Waarom al die masten?

Lerbe de Knorst uit Breda heeft een vraag die hem „al 8,7 jaar” bezighoudt. „Waarom zijn er zoveel verschillende elektriciteitsmasten in Nederland? Is het niet makkelijker en goedkoper om een standaard mast te hebben?” Overigens vindt hij het wel hele gave dingen, die masten.

Het Nederlandse elektriciteitsnet is van oorsprong regionaal opgebouwd met een eigen elektriciteitsnet en eigen masten per regio. Maar het verschil is ook functioneel.

Het hoogspanningsnet bestaat uit vier verschillende soorten spanning (110 kV, 150 kV, 220 kV en 380 kV) en dan is er ook nog het midden- en laagspanningsnet, legt Mirjam Langenhuijsen van elektriciteitstransporteur TenneT uit.

Meestal geldt: hoe hoger de spanning, hoe hoger de mast en hoe groter de afstand tot de geleiders (draden). Naast de spanning brengt ook de functie een verschil in uiterlijk van de hoogspanningsmasten met zich mee.

Er zijn drie soorten masten; een eindmast, een draagmast en een hoekmast en deze masten zijn er weer in verschillende typen. Ook speelt het landschap een rol, een mast over water of over een snelweg is hoger. Of het tracé door bebouwing gaat of over landbouwgrond is ook van invloed.

Recentelijk is er weer een nieuw ontwerp aan de variaties toegevoegd. Voor de Randstad 380 kV-hoogspanningsverbinding van Wateringen naar Bleiswijk heeft TenneT in 2009 een nieuwe mast ontworpen die „beter inpasbaar is in een stedelijk gebied”.

De Wintrackmast, architectonisch ontworpen door Zwarts&Jansma, bestaat uit twee smalle lichtgrijze pylonen, die wegvallen tegen de meest gangbare luchtkleur in Nederland. Ze hebben geen brede armen omdat de geleiders tussen de palen boven elkaar worden vastgezet. Daardoor ontstaat langs de route een kleiner magnetisch veld.

Een ander voordeel van de gladde masten is volgens de architecten het beperkte onderhoud. Niet alleen gaaf dus, maar ook handig.

Viola Lindner