Arrestatie Mladic

Het was blinde haat tegen moslims, zegt Voorhoeve; nabestaande is bang dat Mladic sterft voor hij berecht wordt; oud-Dutchbatters zijn opgelucht

Joris Voorhoeve:

Joris Voorhoeve was minister van Defensie. Hij was het die op de persconferentie van 11 juli ’95 zei: „Dames en heren, er heeft zich vanmiddag een ramp van grote omvang voltrokken met vergaande consequenties: de enclave Srebrenica is gevallen, is onder de voet gelopen door de Serviërs.” Achteraf is vaak gezegd dat Voorhoeve had moeten aftreden, hoewel daarom in de Kamer nooit is gevraagd. Zelf zei hij dat hij „eigenlijk beter al de dag na de Servische verovering van de enclave had kunnen aftreden”. Voorhoeve is nu lid van de Raad van State.

Hans Couzy:

Hans Couzy was in Den Haag de hoogstverantwoordelijke militair tijdens ‘Srebrenica’. De bevelhebber van de landmacht kreeg in 2003 scherpe kritiek van de parlementaire enquêtecommissie die het drama onderzocht. Hij had minister Voorhoeve slecht geïnformeerd; zijn loyaliteit lag meer bij zijn militairen dan bij de minister. De commissie noemde dat „onprofessioneel en verwijtbaar”. Ook in het eerdere onderzoek van het NIOD kreeg Couzy kritiek. Couzy heeft het altijd opgenomen voor overste Thom Karremans van Dutchbat in Srebrenica.

Cees Nicolaï:

Generaal Cees Nicolaï was stafchef van UNPROFOR, de VN-vredesmacht in de Bosnische hoofdstad Sarajevo. Hij had in juli 1995 gedreigd grootscheepse luchtaanvallen op hun stellingen rondom Srebrenica uit te voeren, als zij niet zouden vertrekken. Maar de massale aanval werd na het aflopen van het ultimatum verhinderd door het opperbevel van de VN-macht, onder leiding van commandant Janvier en gezant Akashi. Zij wilden alleen heel beperkte aanvallen toestaan. De enclave Srebrenica was daarna niet meer te behouden. Nicolaï waarschuwde dat de moslimmannen in de enclave gevaar liepen.

Bernard Janvier:

De Fransman Bernard Janvier was de hoogste militair van de VN-troepen in Bosnië. Ten tijde van de aanval op Srebrenica waren honderden VN-militairen gegijzeld door Serviërs. Janvier is er herhaaldelijk van beschuldigd een aanval op de stellingen rondom Srebrenica te hebben afgehouden, in ruil voor de vrijlating van deze gegijzelden. Maar het NIOD concludeerde in 2002 dat er voor zo’n afspraak tussen de Fransman en de Servische generaal Ratko Mladic geen enkel bewijs bestaat. Het NIOD sprak niet zelf met Janvier, maar oordeelde op basis van een eerder onderzoek van het Franse parlement.