De hippie in Saint Laurent

De formatie van het kabinet-Rutte inspireerde Ruben Naeff tot het componeren van ‘For the Deviants’, een Faustiaans stuk ,,voor iedereen met een afwijkende stem.” Morgen is de première in New York.

Saint Laurent, Rive Gauche, La révolution de la mode, tot 17 juli. Fondation Pierre Bergé-Yves Saint Laurent. 5 avenue Marceau, Paris. Inl: fondation-pb-ysl.net ****

„Weg met de elite, leve de straat.” Deze ferme uitspraak is niet afkomstig van een opruiende communist, maar van een modeontwerper. De ‘salonsocialist’ Yves Saint Laurent zei het in 1965. Drie jaar eerder was hij zijn eigen couturehuis begonnen en kleedde hij rijke vrouwen in zijn maatwerk. In de overtuiging dat de toekomst van de mode lag in betaalbare prêt-à-porter (kleding uit het rek, niet op maat gemaakt, dus klaar om te dragen) lanceerde hij als eerste couturehuis een kledinglijn met jeugdige straatmode. Een selectie van ruim zeventig outfits uit de periode 1966 tot 1977 is nu te zien op de overzichtstentoonstelling Saint Laurent: La Révolution de la Mode, in het Parijse museum Fondation Pierre Bergé-Yves Saint Laurent.

Op 26 september in 1966 opende de eerste Yves Saint Laurent rive gauche boutique, aan de rue de Tournon, in de wijk Saint-Germain-des-Prés aan de linker Seine-oever, waar hip en jong en artistiek en intellectueel uitging – Sartre zat er op een terrasje een sigaret te roken en Juliette Gréco zong er haar chansons. Het was ook de buurt waar tot middernacht gewinkeld kon worden.

„Monsieur Saint Laurent en ik genoten van die tijd, het was geweldig”, zegt Loulou de la Falaise, die de intieme tentoonstelling heeft samengesteld. Achttien was ze destijds, en een van die mooie en bekende vrouwen uit de kring rondom de couturier. Later was ze Saint Laurents muze en ontwierp ze ook sieraden voor hem.

Voor La Révolution de la Mode koos De la Falaise voor een reconstructie van de legendarische boutique, inclusief de realistische muurschildering van een meer dan levensgrote lachende YSL ten voeten uit van Eduardo Arroyo, die ze liet naschilderen, maar niet door de inmiddels nogal prijzige Arroyo. In de in het museum nagebouwde winkel staan kledingrekken vol kleurrijke bloemetjesjurken. Als getuige van een onbezorgde tijd. Meer vrolijks ligt in vitrines, ceintuurs met vlindergespen, flaphoeden, platformschoenen, het verkocht minstens zo goed als kleding. „Kijk,” zegt Loulou de la Falaise, wijzend op een paar enkelhoge veterlaarsjes, „die had ik ook”. Ze droeg ze met een spijkerbroek, verknipt tot hotpants.

Fris ogende kleding waaronder veel knielange jurkjes in A-lijn (nauwsluitend boven en wijd uitlopend richting knie) zijn gemaakt van comfortabel tricot en goedkoop katoen. „Niets hier is kostbaar, dat maakt het jeugdig”, licht De la Falaise toe. Zelf heeft ze helemaal niets aan kleding bewaard uit die wilde tijd. Pierre Bergé, Saint Laurents zaken- en levenspartner, des te meer. Het museum maakt voortdurend exposities waar geput wordt uit de welgevulde archieven van de in 2008 overleden modeontwerper.

Nadeel van het nostalgische winkelconcept dat De la Falaise koos voor La Révolution de la Mode is dat de expositie een eenzijdig beeld oplevert. Het doet zelfs denken aan een bezoekje aan een hedendaagse vintagewinkel (met een geweldig assortiment, dat wel). Een terechte vraag als: hoe toonaangevend was Yves Saint Laurent eind jaren zestig voor straatmode, en was hij niet vooral een meeloper die in zijn prêt-à-porter Britse en Franse trends volgde? wordt vermeden. De minirok vond hij niet uit, dat is de verdienste van Mary Quant. De revolutionaire spijkerbroek staat evenmin op zijn naam. Jeans, het uniform van de jarenzestigjeugd, is op een maxi-jeansjas uit 1970 na ondervertegenwoordigd op de expositie.

Indrukwekkender en minder pretentieus is de opstelling in de naastgelegen zaal, waar de diversiteit van het oeuvre beter tot zijn recht komt. Daar is het idee van de winkel losgelaten en staat de kleding zoals die tot 1977 in het winkeltje verkocht werd te pronken op glanzende felgekleurde etalagepoppen. Pas hier komt de tijd tot leven. Je ziet in gedachten die frêle Françaises zitten op caféterrasjes in een wit met rode hartjes bezaaid jurkje. Voor straatmode toch wel erg mooie en goedgemaakte kleding.

De gereconstrueerde rive gauche boutique is weer een stukje in de puzzel van het YSL-fenomeen en een aanvulling op de schitterende oeuvretentoonstelling, vorig jaar in Parijs. Loulou de la Falaise weet in de twee zaaltjes een belangrijk stukje verleden tot leven te roepen. En dat maakt de expositie tot meer dan zomaar een uitje voor zestigers met heimwee naar hun swinging sixties.