En nu is hoogbegaafdheid dus in de mode

Nieuw onderwijsbeleid uit Den Haag. Jan Blokker, ervaringsdeskundige, stelt een breuk vast met de ideologische rimram. Maar hij ziet ook modieuze onzin.

Minister Van Bijsterveldt (Onderwijs, CDA) presenteerde gisteren nota’s over de toekomst van basis- en voortgezet onderwijs. Staatssecretaris Zijlstra (VVD) volgde met een plan voor betere leraren. De kern: meten is weten. Er komen meer toetsen en kernvakken als Engels, Nederlands en wiskunde worden opgekrikt. Na jarenlange aandacht voor zwakkere leerlingen gaat het kabinet nu bovendien excellentie en hoogbegaafdheid bevorderen en belonen.

Wat vindt historicus en onderwijscriticus Jan Blokker (1952) ervan? De oud-conrector en -schooldirecteur had jaren last van de Haagse beleidsdictaten. Hij schreef onlangs het pamflet Bedrog en onbenul, over de schade van onderwijshervormingen.

„Het goede nieuws is”, zegt Blokker, „dat dit geen stelselwijziging is, geen ideologische rimram, geen onzalige ideeën als ‘zelfwerkzaamheid van kinderen’. De toon is voorzichtig. Dat hebben we te danken aan de [parlementaire] commissie-Dijsselbloem, die zei: laat het onderwijs met rust. Ze doen geen domme dingen en dat is een verademing. Positief is ook de nadruk op de kwaliteit van docenten. Tot nu toe zei men altijd: de docenten doen het fout. Nu zeggen ze: leraren moeten beter worden opgeleid. Dat klopt: de kwaliteit van de docenten is de afgelopen 20, 30 jaar achteruitgegaan. Het is een beetje verdrietig dat staatssecretaris Zijlstra een open deur moet intrappen als: de leraar moet altijd hoger opgeleid zijn dan de leerling.”

De nadruk in de nota’s ligt erg op meten, registreren, toetsen. Men spreekt in termen van ‘leerwinst’.

„Dat zijn modieuze standpunten. De aanpak is zeer bedrijfsmatig en administratief. Meten, volgen, testen, afspreken: daar geloof ik geen bal van. Dat kost allemaal tijd, en ten koste waarvan? Wat moeten de leraren dan nalaten? Dat is Amerikaans positief denken: als je je maar focust op een doel, bereik je dat ook. Onzin. Administratieve druk is geen garantie dat je die doelen ook bereikt.”

De minister geeft hoog op van ‘opbrengstgericht werken’. Scholen zouden er betere resultaten mee behalen.

„Ik ben allergisch voor dat soort termen. Plannen zijn altijd afhankelijk van variabelen die je niet in de hand hebt. Als schoolleider werd ik vroeger al hoorndol van alles wat je aan de onderwijsinspectie moest melden. Ik had moeite mijn administratief personeel uit de wind te houden. En docenten werden er zenuwachtig van.”

Het kabinet lijkt ervan onder de indruk dat Nederland met wiskunde, Engels en Nederlands daalt in de internationale PISA-onderzoeken. Tegelijk zegt de minister dat we het in PISA altijd goed hebben gedaan door onze aandacht voor zwakkere leerlingen. Het roer moet nu kennelijk om: er komt geld voor excellentie en hoogbegaafdheid...

„Het klopt dat we in Nederland jarenlang alleen hebben gekeken naar de onderkant van het onderwijs en te weinig aandacht hebben gehad voor de bovenkant. Op zich is het terecht dat het kabinet aandacht vraagt voor excellentie. Maar ik word wrevelig over die hoogbegaafden. Op de scholen waar ik heb lesgegeven, waren de meeste kinderen hoogbegaafd. Dat is nu in de mode. Vaak is hoogbegaafdheid een excuus voor kinderen die niet zo goed presteren. Ik geloof niet in al die speciale programma’s waar de minister op hamert, ook niet in tweetaligheid of bètascholen. Als ik in het Engels geschiedenis moet geven, gaat de kwaliteit van mijn lessen achteruit. Een goeie docent biedt een leerling die meer kan gewoon meer aan. En ik geloof ook niet in prestatiebeloning voor leraren. Dat valt slecht in een groep.”

Goed beleid of slecht beleid?

„Ik heb een aversie tegen die nadruk op meten. Maar dat is de buitenkant: het is geen ingreep in het hart van het onderwijs. Vroeger had je Tweede Fase, Studiehuis, met onzin als ‘minder contacturen’. Elk kind moest ‘zijn eigen werktraject maken’. Dus geen meneer of mevrouw meer voor de klas. Dat was rampzalig, een aanslag op de kern van het onderwijs. Het wordt nu langzaam teruggedraaid. Ik vind het verschrikkelijk dat ik het moet toegeven, maar dit is verstandig beleid.”