newcomers being the best Chinese archaeological finds in recent years.
Visitors look at the exhibition at the National Museum of China in Beijing, China, 1 March 2011. The National Museum of China formally reopened on Tuesday (1 March 2011) with state-of-the-art facilities topped by the cream of ancient Chinese artefacts. The central government closed the museum for renovations in March 2007, ahead of the Beijing Olympics. By the end of last year, the revamping had cost 2.5 billion yuan (US$380 million), nearly two-thirds what it cost to build the Birds Nest stadium. Its collection has almost doubled to more than a million items, with most of the newcomers being the best Chinese archaeological finds in recent years. Imaginechina

Met een strak gezicht marcheert historicus en journalist Yang Jisheng (78) door de marmeren gangen van het nieuwe Nationale Museum van China aan het Tiananmenplein. Uitsluitend omdat zijn kleindochter de ambitieuze expositie „De weg naar vernieuwing” heeft bezocht met haar middelbare-schoolklas, heeft hij zijn instinctieve weerzin overwonnen tegen een bezoekje aan het pas heropende, gerenoveerde stalinistische gebouw in het hart van Peking.

„Ik ga nooit naar historische tentoonstellingen. De feiten zijn bedacht en gerangschikt door de overwinnaars en niet door onafhankelijke historici. Maar nu wilde ik met eigen ogen zien wat onze jeugd wordt voorgeschoteld en waarom zij het zo mooi vond”, zegt Yang Jisheng later op de redactie van zijn maandblad, Kronieken van de geschiedenis (Yanhuang Chunqiu). De voormalige Xinhua-journalist schreef boeken over Mao’s desastreuze politieke experimenten. Zijn op een na laatste boek Grafsteen (2008), over de hongersnood tijdens de Grote Sprong Voorwaarts, heeft hem beroemd gemaakt. „Deze expositie is een combinatie van waarheden, halve waarheden, verdraaiingen, verzinsels en weglatingen. De omissies zijn, zoals zo vaak in China, interessanter dan de feiten”, bromt hij.

Historische exposities organiseren is in communistisch China een eenvoudige zaak. Er is één lijn en dat is de partijlijn. Maar toch, als de hoogste leiders van de CPC meekijken – het politbureau woont en werkt schuin tegenover het museum bij de Verboden Stad – betreedt de curator een mijnenveld.

Dat er binnenskamers uitvoerig is gediscussieerd over de juiste interpretatie van de recente geschiedenis, blijkt volgens journalist Yang uit het feit dat het museum aanvankelijk al in 2005 en vervolgens in 2008 heropend zou worden. Die deadlines werden niet gehaald. Hij denkt dat dat dat komt doordat het politbureau het niet eens kon worden over de interpretatie van de feiten en over de rol van sommige personen.

Met de negentigste verjaardag van de CPC op 7 juli in aantocht en de honderdste verjaardag van de revolutie van 1911 in oktober, is het Nationale Museum van China uiteindelijk toch heropend. Het is, dankzij de Duitse architectenfirma Gerkan, Mark & Partners, vanbinnen lichter en toegankelijker dan verwacht. Yang heeft er geen oog voor. Hij heeft zelfs geen zin meer om de grote collectie keizerlijke kunstschatten te bewonderen en ook niet om de zuidelijke vleugel te bezoeken.

Daar is op kosten van Duitse belastingbetalers de expositie ‘De kunst van de Verlichting’ ingericht door Duitse staatsmusea uit Berlijn, Dresden en München. „Het Europese licht versus onze duisternis. Goeie kop boven een artikel”, constateert Yang cynisch.

De opzet is inderdaad verwarrend: een strak gecensureerde geschiedenisexpositie naast een ode aan de vrijheid van expressie. Voeg daarbij de kleine tentoonstelling van Louis Vuitton-tassen, die deze week wordt geopend, en de chaos aan indrukken is compleet.

De meeste Chinezen kunnen de Louis-Vuitton-tassen nooit betalen. Ze zijn trouwens ook niet bereid de toegangsprijs van 1 euro te betalen om te kijken naar schilderijen van kroonprinses Thérèse von Bayern van Johann Peter von Langer, of naar de schoenen van Immanuel Kant in de zaal met de naam ‘Emancipatie en de publieke ruimte’. De zaal met werken van Warhol, Beuys en Pollock heet ‘Vrijheid van de kunst’. Niet verbazingwekkend dat de Chinese kunstenaar Ai Weiwei voor zijn arrestatie de opzet van het museum „absoluut krankzinnig” noemde.

Yang Jisheng, opgegroeid met het rode boekje en nog altijd lid van de CPC: „Dit is het moderne China ten voeten uit. We zijn een natie in ideologische verwarring, we staan op een kruispunt in onze geschiedenis en we weten nog niet welke richting we moeten inslaan. Gaan we het Westen achterna? Of kiezen we een koers die ons brengt bij de modellen in Singapore of Indonesië, landen die net als hier door kleine elites worden bestuurd?’’

Niettemin valt er veel te bekijken op ‘De weg naar vernieuwing’. Historische foto’s van Chinese militaire fotografen; nieuwe realistische schilderijen met gespierde boeren en arbeiders, werkend aan de opbouw van Nieuw China; de galg waaraan talloze tegenstanders van Mao stierven; oorlogstaferelen met klank en licht. De tekstspanelen bevatten de onversneden communistische retoriek die in de media, in speeches en zelfs de partijpers niet vaak meer wordt gebruikt.

„De drie bergen van het imperialisme, het feodalisme en het bureaucratisch-kapitalisme, die zo lang het Chinese volk hebben onderdrukt, zijn weggevaagd”, informeert het paneel bij de stichting van de Volksrepubliek. En uiteraard is er aandacht voor de Nederlandse communist Henk Sneevliet, die in opdracht van Stalins Komintern naar China was gestuurd in 1921 om mee te werken aan de oprichting van de CPC.

Gevoelige periodes worden niet volledig verzwegen. De Grote Sprong Voorwaarts wordt aangestipt met een korte tekst over de problemen en de strijd om China te industrialiseren. Er werden zelfs „fouten” gemaakt. Over de slachtoffers van de hongersnoden en het geweld niet meer dan dat de bevolking offers bracht. Volgens nieuw onderzoek van historicus Yang in 2008 en de Nederlandse sinoloog Dikotter in 2011 stierven 45 miljoen boeren een vroegtijdige dood als gevolg van deze „fouten”.

De Grote Culturele Revolutie(1967-1977), in feite een grootschalige en dodelijke zuivering van de partij naar Stalinistisch voorbeeld, wordt afgedaan in een onderschrift bij een foto van Mao Zedong. Er wordt in ‘De weg naar vernieuwing’ überhaupt weinig uitgelegd. Waarom Mao tijdens de eerste twintig jaar van de Chinese Volksrepubliek de strijd met de Amerikanen aangaat op het Koreaanse schiereiland blijft voor de museumbezoekers een raadsel. En ook waarom hij een permanente haatcampagne tegen de „imperialistische kapitalisten” organiseert om vervolgens allerhartelijkst met president Nixon en diens nationale veiligheidsadviseur Kissinger in 1972 aan tafel te gaan.

Ronduit verrassend is het verzwijgen van het overlijden van Mao Zedong in 1977 en de daarop volgende crises rondom het leiderschap met de vierde mevrouw Mao en haar Bende van Vier in de hoofdrol. Iedere vorm van nabeschouwing over het leven van Mao ontbreekt.

Opeens, althans in de versie van de tentoonstelling, is Deng Xiaoping de overkoepelende leider en ontwikkelt China zich tot een socialistische markteconomie. Geen enkel karakter over het feit dat Mao het land in diepe armoede had gestort .

Dengs witte cowboyhoed herinnert aan zijn bezoek aan de VS, maar waarom hij het revolutionaire erfgoed van Mao op de vuilnisbelt gooide, blijft onvermeld. Waarom „de man met de melancholieke ogen” (Kissinger in On China) communistisch Vietnam binnenviel of een grensoorlogje met India ontketende blijft, net als de feiten zelf, onvermeld.

Het ‘4 juni-incident’ – de dag dat Deng Xiaoping het Tiananmenplein liet schoonvegen door het leger – wordt met een paar foto’s en voor de goede verstaander waarneembare verwijzingen toch in herinnering gebracht. Geen woord, geen foto of ook maar de geringste verwijzing naar de debatten en de ideologische strijd achter de schermen, toen China op een ideologisch breukvlak was aangekomen.

Als Deng Xiaoping is opgevolgd door de technocraat Jiang Zemin maken de samenstellers van de expositie vaart. „Het verleden is gevoelig, het heden is nog gevoeliger, want de hoofdpersonen leven nog”, legt Yang uit.

Het slot van de expositie is een aaneenschakeling van technologische en economische successen. Er worden satellieten en ruimtevaartuigen gelanceerd en en passant redt president Hu Jintao de wereldeconomie, wat niet ver bezijden de waarheid is.

De boerenguerrillastrijders van weleer die het opnamen tegen de nationalisten, de Japanners, de Amerikanen, zijn technocraten, ingenieurs, bankiers en ondernemers geworden. Niettemin blijft de Volksrepubliek een marxistisch-leninistisch land, zij het met „Chinese karakteristieken”, luidt het slotwoord.

„Wat niet verteld wordt, is dat het Chinese model op het oog heel succesvol is, maar dat de ongelijkheid, die altijd al heeft bestaan in de samenleving, niet kleiner is geworden. De taart is inderdaad heel veel groter geworden. De verdeling is nog steeds heel erg onredelijk en dat is als we de negentigste verjaardag van de partij gaan vieren een pijnlijke constatering’’, zegt hoofdredacteur Yang.

Hij omschrijft de top van de partij als de kleine bovenlaag die, samen met hun families, de managers van de grote staatsbedrijven en de banken, de tweede economie van de wereld bestuurt. Voeg daarbij de bovenkant van de middenklasse – ondernemers, advocaten, artsen, professoren, handelaren en ook journalisten – en het beeld van de nieuwe elite is compleet. „Degenen die de zwaarste prijs hebben betaald voor de ontwikkeling van het moderne China zijn het slechtst af. Dat is niet cynisch. Dat is een feit waarover je in dat museum niets te weten komt”, zegt Yang Jisheng.

En wat vond zijn kleindochter eigenlijk van de expositie? „Zij zei dat ze het mooi en indrukwekkend vond, maar ze had graag meer details gehoord”, vertelt Yang. Zijn kleindochter gaat na haar examen medicijnen studeren aan de 100-jarige Tsinghua Universiteit, de Alma mater van Hu Jintao. „Zij wil geen lid worden van de partij. Maar ik heb haar aangeraden daar goed over na te denken als zij carrière wil maken. Ik zal haar niet tegenhouden”, zegt historicus Yang pragmatisch.

Oscar Garschagen