'Montesquieu is belangrijker voor ons dan Annie Schmidt'

Zou de hartstochtelijke, temperamentvolle Carmen ook uit het Zweedse Uppsala kunnen komen? Door onze ideeën over ‘het Zuiden’ en ‘het Noorden’ weten we zeker van niet. In Spiegelpaleis Europa onderzoekt literatuurweten- schapper, historicus en ‘imagoloog’ Joep Leerssen (1955) de ‘culturele constructies’ en vooroordelen die onze identiteit bepalen.

Een gesprek over Europese trots, Europa’s duistere verleden en wat het betekent om Europeaan te zijn. „Bij de Grieken zie je een xenofobie opspelen die we voor de Ieren of de IJslanders niet gebruiken.”

Utrecht, 20-05-2011. Prof. Dr. J.T. Leerssen. Foto: Leo van Velzen NrcHb.
Utrecht, 20-05-2011. Prof. Dr. J.T. Leerssen. Foto: Leo van Velzen NrcHb.

Tallinn, Porto, Trondheim, Ljubljana, Dublin, Milano. Op een aantrekkelijke beat flitsen ze voorbij, al die magische steden. Ook als je nooit aan Europa denkt, voel je je deel van een Europese stedelijke cultuur als je in het filmhuis zit te kijken naar de goed gemaakte trailer van Europa Cinemas, het Europese netwerk van filmhuizen. Maar wat zorgt ervoor dat je dat voelt? Hebben al deze steden iets gemeen, en wat heeft dat dan met jou te maken? En als je dat ‘iets’ een Europese identiteit zou kunnen noemen, waaruit bestaat die dan precies?

De in Leiden geboren, maar in Limburg opgegroeide hoogleraar Joep Leerssen, specialist op het terrein van beeldvorming, stereotypen en projecties, onderzocht dit voor een elegant boekje dat hij Spiegelpaleis Europa noemde en dat hij besluit met een beschrijving van die trailer. Anders dan Pieter Steinz in zijn systematische reis langs de historie van de belangrijkste personages uit de Europese literatuur, eerder op deze pagina’s verschenen, kiest Leerssen voor de associatie. Hij walst zwierig door het spiegelpaleis, van literatuur naar film naar geschiedenis en beeldende kunst, draait soepeltjes door tijdperken en wisselt telkens van danspartner. Het resultaat is een balzaal vol Europese thema’s en archetypen. De zwervende Odysseus, de nobele deugnieten Lord Byron en de Graaf van Montecristo, en antwoord op de vraag waarom Carmen nooit uit Uppsala zou kunnen komen.

Wie Spiegelpaleis Europa uit heeft, weet dat elk dogma op drijfzand is gebouwd. Iedere typering is een vertekening, veranderlijk en in tegenspraak met andere typeringen. Eerst lag Europa gevoelsmatig rond de Middellandse zee, later wandelde het als het ware naar het noordwesten. Het is gebouwd op de tegenstrijdige fundamenten christendom en Verlichting. Het is rationeel en gepassioneerd, burgerlijk en nomadisch, gericht op de toekomst én belast door het verleden. Het Noorden is er koelbloedig, vindt men, het Zuiden temperamentvol – maar gezien vanuit de VS is héél Europa een soort Italië – zie de boeken van Dan Brown.

De beelden en projecties liggen in Europa schots en scheef over elkaar heen, als een bodem na een aardverschuiving. Het werk van de imagoloog is, de lagen te lokaliseren en te scheiden. Leerssen: „Het leuke van culturele beeldvorming is dat het nieuwe het oude niet verdringt. Het is anders dan met telefoons, waar het mobieltje de telefoon met slinger wegvaagt.”

Op een terras in Amsterdam bestelt Joep Leerssen Amerikaanse cola en Mexicaanse nachochips, wat erg inconsequent is voor iemand met een grote liefde voor Europa. ,,Ik heb een wetenschappelijke catalogus gemaakt van landentyperingen. Nu wilde ik iets dergelijks voor Europa doen, maar dat is zo complex, een bijna onmogelijke opgave. Ik besloot dus tot een andere aanpak, essayistischer, met een impressionistischer blik.”

Overal ter wereld zetten mensen zich af tegen het dorp, de streek of het land verderop. Is wat u beschrijft niet eerder universeel dan Europees?

„Natuurlijk is de grens tussen Europa en de rest van de wereld poreus, anders had Kurosawa nooit een Macbeth kunnen maken. Europa is een ijsberg die drijft in een wereldzee, gemaakt van hetzelfde water. Pogingen om Europa voor eens en voor altijd af te bakenen, zijn dus tot mislukken gedoemd.

„Niettemin geloof ik dat er zaken zijn die door Europeanen beter herkend en gevoeld worden dan door anderen. Sommige verhalen hebben hier gewoon meer zeggingskracht. Ik geloof bijvoorbeeld dat het verhaal van de man die uit een oorlog op weg is naar huis, van de Odyssee tot Primo Levi, Europeser is dan het verhaal van de man die als een lonesome cowboy naar de horizon rijdt.

,,Specifiek Europees ook is een soort zelfbeschouwing, het besef dat je deel uitmaakt van een lange geschiedenis. Voor ons Europeanen geldt die geschiedenis als ballast, maar zij is ook de basis van waaruit we de wereld tegemoet treden. Dat wordt gevoeld van Noorwegen tot Spanje en in Californië toch minder. Wel heeft ons donkere verleden soms aantrekkingskracht in de ogen van niet-Europeanen, Amerikanen bijvoorbeeld. Een soort sombere glamour. Ik noem dat het Humbert Humbert-principe, naar Nabokovs Lolita.”

Zijn boek is een achteruitkijkspiegel, geen richtingaanwijzer, benadrukt Leerssen. Maar via die spiegel kijken naar de actualiteit is verleidelijk, moet hij erkennen; zeker in een week dat er veel te doen is om een Franse rokkenjager en De Telegraaf Griekenland op de voorpagina ‘lui en onverantwoordelijk’ noemt. „Imagologie werkt een beetje als een discobol; je ziet dingen opeens oplichten. Neem Griekenland. Zakelijk gezien draait het om de vraag of er een weeffout in de euro zit. Maar daaromheen speelt voortdurend een meer of minder verhulde xenofobie, in stelling gebracht door een bepaalde sector van de partijpolitieke stemmingmakerijmachine, een ondertoon van ‘dit zijn luie bedriegers, we moeten van ze af’. Puur politiek vergif; sterker, om dit gif te bestrijden is Europa ooit opgericht. En kijk hoe het werkt. Grieken zijn zuiderlingen, Ieren en IJslanders niet. Van hen zeggen we dit niet.”

Zelf komt hij ook uit het Zuiden, uit Limburg. „De streek die in 1839 als politieke wissel bij Nederland is gekomen bij de afsplitsing van België. In 1848 verscheen er een brochure over De Limburgse Kwestie, waarin gesteld werd dat wij ‘die jammerlijke strook gronds’ zo snel mogelijk kwijt moesten. Nu hoort Limburg echt bij Nederland. Laten we niet te snel zijn met roepen om afstoting. Het kan verkeren.”

Leerssen studeerde in Aken en promoveerde in Dublin. Hij heeft een Ierse vrouw, woonde in Ierland en toen zijn kinderen klein waren, kwamen er Poolse au-pairs in huis.

Wat leerde het schrijven van dit boek u over Nederland?

„Hoezeer Nederland geworteld is in Europa. Montesquieu is veel belangrijker voor ons geweest dan Annie Schmidt.”

Wanneer voelt u zich Europeaan?.

„Mensen worden zich bewust van hun identiteit als ze die met iets anders kunnen contrasteren. Als er, zoals dat heet, een repoussoir is. Toen ik in 2003 een tijd in Harvard was, besefte ik hoe groot de verschillen zijn tussen de VS, zélfs New England, en Europa. Ik was laatst in Tartu, Estland. De universiteit daar lijkt sprekend op de universiteit van Aken waar ik studeerde. We gingen naar een concert, er werd Bach gespeeld. Dan besef je dat je uit een land komt waar men Bach gevoelsmatig kan plaatsen.”

Maar is dat Europees? Dit lijkt meer een beschrijving van het internationale academisch milieu.

„Dat zou je kunnen zeggen. Maar dat doet niets af aan mijn argument. Hoe hoger iemand is opgeleid, hoe meer hij door de instituties is gevormd en hoe elitairder hij dus is. Hoge cultuur geldt als iets van de elite en de elite geldt tegenwoordig als niet-representatief. Maar de invloed ervan is heel groot, en net zo is de uitstraling van hoge cultuur groter dan die van massacultuur. Natuurlijk, Homerus wordt nu minder gelezen dan Bridget Jones. Maar zonder hoge cultuur, zonder Jane Austen, was er geen Bridget Jones geweest en als je alle lezers van Homerus door de tijd heen bij elkaar optelt, dan zijn dat er veel meer dan de lezers van Bridget Jones. Homerus is meer ingesleten.”

De Duitse historicus Karl Schlögel denkt juist dat Europa gevormd wordt van onderaf. Door arbeidsmigratie en amusement; door Polen die met de Euroliner-bussen hier komen werken, jongeren die een weekendje Tallinn doen met Easyjet

„Wat Euroliner betreft ben ik het met hem eens. Poolse gemeenschappen in het westen doorbreken de isolatie van Oost-Europa. Maar over het massatoerisme denk ik heel anders. Europa als toevallige bestemming voor een weekendje feesten draagt niet bij aan het Europa-gevoel.”

Waarin wortelt het Europese overzelfbewustzijn dat u beschrijft?

„In het Eurocentrisme, het geloof dat Europa de navel van de wereld is, de kern van de beschaving. Maar het besef dat het hier zo grondig mis is gegaan, heeft ons wel genezen van het oude eurotriomfalisme. We weten dat we als Europeanen reden hebben om ons de ogen uit de kop te schamen. Soms kom je dat triomfalisme overigens nog wel tegen. Ik haal een toespraak aan van Sarkozy aan de Universiteit van Dakar, in 2007. Hij spreekt de Senegalezen toe alsof hij het tegen een kleuterklas heeft. Strekking van het verhaal: per saldo hebben we jullie meer goeds gebracht dan uitgebuit.”

Leerssens belangrijkste danspartner in Spiegelpaleis Europa is Lord Byron (1788-1824), de dichter-aristocraat die het grootste deel van zijn leven door Zuid-Europa zwierf. Leerssen schetst Byron als de antipode van de 18de-eeuws burgermaatschappij, een overblijfsel van de toen verdwijnende adellijke cultuur, de held die buiten en boven de wet stond en zijn eigen morele code volgde. Leerssen: „Het dominante ethos in westerse samenlevingen is burgerdeugd: ik houd me keurig aan de wet, ik doe mee. Daartegenover staan de groepen mensen die zeggen nee, dat geldt niet voor mij, ik bepaal zelf wat mag en wat niet mag. Die eercultuur geldt nu als iets typisch van mediterrane samenlevingen, maar het komt bij Byron vandaan.”

Kun je zeggen: het byronisme is via het bohemienschap gedemocratiseerd tot, zeg, hufterigheid?

„Elk personage dat glamour wil ontlenen aan een buitenmaatschappelijke positie is schatplichtig aan Byron. Ik denk bijvoorbeeld aan de maffia, of in eigen land aan Willem Holleeder.”

Zit er ook iets byroniaans in het populisme? Dat zet zich enerzijds af tegen de geschreven en ongeschreven wetten van de maatschappij, maar het rebelleert nu juist richting burgerlijkheid.

„Bij het populisme denk ik eerder aan de latere 19de eeuw. Daar ontstaat de melodramatische kijk op de maatschappij, de opdeling in helden en schurken, in goed en kwaad. Daarbij komt in de late 19de eeuw de notie van decadentie, de gedachte dat Europa een groot verleden heeft, maar bezig is dat te verkwanselen. Plak die twee dingen op elkaar en je hebt het populisme.”

Welke rol speelt religie in het Europese zelfbeeld?

„In onze geseculariseerde maatschappij zijn we vergeten dat religie altijd het belangrijkste identificatiecriterium was. Religie was het continuüm in tijd, het anker. Het raster van de natiestaten kwam daar pas veel later overheen te liggen. Nationalisme werd nu onze seculiere religie, maar in veel gevallen is dat helemaal niet gelukt. Neem Joegoslavië, bloedig uiteengevallen langs religieuze lijnen, of neem Noord-Ierland. En waarom hadden wij verzuiling? Omdat de Nederlandse staat het aflegde tegen religie. De gedachte dat de nationale identiteit bij migranten in de plaats kan komen van hun religieuze identiteit, is dan ook redelijk naïef.”

Behalve projecties tussen Noord en Zuid zijn er ook die tussen Oost en West, waar men zich van de splitsing van het Romeinse rijk tot en met de Koude Oorlog tegen elkaar heeft afgezet. Die kloof moet overbrugd worden, schrijft u.

„Europa heeft een gespleten geheugen als het gaat om de 20ste eeuw. Mijn generatie, opgegroeid in de Koude Oorlog, heeft toch een Mordor-achtig beeld bij Oost-Europeanen. Drie generaties lang waren oosterlingen sinister.’’

Kan zoiets? Zo’n schizofrenie overbruggen?

„We moeten denk ik aanknopen bij de traditie van vóór 1914, de eeuw dat de hoge cultuur in Europa geïntegreerd was. Rusland niet langer als het land van goelags zien, maar ook het land van Tolstoj en Tsjechov. Steden die bij het netwerk van hoofdsteden hoorden. Ik constateer uiteindelijk dat Europa bij uitstek een stedelijke cultuur heeft. Het koffiehuis, trams, en ja, ook de filmhuizen. Het is een archipel van steden, net als in die trailer van Europa Cinemas.”

U laat zien hoe de notie Europa is verschoven van de Middellandse zee naar het noordwesten. Hoe ver kan Europa naar het oosten kruipen?

„De definitie van waar Europa ophoudt, kan niet afhangen van ons idee van wat Europa is, of wat westers is. Dus niet: Israël wel, en Libanon niet. Je zou kunnen zeggen, welja, tot Wladiwostok, maar een rivier zonder oevers wordt een moeras. Claude Lévi-Strauss definieert een samenleving als een groep waarbinnen de communicatie duidelijker is dan tussen de leden van die groep en een buitenstaander. Je zou dus misschien kunnen uitgaan van het 19de-eeuwse stedelijk netwerk, dat reikte van Boedapest en Reykjavik tot Madrid en Petersburg. Ja, Odessa en Istanbul hoorden daar ook bij. Maar of heel Turkije bij Europa hoort? Daar heb ik eerlijk gezegd geen antwoord op. De grens, de drempel van communicatie, loopt ergens door het Osmaanse rijk. Ook gevoelsmatig. De voorkant van Turkije hoort er bij, de achterkant niet.”

Het beeld van Europa in andere werelddelen is vaak dat van hypocrisie en opportunisme. Of van decadentie en verval.

„De generatiekloof is een veelgebruikt beeld voor de concurrentie tussen staten. Het is onderdeel van het spel. Een zich emanciperende bevolking zal voor de gevestigde orde al snel het beeld van aftakeling gebruiken.

„Het beeld van hypocrisie is afkomstig uit Europa zelf. Het is een projectie op het zuiden van Europa, dat bolwerk van machiavellisme en jezuïtische streken. Het is met de Engelstalige wereld mee verhuisd naar de VS, waar men het op heel Europa plakt. ,De rest van de wereld plakt het op het hele westen. Het is ook weer gerelateerd aan de schuld van Auschwitz, waardoor Europa niet naar anderen zou mogen wijzen. Al dit soort projecties spelen een rol in de internationale arena, maar getuigen ook in hoge mate van de 19de-eeuwse melodramatische blik die bepaald niet toereikend is om de wereld mee tegemoet te treden. Als er één boodschap is die ik met dit boek wil geven, dan is het wel de bestrijding van die melodramatische blik.”

Joep Leerssen: Spiegelpaleis Europa. Europese cultuur als mythe en beeldvorming. Vantilt, 208 blz. € 19,95