Langverwachte ‘peer review’ ook kritisch over vondst arseenbacterie

The Mono Lake is pictured 12 September 2007 in Lee Vining, California. In order to provide water for growing Los Angeles, water was diverted from the Owens River and then from the tributaries that fed Mono Lake. In 1941 the city of Los Angeles extended an aqueduct system into the Mono Basin, diverting water that would otherwise have entered Mono Lake. The water surface area was 54,924 acres (222 km²) in 1941. Water diversion soon rapidly reduced the surface area to 37,688 acres (153 km²) by 1982, resulting in a loss of nearly 27 square miles (70 km²) of lake area. Mono Lake was spared the same fate 28 September 1994, when the California State Water Resources Control Board issued an order to protect Mono Lake and its tributary streams. Since that time the lake level has steadily risen. AFP PHOTO/GABRIEL BOUYS
The Mono Lake is pictured 12 September 2007 in Lee Vining, California. In order to provide water for growing Los Angeles, water was diverted from the Owens River and then from the tributaries that fed Mono Lake. In 1941 the city of Los Angeles extended an aqueduct system into the Mono Basin, diverting water that would otherwise have entered Mono Lake. The water surface area was 54,924 acres (222 km²) in 1941. Water diversion soon rapidly reduced the surface area to 37,688 acres (153 km²) by 1982, resulting in a loss of nearly 27 square miles (70 km²) of lake area. Mono Lake was spared the same fate 28 September 1994, when the California State Water Resources Control Board issued an order to protect Mono Lake and its tributary streams. Since that time the lake level has steadily risen. AFP PHOTO/GABRIEL BOUYS Het zoute Monomeer in het oosten van Californië, waar de arseenbacterie zou zijn aangetroffen. Foto AFP/Gabriel Bouys

NASA-onderzoekers onder leiding van de Amerikaanse microbiologe Felisa Wolfe-Simon houden vol dat zij een bacterie hebben gevonden die arseen in plaats van fosfor in zijn DNA heeft ingebouwd.

Het onderzoek, dat het Amerikaanse wetenschappelijke tijdschrift Science begin december vorig jaar online plaatste, leidde tot een storm van kritiek van andere wetenschappers. Zij vonden dat de conclusies gebaseerd waren op meetfouten en niet-definitieve proeven. Ze konden niet geloven dat arseen, dat normaal giftig is voor levende organismen, in deze bacterie uit het arseenrijke Monomeer probleemloos arseen in het DNA zou kunnen zitten.

Wetenschappelijke discussie via Science

Wolfe-Simon en haar medewerkers wilden destijds niet op de kritiek ingaan. Ze zeiden de discussie via Science te laten verlopen. Vanmiddag was het eindelijk zo ver, toen Science acht technische commentaren publiceerde op zijn website, vergezeld van een repliek van het team van Wolfe-Simon. Opnieuw ligt het onderzoek zwaar onder vuur van collega-wetenschappers, ditmaal netjes onder het strenge regime van peer review.

“Het gaat er niet om te bewijzen of wij wel of niet gelijk hebben”, zegt Felisa Wolfe-Simon tegen NRC Handelsblad. “Het gaat erom dat wij nu verduidelijkt hebben wat wij met ons oorspronkelijke artikel bedoeld hebben.” Wolfe-Simon vertelt van Science de nadrukkelijke opdracht te hebben gekregen in de reactie geen nieuwe onderzoeksresultaten toe te voegen. “Het oorspronkelijke artikel moesten we heel kort opschrijven. Nu hebben we de gelegenheid gekregen de statistiek wat beter te onderbouwen.”

‘Cruciaal bewijs ontbreekt’

Maar toch is de kritiek niet mals. Biochemicus Steven Benner van het Westheimer Institute for Science and Technology in Florida begint bijvoorbeeld met de opmerking: „Als zulk arseno-DNA bestaat, dan moet veel worden herschreven van wat er de afgelopen eeuw is gepubliceerd over arseen- en fosfaatchemie, evenals veel van wat we weten van stofwisseling.” En de Hongaarse evolutiebioloog Eörs Szathmáry concludeert dat de studie “cruciaal experimenteel bewijs ontbeert.”

Het punt is dat de bevindingen van Wolfe-Simon in het oorspronkelijke artikel niet het onomstotelijke bewijs leveren dat de bacteriën uit het Monomeer arseen in plaats van fosfor in hun DNA gebruiken. Dat blijft zo, ook na de beleefde wetenschappelijke discussie die nu gepubliceerd is. Slechts nieuwe experimenten kunnen uitsluitsel geven. Wolfe-Simon zegt daar zelf al mee begonnen te zijn, naast diverse andere onderzoeksgroepen die zij monsters van de bacteriën heeft toegestuurd.

Wetenschapsjournalist Govert Schililng legde in december vorig jaar in Pauw & Witteman uit hoe bijzonder een arseenbacterie zou zijn.