Spaanse Lente op plein van de zon

De betogers in Madrid zijn vooral antiglobalisten.

Het systeem moet omver, vinden zij. Er is ook kritiek: „Als we ons blijven verzetten, gaat het alleen maar slechter.”

Na anderhalve week bivakkeren op het centrale Puerta del Sol-plein in Madrid is het enthousiasme van de betogende Spaanse jongeren nog springlevend. Hun protestkamp breidt nog elke dag uit. Onder een lappendeken van stukken landbouwzeil hebben ze uitgiftepunten voor eten en drank gemaakt, chemische toiletten, een crèche en zelfs een afdeling gevonden voorwerpen.

Overdag praten ze over politiek en economie. Ze stellen petities op over de noodzaak van „revolutie in Spanje” en de „omverwerping van het kapitalisme”. Maar ook over andere wereldproblemen: de situatie in de Westelijke Sahara, huiselijk geweld en de onzekere positie van illegale migranten. Achter een straalwagen van de televisie zitten vier jongens. „Wij moeten bepalen hoe we de revolutie respectvol kunnen laten verlopen”, zegt een van hen, roodgekleurd door de zon en de ogen glazig na een jointje.

Elke avond krijgt de harde kern gezelschap van duizenden andere, vooral jonge, Spanjaarden. Zij zingen revolutionaire leuzen uit het begin van vorige eeuw, terwijl ze met hun mobiele telefoons aan vrienden laten weten dat ze erbij zijn op ‘Sol’. Zo bezien kan het plein een broeinest van verandering lijken. Sommige spandoeken maken expliciet vergelijkingen met de protesten in het Midden-Oosten. Internationale media gaan er gretig in mee. Ze berichten dat de zogenoemde ‘Arabische Lente’ de Middellandse Zee is overgestoken en tot een ‘Spanish Spring’ leidt.

Ondanks het enthousiasme en alle media-aandacht, blijft de omvang van het protest beperkt. Op het hoogtepunt vorig weekeinde stonden maximaal 30.000 mensen op het plein. Bij protesten tegen de inval van Irak of na terreuraanslagen van ETA en Al-Qaeda gingen Spanjaarden met honderdduizenden de straat op. De harde kern is geen dwarsdoorsnede van de Spaanse jeugd. Het zijn bijna allemaal jongeren die al actief waren in de antiglobaliseringsbeweging.

Economen die doorgaans de zegeningen van de markt verdedigen, zeggen dat het jongerenprotest serieus moet worden genomen. Na het uiteenspatten van de vastgoedzeepbel die ruim tien jaar de motor van de economie was, ziet het toekomstperspectief van jongeren er somber uit. Samen met migranten vormen ze de groep die het zwaarst getroffen is door de hoge werkloosheid van officieel 21,3 procent. „Het is de frustratie van hen die laat aankomen op een feestje, waar de drank al op is en de muziek uitstaat”, verwoordt econoom Tano Santos hun onvrede.

De betogers concluderen dat het huidige systeem niet meer te repareren is en omvergeworpen moet worden. Ze heffen antikapitalistische leuzen aan als ‘de ondernemer is niet nodig en ‘lang leve de arbeidersstrijd’. In de oren van Pilar Lovelle is dat gedateerde retoriek. „Alsof er nog geld is om iedereen voor de staat te laten werken”, zegt de 22-jarige studente op de campus van de Carlos III-universiteit, buiten Madrid. „Over welke arbeidersstrijd hebben ze het? Het is vooral het midden- en kleinbedrijf dat op de fles gaat.”

Samen met andere studenten leidt ze een debatclub. Ze spraken over de jeugdwerkeloosheid in Spanje, die nu 43 procent bedraagt. Haar vriend David del Val: „Een deel van de ‘anti-globis’ zit hier op de universiteit, maar hun gedachtegoed is zo vastgeroest dat het een ontmoedigende ervaring werd. De Spaanse jeugd zou veel beter tegen hun eigen ouders in opstand kunnen komen.” Terwijl jongeren vaak alleen tijdelijke baantjes met een lage ontslagvergoeding kunnen krijgen, is er een grote groep oudere werknemers die overbeschermd is.

Door het verschil tussen deze twee extremen op de arbeidsmarkt te verkleinen, zou de economie weer aan de praat raken. Maar in een mediterraan land als Spanje is de familie het belangrijkste sociale vangnet. Jongeren willen meer zekerheid, maar niet ten koste van hun oudere familieleden. Het leidt tot een impasse die maakt dat politiek en vakbonden al jaren geen serieuze hervorming van de arbeidsmarkt aandurven.

„Als we ons blijven verzetten, dan gaat het alleen maar slechter met ons land”, zegt mededebater Alberto Gamboa. Zijn vriend David vult aan: „Dit is de 21ste eeuw. We zullen genoegen moeten nemen met minder zekerheden, daar staat tegenover dat we meer vrijheid hebben.” Pilar: „We moeten af van de instelling dat het belangrijkste is een baan voor het leven te veroveren en je niet meer te verroeren.” Het slechtst denkbare scenario, zeggen de drie studenten, is dat de eisen van demonstranten zo hoog blijven, dat hun protesten doodbloeden. „Dan zal de politiek concluderen dat ze de onvrede van de jeugd niet serieus hoeft te nemen.”