Notaris mag ook uit een ander EU-land komen

Lidstaten van de Europese Unie moeten het beroep van notaris openstellen voor (gekwalificeerde) burgers uit andere EU-landen.

Dit heeft het Hof van Justitie van de EU vanmorgen bepaald. EU-landen die het beroep van notaris uitsluitend voorbehouden aan hun eigen onderdanen, maken zich schuldig aan verboden discriminatie.

Het Hof stelde met dit oordeel de Europese Commissie in het gelijk. Die spande drie jaar geleden een proces aan tegen zes EU-landen die een zogenoemde ‘nationaliteitsclausule’ kennen: België, Duitsland, Frankrijk, Griekenland, Luxemburg en Oostenrijk. Volgens de Commissie schenden zij daarmee het EU-verdrag. Ze zouden met de nationaliteitseis op ontoelaatbare wijze inbreuk maken op de vrijheid van vestiging van notarissen binnen de EU.

In het EU-verdrag is werk dat verband houdt met de uitoefening van het ‘openbaar gezag’ in beginsel uitgesloten van de vrijheid van vestiging. De zes landen voerden aan dat de notaris weliswaar een vrij beroep uitoefent, maar tegelijkertijd openbaar ambtenaar is die de staat vertegenwoordigt. Hij zou diensten verrichten ter uitoefening van het openbaar gezag. Zijn werk zou daarom niet vallen onder de regels voor de vrije vestiging.

Het Hof verwerpt dit. De voornaamste notaristaken (verlijden van authentieke akten, meewerken aan beslag op onroerend goed, regelen van nalatenschappen) zijn „geen werkzaamheden ter rechtstreekse en specifieke uitoefening van het openbaar gezag”, aldus het Hof. Het gaat, redeneert het Hof, meestal om werk waar partijen vrijwillig mee instemmen, dat wordt verricht onder toezicht van de rechter of overeenkomstig de wil van partijen.

Over deze kwestie heeft de Europese Commissie in mei 2009 ook een procedure aangespannen tegen Nederland. Het kabinet had toen een wijziging van de Wet op het notarisambt voorbereid, waarin de nationaliteitseis is geschrapt. Maar het kabinet was wel van oordeel dat het notarisambt principieel van de vrijheid van vestiging in de EU uitgezonderd moest blijven. Dit standpunt is na het arrest van vanmorgen niet langer houdbaar. Het betreffende wetsvoorstel ligt bij de Eerste Kamer, die met de verdere behandeling wachtte op de beslissing van het Hof.