Weinig hoop op hoge klassering bij Spelen in Londen

Nederland wilde bij Spelen bij de tien beste landen behoren. Dat doel is nu verlaten. „We willen na 2012 vooral doorpakken naar 2016.”

Niet een plaats in de toptien, maar zo veel mogelijk medailles winnen, dat is het doel dat sportkoepel NOC*NSF volgend jaar tijdens de Olympische Spelen nastreeft. Zowel directeur Gerard Dielessen als technisch directeur Maurits Hendriks wenst pas tijdens de Spelen van 2016 in Rio de Janeiro op de ‘toptien’ te worden afgerekend.

Dat is een breuk met het beleid van de laatste jaren, waarin de verantwoordelijke mensen de doelstelling toptien meekregen. Maar de ploeg die volgend jaar in Londen actief wordt biedt volgens de betrokkenen weinig hoop op hoge klassering in het medailleklassement. Dat wordt niet openlijk uitgesproken, maar verdoezeld doordat de nieuwkomers Hendriks en Dielessen het moment voor hun afrekening verleggen naar ‘Rio de Janeiro’. Beiden herhaalden dat tijdens een persreis van NOC*NSF naar olympisch Londen.

Dielessen: „Ik ben vorig jaar pas begonnen bij NOC*NSF en weet niet wie die ambitie voor 2012 heeft geformuleerd. Je kunt niet in één jaar een programma optuigen. Ik richt me op 2016. Wat niet wil zeggen dat we in Londen geen toptien kunnen halen. Ten opzicht van de Spelen in Peking, waar Nederland twaalfde in het medailleklassement werd, hebben we hoge verwachtingen. Maar we willen na 2012 vooral doorpakken naar 2016.”

Hendriks verbindt zich evenmin compromisloos aan het uitgangspunt van een plek in de toptien in Londen. Hij is druk doende met de inrichting van een staf van specialisten die de olympische ploeg moeten ondersteunen. En ook voor de man die de dubbelfunctie van technisch directeur en chef de mission vervult geldt dat hij pas in 2016 op de toptiendoelstelling beoordeeld wil worden. „Wij blijven hard werken en hopen dat het in Londen tot veel gouden medailles leidt. Dat bepaalt voor een groot deel de positie in het medailleklassement. Maar ik hecht meer aan het totaal aantal medailles. Bij de Spelen in Peking waren dat er veertien. Dat moeten er wat mij betreft in Londen meer worden.”

Nederland moet een sportland van nog grotere betekenis worden. Dat streven wordt niet losgelaten. Daarover wil Gerard Dielessen geen misverstand laten bestaan. Alleen door stijging van de inkomsten kunnen de Nederlandse sporters volgens Dielessen en Hendriks optimaal ondersteund worden en mag van Nederland een plaats in de wereldtop verlangd worden. Maar hun grote probleem is: hoe maak je die ambitie betaalbaar? De oplossing lijkt een beetje meer geld van de overheid, wat meer inkomsten uit de kansspelen en een beetje revenuen uit de markt.

Dielessen vroeg in Londen nog eens aandacht voor financiering van de topsport. Hij begrijpt dat in deze economisch kommervolle tijden van de overheid geen grote investeringen gevraagd kunnen worden. Hij prijst zich daarom gelukkig dat de sportsector buiten de bezuinigingen is gehouden en het kabinet via de kansspelen als de Staatsloterij en een nieuwe Eurojackpot extra geld probeert vrij te maken. Dat zou tot een nieuwe inkomstenbron van 90 miljoen euro moeten leiden.

Dielessen hoopt dat het politieke spel dat momenteel over de loterijportefeuille van staatssecretaris Fred Teeven van Justitie gespeeld wordt in het voordeel van de sport uitvalt. Als Teeven de bedenkingen van met name CDA en PvdA kan wegnemen, gaat een deel van de opbrengst van de kansspelen naar de sport.

Veder ziet Dielessen mogelijkheden om het aantal hoofdsponsors van NOC*NSF uit te breiden. Dat moeten er meer worden dan de huidige vijf Partners in Sport, zoals de sportkoepel die belangrijkste geldschieters afficheert. „Die zijn samen goed voor 10 miljoen euro aan inkomsten. Wat mij betreft stijgt dat bedrag naar 15 miljoen.”

Hendriks blijft intussen werken aan ideale omstandigheden voor sporters in Londen. Hij vertelde dat NOC*NSF in Londen nabij het olympisch atletendorp een eigen highperformancecentrum gaat inrichten. Daarmee wil hij bereiken dat sporters hun trainingen tijdens de Spelen op het door hen gewenste niveau kunnen uitvoeren.

In dat centrum zal naast bijvoorbeeld een krachtcentrum ook sportpsycholoog Rico Schuijers een plaats krijgen. Hendriks is daarmee de eerste technisch directeur die ruimte creëert voor een mentale begeleider tijdens de Spelen.