Hoe meer werk er in zit, hoe geler

Haar afkomst van ambachtslieden inspireert kunstenaar Merel Karhof.

Haar werk is te zien in het Zuiderzeemuseum.

Een windbreimachine, aardewerken servies in geelgradaties en een zijden sjaal in dertig tinten aquamarijn. Dat zijn nogal uiteenlopende producten. Bij productdesigner Merel Karhof (32) ligt de nadruk niet zo op het eindproduct. Het gaat haar meer om het uitgangspunt en het proces naar het eindproduct toe.

In een Amsterdams café staat haar laptop al uitgeklapt op tafel. Ze is even in Nederland en terug in de stad waar ze jaren heeft gewoond. „De manier waarop ik documenteer, dat is mijn product”, vertelt ze. „Als je je onderzoek mooi doet en goed bijhoudt, dan is dat al een heel groot onderdeel van het werk.”

En dat klopt, het is zelfs de terugkerende herkenbaarheid van haar werk. Het denkproces, het verloop van de ontwikkelingsfase, alle ontwerpstappen zijn te zien op haar blog. Bijkomend voordeel is dat haar werkwijze er heel inzichtelijk van wordt en het eindproduct transparant en doeltreffend.

Karhof noemt zichzelf research designer, waarvoor ze, nu ze al vier jaar in Londen woont, niet één twee drie een Nederlandse vertaling weet. „Ik doe onderzoek naar bijvoorbeeld licht en kleur. En dat is natuurlijk subjectief, want het is bijna niet vast te leggen. Maar er zit voor mij toch een waarheid in.”

Documenteren is meer dan het mooi bijhouden van je werk. Het is ook het vertellen van een verhaal. En dat verhaal begint vaak met een fascinatie voor ambachtelijk werk. Het is die combinatie die haar werk kenmerkt. En wat het Zuiderzeemuseum aantrok, vanaf vrijdag wordt daar haar windbreimachine geëxposeerd op de tentoonstelling NIJVER|heden.

Het servies en de sjaal zijn producten waarbij ze samenwerkte met lokale ambachtslieden en waarbij het verhaal van de ontstaansgeschiedenis deel is geworden van het uiteindelijke werk.

En dat begint dan bijvoorbeeld met een keramist in de Noord-Italiaanse stad Vicenza die beweerde sneller te kunnen werken dan de industrie. Ambachtelijk in lopendebandtempo. Karhof bedacht een manier om dat in zijn werk zichtbaar te maken. Steeds als hij een stuk serviesgoed maakte op de draaischijf, nam ze de tijd op. Kopje 1,1 minuten, bord 2,6 minuten, schaal 3,3 minuten. Ze bedacht een kleurschema waarmee je in één oogopslag aan het servies kan zien wat de snelheid is waarmee elk onderdeel is gemaakt. Hoe langer, hoe geler. Op de verpakking staat de legenda.

Tijd is kleur. Datzelfde principe hanteerde ze ook bij haar zijden sjaal Thirty days aquamarine. „Ik was in Venetië voor een samenwerking met de beroemde glasblazers van Murano. Iedere ochtend als ik langs de kanalen liep, viel me op dat de kleur van het water van invloed is op de kleur van de stad. En elke dag is dat weer anders. Na carnaval, bijvoorbeeld, ligt het water dagenlang vol confetti.”

Een maand lang fotografeerde ze iedere dag hetzelfde stukje kanaal, een streepje water ingeklemd door de kades. Zo verkreeg ze dertig verschillende tinten aquamarijn die het kleurpatroon van de sjaal vormen. „Als je goed kijkt zie je de confetti erin terug.”

De windbreimachine is een ander verhaal. Het is dan wel een eindproduct, maar fungeert net zo goed als gereedschap, waarmee eindproducten – namelijk sjaals – gemaakt worden. En die sjaals zijn weer de grondstof voor nieuwe ideeën. Met de ontwikkeling van de windbreimachine is Karhof al lange tijd bezig en ook nog steeds niet klaar.

Het idee voor de machine ontstond tijdens haar opleiding aan het Royal College of Art in Londen, een master die ze deed na haar opleiding aan de Design Academy. Ze kreeg er les van topontwerpers als Jurgen Bey en Martino Gamper.

„De opdracht was om de natuurlijke omgeving te gebruiken als hulpbron. De omgeving van mijn schoolgebouw was een gebied waar ik de hele tijd doodlopende straatjes tegenkwam. In die straatjes wervelde een sterke wind. Ik bedacht dat het interessant zou zijn om wind direct om te zetten in energie. Dus om meteen te produceren met urban energy.”

Haar eerste proef voor de breimachine maakte ze met een plastic apparaat. In 2009 ging Karhof op zoek naar een betere breimachine en kwam ze bij het Textielmuseum terecht. „Zij hebben mij er een gedoneerd. Het is een sokkenbreimachine uit 1900 en die heb ik omgebouwd.”

Ze presenteerde haar breimachine tijdens haar afstuderen en tijdens de Londen Design Week. En ze leende hem aan galeries. Geplaatst op het dak van het pand zodat de sjaal naar binnen wordt gebreid en daar meteen kan worden verkocht. Want lopend door diezelfde straten bedacht Karhof dat er in de steeds voller wordende stad toch veel ruimtes zijn die nooit gebruikt worden. Lege façades van huizen leenden zich perfect voor haar plan om op die hoogte een klein mobiel winkeltje te beginnen.

En nog is ze niet klaar met ontwikkelen. „ Ik zou graag een nieuwe maken en hem nog verder optimaliseren met een windmolen in helixvorm. Dan maakt niet uit waar de wind vandaan komt, de helix pakt de wind van alle kanten.” Het voordeel: de machine breit altijd.

Ook is ze bezig zelf kleurstof te maken voor haar wol, waarmee ze de windbreimachinesjaals breit. Met groente, van de groenteboer bij haar aan de overkant. „Het eerste waarmee ik experimenteerde was een ui en dat was al te gek, wat een kleur.”

En dit verhaal is nog niet ten einde, want de sjaals zelf leverden ook weer een idee op voor een nieuw product. Karhof vulde ze op en gebruikt ze als materiaal voor meubelstukken. Daarnaast denkt ze aan accessoires, kettingen en objecten.

Zelf is de ontwerpster ook afkomstig uit een geslacht van ambachtslieden. In Den Oever, waar haar moeder vandaan komt, is dat visnettenboeten (repareren) . „Ook iets waar ik nog wel wat mee wil doen.”