Machtsstructuren blijven onduidelijk

Een grote zuivering van leger en inlichtingendienst heeft Servië nooit gekend. Er bleef veel ruimte voor duistere machinaties. „De tumor moet er nog uit.”

Belgrado. - Nu Ratko Mladic uiteindelijk in de logeerkamer van zijn neef is gevonden, zijn er een hoop Serviërs die hem snel een paar vragen willen stellen. Want binnen tien dagen wordt hij waarschijnlijk uitgeleverd. Dan zijn ze hem weer kwijt zijn aan het Joegoslavië-tribunaal.

Het geldt bijvoorbeeld voor de advocaten van de nabestaanden van twee soldaten die in 2004 onder vreemde omstandigheden omkwamen toen ze de wacht liepen op een legerbasis in Topcider, een buitenwijk van Belgrado. Familieleden hebben aanwijzingen dat de dienstplichtige jongens zijn vermoord omdat ze op de schuilplaats van Mladic waren gestuit. Het staat vast dat het Servische leger de ex-generaal in ieder geval tot 2003 onderdak heeft geboden.

De Topcider-zaak zou kunnen bewijzen dat dit nog veel langer is doorgegaan. Na een moeizame juridische strijd is al wel duidelijk geworden dat het officiële onderzoek naar de dood van de jongens van geen kanten klopt. Dat heeft vastgesteld dat ze op elkaar zouden hebben geschoten. De ware toedracht is echter nog altijd niet boven water. „Vraag aan Mladic of hij of zijn helpers op 5 oktober 2004 op de kazerne bij Topcider waren”, roept advocaat Predrag Savic autoriteiten op via de Servische pers. „Als we die informatie hebben, kunnen we verder met onze zaak.”

De regering krijgt complimenten voor de arrestatie donderdagochtend, maar de toedracht roept net zo veel vragen op. Hoe is het mogelijk dat Mladic gewoon in huis bij zijn neef is aangetroffen? Er zijn in Servië weinig huishoudens met de familienaam Mladic. Werden die dan niet allemaal in de gaten gehouden? Zestien jaar uit handen blijven van justitie was onmogelijk zonder hulp van binnenuit. Vrij algemeen wordt aangenomen dat delen van de inlichtingendiensten en het leger hem bescherming boden.

Hoewel president Slobodan Milosevic in 2000 tot aftreden werd gedwongen, is binnen de Servische overheid nooit een diepgaande zuivering gevolgd. De in de jaren negentig oppermachtige inlichtingendiensten en het leger behielden ook onder de democratische regeringen een groot deel van hun invloed. Daarin is slechts heel geleidelijk verandering gekomen. Door natuurlijk verloop, vroege pensioneringen en uitleveringen aan het tribunaal Den Haag.

„Ik wil wel eens weten hoe president Tadic de inlichtingendiensten zo ver heeft gekregen hem op te geven”, zegt Zoran Dragisic, docent veiligheidsstudies aan de universiteit van Belgrado. „Formeel is hij de baas van de geheime dienst, maar het is een zeer gesloten wereldje. Ook voor mij is het nog vaak een mysterie wie wie onder controle heeft.”

De president zegt zelf ook vragen te hebben. Hij kondigde donderdag aan een onderzoek in te stellen. Daaruit zou moeten blijken waar Mladic zich de afgelopen jaren precies heeft opgehouden en of hij handlangers binnen de overheid had.

„Dat is een belofte waaraan ik hem wil houden”, zegt Jelena Milic, directeur van het centrum voor Europees-Atlantische studies. Ze deed twee jaar geleden onderzoek naar verdachte sterfgevallen in het leger en stuitte naar eigen zeggen op een berg bewijzen dat de rechtszaken door de staat zijn beïnvloed. „Dit is hét moment om te zoeken naar de structuren achter dit soort cover ups.” Zonder democratische controle over het inlichtingenapparaat en leger, wordt Servie volgens Milic nooit een stabiel land. „De tumor moet er nog uit.”

Bijna een jaar na de schietpartij bij Topcider kwamen in juli 2005, een paar weken na elkaar, ook drie jongens om het leven op een legerbasis in de buurt van de stad Leskovac (Zuid-Servië). Een van hen was Srdjan Ivanovic. Zijn diensttijd zat er bijna op toen hij omkwam. Tijdens zijn laatste verlof vertelde hij thuis dat hij als chauffeur diende voor de gezochte generaal, vertelde vader Milorad Ivanovic twee jaar geleden aan de rand van het graf.

Het lichaam is volgens Ivanovic door het leger snel weggemoffeld, onder de grond, hoewel er aanwijzingen van een misdaad of marteling waren. De eerste jaren na de dood van Srdjan hadden zijn vader en broer nog hoop op een onafhankelijke autopsie. Daarna hebben ze er toch maar een grote steen op het graf laten zetten, in vier verschillende kleuren marmer. Op de voorkant staat een portretfoto, op de achterkant een waarop Srdjan met wapens poseert. „Ik weet niet eens zeker of hij hier wel ligt”, zegt zijn vader bij het graf van zijn zoon, op een enorme begraafplaats aan de rand van Belgrado.

Het graf zou ook leeg kunnen zijn.