Een decadent kruidenierswerk

Het was vaak wel erg grof, de kritiek op de vele remises van de wereldkampioenskandidaten in Kazan. De schaakliefhebbers zijn over het algemeen geen hooligans, maar nu waren hun reacties op verschillende websites extreem bitter en honend. Hier en daar werd het einde van het schaken aangekondigd. Er was ook een grootmeester die voor de website van Chessbase werkte en dienst weigerde, omdat hij alleen nog maar commentaar wilde geven als de Sofiaregels golden, die vroegtijdige remises verbieden. Chessbase was het helemaal eens met de staker.

In Kazan werden dertig partijen met klassieke bedenktijd gespeeld en daarvan werden er slechts drie beslist, terwijl het normale percentage van besliste partijen, ook op het hoogste niveau, tegen de 50 procent is. Maar hoe kwam het, al die remises? Je zag het van tevoren aankomen. De matches van de kwartfinales en de halve finales bestonden uit vier partijen, wat betekende dat één verliespartij vrijwel zeker uitschakeling betekende. Geen wonder dat de spelers voorzichtig waren.

Het stuit me tegen de borst als buitenstaanders de topschakers willen vertellen welke tactiek ze moeten volgen in een wedstrijd die voor sommigen de belangrijkste van hun leven was. De vergelijking is een beetje kras, maar ik moest denken aan een paar schaakschrijvers uit de nazitijd.

De Oostenrijker Franz Gutmayer doorvlocht zijn schaakbeschouwingen met antisemitische scheldpartijen. Zijn held was Paul Morphy (1837-1884) en het geschaak van de twintigste eeuw was voor hem decadent kruidenierswerk.

Emil Joseph Diemer voerde de eretitel ‘Schaakreporter van het Grootduitse Rijk’. Hij was een sterker schaker dan Gutmayer, maar vergeleken met het jonge Duitse talent Klaus Junge was hij hoogstens bevoegd om Junge’s schoenen te poetsen. Toch kreeg Junge er van langs toen hij Catalaans speelde, wat volgens Diemer een laffe opening was.

De traditie dat technische verfijningen beschreven worden als een degeneratie van het spel is minstens anderhalve eeuw oud. Je wil er niet aan meedoen.

Alles goed en wel, maar die remises in Kazan maakten je toch niet vrolijk. Toen ik de kandidatenmatches volgde en zag dat er tegelijkertijd in Lublin een toernooitje met Alexei Shirov aan de gang was, dacht ik: wat zal het prettig zijn om straks over Shirov te kunnen schrijven, ook al staat er daar in Lublin maar weinig op het spel.

Shirov won het toernooi met de mooie score van 5 uit 7 en speelde een paar opwindende partijen, zoals die hieronder. Shirov offert een stuk, een kwaliteit, een handjevol pionnen, en hij staat achtereenvolgens goed, verloren, gelijk en gewonnen. Sensationeel, maar je kunt niet verwachten dat er zo wordt gespeeld als het wereldkampioenschap in het geding is.

Alexei Shirov - Jevgeny Aleksejev, Lublin 2011

1. e4 e5 2. f4 exf4 3. Pf3 h6 De Beckervariant van het Koningsgambiet, een zeldzame gast. 4. Pc3 d6 5. d4 g5 6. g3 Lg7 Na 6...g4 kan wit een stuk offeren, ongeveer zoals hij straks in de partij doet, maar het kalme 7. Pg1 f3 8. h3 is waarschijnlijk beter. 7. gxf4 g4 8. Tg1 Kf8 9. Le3 Een stukoffer dat zwart aan had moeten nemen, ook al zou wit ongetwijfeld compensatie krijgen. 9...Pc6 10. d5 Pb4 11. a3 gxf3 12. axb4 Dh4+ 13. Tg3 Hij blijft materiaal geven. Nodig was het niet, want 13. Kd2 was ook in orde. 13...Pf6 14. Dxf3 Ph5 15. Le2 Pxg3 16. hxg3 Dd8 Met een pion voor de kwaliteit en een mooie aaneengesloten pionnenstelling staat wit ongetwijfeld goed. 17. Kd2 Ld7 18. e5 Het begin van een serie van drie pionoffers. 18...dxe5 19. f5 b6 20. d6 De bedoeling van dit tweede pionoffer is 20...cxd6 21. f6 Lxf6 22. Tf1, wat overigens nog lang niet duidelijk zou zijn. 20...Le8 21. f6 Als in een roes gaat wit te ver met zijn offers. Nu zwart f7 heeft gedekt is wits laatste zet weinig zinvol. 21...Lxf6 22. Tf1 Lg5 23. Lc4 Dxd6+ 24. Ke2 Lxe3 25. Dxa8 Gedwongen, want na 25. Dxe3 Dd4 is wit uitgepraat. 25...Dd2+ 26. Kf3

Zwart heeft twee pionnen meer en zijn koning staat beslist niet slechter dan die van wit. Na bijvoorbeeld 26...Ld4 zou hij groot voordeel hebben. 26...f5 Maar hiermee zet zwart zijn eigen koning akelig op de tocht. 27. Dc8 Kg7 Beter was 27...e4+ 28. Pxe4 fxe4+ 29. Kxe4+ Lf2, waarna wit niet meer dan eeuwig schaak zou hebben. 28. Dxc7+ Kf8 Misschien viel de partij met 28...Kg6 nog te houden. 29. Dxe5 Lh5+ 30. g4 Lxg4+ 31. Kg3 Wit wint, zijn koning is nu veilig. 31...Dd4 32. Db8+ Kg7 33. Dc7+ Kg6 34. Df7+ Kg5 35. De7+ Of zwart hier opgaf of de tijd overschreed weet ik niet. Na 35...Kg6 36. Lf7+ Kh7 zou wit winnen met de mooie zet 37. Pe4.