De keerzijde van de ‘harde aanpak’

Geen week gaat voorbij of de minister van Veiligheid en Justitie pakt de criminaliteit keihard aan. „Minister Opstelten wil dat alle 89 criminele jeugdgroepen in Nederland binnen twee jaar keihard zijn aangepakt.” (18 mei) „Voetbalhooligans worden de komende jaren hard aangepakt om te voorkomen dat zij rondom voetbalwedstrijden de orde verstoren.” (23 mei) „Minister Opstelten

Geen week gaat voorbij of de minister van Veiligheid en Justitie pakt de criminaliteit keihard aan. „Minister Opstelten wil dat alle 89 criminele jeugdgroepen in Nederland binnen twee jaar keihard zijn aangepakt.” (18 mei) „Voetbalhooligans worden de komende jaren hard aangepakt om te voorkomen dat zij rondom voetbalwedstrijden de orde verstoren.” (23 mei) „Minister Opstelten en staatssecretaris Teeven willen de voorlopige hechtenis verruimen, samen met een uitbreiding van het snelrecht.” (20 mei) En dat was alleen de oogst persberichten van de laatste twee weken.

‘Er zijn nu zó veel regels dat de bron voor bekeuringen schier onuitputtelijk is’

Dit is al een tijdje aan de gang – ook onder het vorige kabinet. Scherper, harder, hoger, strenger – het strafrecht mag het opknappen. De onzekere burger krijgt zo waar hij voor heeft gestemd: repressie. Het gedoogakkoord met de PVV schrijft de VVD bewindslieden voor hoe het moet. Een „zichtbaar, gezaghebbend en doortastend optreden van politie en justitie”.

Nu heeft dat natuurlijk allerlei onvoorziene gevolgen; soms durft iemand binnen Justitie weleens iets op te schrijven. Dat verschijnt dan in nette vakbladen voor de strafrechtspleging als Proces of Delikt en Delinkwent. Die sturen nooit persberichten maar zijn wel de moeite waard. Vaak wordt er geschreven uit de dagelijkse praktijk van de repressie, uiteraard ‘op eigen titel’. De hoofdofficier leest mee, nietwaar.

Maar ik ook, en ik geloof m’n ogen niet. Zou het echt zó gaan? Mijn laatste confrontatie met het gezag was een stadswacht die me voor Rotterdam CS berispte omdat ik op de stoep fietste. Snel afstappen en ‘ja mevrouw’ zeggen. En er verder het mijne van denken. Dat dan weer wel. Dankzij Delikt en Delinkwent van april weet ik dat ‘mierenneuker’ roepen een boete van 650 euro had opgeleverd. Dat is namelijk (verbale) ‘agressie’ tegen een publieke gezagsdrager – de strafeis is onlangs door Opstelten verdrievoudigd.

De parketmedewerker die het onderzocht concludeerde dat die boete in geen verhouding staat tot ander strafbaar gedrag. Ook de zero-tolerance-aanpak (áltijd vervolgen) schiet z’n doel voorbij. De parketsecretarissen beoordelen deze overtredingen nogal verschillend. ‘Mierenneuker’ had een kans van 50 procent op een sepot. Willekeur dus.

Dat is echter nog niets vergeleken bij het doolhof dat een Rotterdamse jeugdofficier in Proces van april beschrijft. Hij signaleert het bestaan van zó veel wetten en regels dat „zo ongeveer alles is verboden wat je als jongere maar kunt bedenken”. Vooral de regels over verkeer en gedrag op straat vormen „een schier onuitputtelijke bron van bekeuringen”. Op het parket wordt dat ‘hangjeugden’ genoemd: ergens zijn of iets doen wat niet mag. Daarvoor zijn vooral de gestripte scooters die in Rotterdam op straat slingeren erg geschikt. Dat zijn wrakken, ooit gejat, die nog net kunnen rijden, met een „onafwendbare aantrekkingskracht op sommige jongetjes van een jaar of 13, 14”. Dat levert een stroom bekeuringen op wegens schuldheling, zonder verzekering, helm en certificaat rijden, op de stoep etc. Deze kinderen verzamelen makkelijk een paar honderd euro boete, die ze niet betalen en thuis verzwijgen of verdonkeremanen. Dan gaat het hard.

Deze officier greep in toen hij via de reclassering ontdekte dat straffen van 200 euro bij kinderen makkelijk oplopen tot 900 euro of meer. Dat leidt tot executieverkopingen van de inventaris van meestal sociaal zwakke gezinnen. De verwerking van al die bekeuringen is bij Justitie zo georganiseerd dat niemand overzicht heeft. Laat staan dat iemand controle uitoefent. Dus wat doet deze jeugdofficier? Hij grijpt in en breekt incassoprocedures af, soms op het laatste moment. Of de justitiedeurwaarder het dossier van deze of gene 13-jarige scooterpiloot maar wil ‘opleggen ter verjaring’. Het is een laatste poging van een geëngageerde officier om beginselen als ‘naar draagkracht’ en proportionaliteit overeind te houden. En om de ondergang van hele gezinnen door de ‘harde aanpak’ te voorkomen. De officier als bewaker van de spuigaten dus. Zou Opstelten dat wel in de gaten hebben?