Staatsfonds Libië nam vreemde beslissingen

Het lijkt er op dat de grote banken er vroeg bij zijn geweest om Libië te straffen. Het is geen verrassing om een hele waslijst van internationale financiële topinstellingen tegen te komen in een uitgelekt rapport waarin de bezittingen van het met 53 miljard dollar (37,2 miljard euro) gevulde staatsfonds Lybian Investment Authority (LIA) eind juni 2010 op een rijtje worden gezet. Destijds vielen de buitenlandse overheden immers over elkaar heen bij hun pogingen het regime van kolonel Gaddafi te omarmen. Maar afgezien van alle plotselinge verlegenheid om met dit regime in verband te worden gebracht zullen sommige instellingen zich dieper schamen dan anderen.

Het Libische staatsfonds had in de drie maanden tot en met juni vorig jaar 4,5 procent van zijn waarde verloren. Dat was niet heel rampzalig, gezien de toestand van de wereldeconomie. Maar sommige gokken pakten slechter uit dan andere en het fonds stelde, vóórdat zijn bezittingen door Europa en de Verenigde Staten werden bevroren, duidelijk het idee op de proef dat staatsfondsen bedoeld zijn om de financiële zekerheid van een land te versterken.

De banken die de verlieslijdende gestructureerde beleggingsproducten hebben ontworpen zullen zich dubbel schamen. Het LIA is 70 procent kwijtgeraakt van de waarde van één enkel product van Société Générale en een boekwaarde vertegenwoordigde van 1 miljard dollar, bovenop nog twee slecht presterende financiële instrumenten van de Franse bank. Producten van Dresdner Bank en Crédit Suisse boekten ook verlies. 7 procent van het LIA zat in alternatieve beleggingen – wat stoutmoedig is voor zo’n jong fonds.

Een paar andere besluiten van het LIA maken ook een vreemde indruk. In plaats van het geld buiten het land te beleggen om de economie te diversifiëren, wordt 37 procent van de bezittingen vastgehouden in contanten en deposito’s bij de Centrale Bank van Libië. Op de aandelenmarkt was het van olie afhankelijke land zeer gevoelig voor de energiesector, met belangen in allerlei bedrijven, van Exxon Mobil tot Koninklijke Shell. Daardoor is het fonds extra kwetsbaar geworden voor olieprijsschommelingen.

De achtergrond van andere besluiten is onduidelijk. Was het verstandig dat het LIA obligaties kocht van andere olie-landen, zoals Abu Dhabi? Of van andere staatsfondsen? Dat soort beleggingen kan stabiele rendementen opbrengen, maar helpt de economie niet diversifiëren. Het vinden van een zinvolle bestemming voor 53 miljard dollar is misschien geen eenvoudige taak, maar LIA en zijn vermogensbeheerders hebben niet bepaald goed werk geleverd.

Una Galani

Vertaling Menno Grootveld