Golvende dansmenigte

Meedoen of alleen kijken: het dansevenement Utrecht Danst laat de keuze aan de deelnemers. Meer dan ooit gooiden de mannen de heupen los.

Eerste signaal, nog voor ik de stationshal van Utrecht Centraal heb bereikt: kleine, uitgelaten meisjes met gigantische, zwarte sneakers. Tweede signaal: twee jongens, coole Antillianen, die elkaar op straat even omhelzen en opgewonden beginnen te praten: „Man, het is modern, dus je moet er niet te veel van verwachten hoor.” „Doe je ook een salto?” „Nee, wel een duet.” Al ver voor de Steenweg laat de muziek voor de aanstaande hiphop-battle het borstbeen trillen.

Utrecht Danst heet het evenement en dat is een titel die de lading dekt, want gedanst wordt er. Twee weken geleden ontving de organisatie van deze Utrechtse ‘Culturele Zondag’ er de prijs voor het Leukste Stadsevenement van Nederland 2010 voor. Het is een stadsfeest voor iedereen en op een prettige, menselijke schaal, mooi over de binnenstad verspreid, met natuurlijk hier en daar knetterharde muziek en plaskruisen, maar zonder echt grote massa’s die elk moment dreigen te ontsporen en zonder gigantische, ordinaire rotzooi van, pakweg, Koninginnedag of een voetbalhuldiging.

Utrecht Danst laat de bezoeker de keuze: meedoen of alleen kijken, beide is goed. Al brengt niets mensen nader tot elkaar dan samen een dansje leren. Vooral als je twee linkervoeten hebt – als je al weet wat links is. Samen fouten maken en erom lachen, want het hindert niet: we doen het omdat we het leuk vinden. Bij het instuderen van de speciaal voor de gelegenheid gemaakte U-Dans op het Domplein en de Mariaplaats is het een golvende, glunderende dansmenigte en als ik mijn gêne even overwin en me ook de ‘African-Shakira-Pinguin-Around the World’ probeer eigen te maken, begint het al snel te stromen: hallo endorfine!

Die is hard nodig voor het doorstaan van de choreografie Muse dans la Promenade van Isabelle Beernaert, bekend van So You Think You Can Dance en nu aanbeden als de Heilige van de Huilie-huiliedans. In Museum Speelklok maakte zij een choreografie over het drama van „de vele kinderen die zomaar verdwijnen en vermist raken”. „Wel een beetje korte stukjes”, zegt een opmerkzaam jongetje van zes tegen zijn vader.

Vaders, vriendjes, broertjes, zoons en echtgenoten doen overigens meer dan ik ooit heb gezien mee met alle salsa, lindyhop, U-Dans, quickstep, tango, hiphop, bachata, zouk, balfolk enzovoort, en naar het zich laat aanzien niet (alleen) omdat ‘zij het nu eenmaal zo leuk vindt’. Het lijkt erop dat de Nederlandse man de dans als serieuze optie begint te beschouwen. En vergis ik me nu, of is hij iets soepeler aan het worden, minder geremd? Misschien is dat wishful thinking. Maar wie rondloopt op Utrecht Danst gaat vanzelf positief denken.