Zou het eindelijk gaan gebeuren?

Amsterdam won het eerste duel in de finale van de play-offs tegen Bloemendaal: 3-2.

De titel is nu binnen bereik voor Amsterdam, na jaren van Bloemendaalse dominantie.

Nederland, Amstelveen, 22-05-11 Amsterdam HC tegen HC Bloemendaal. © Foto Merlin Daleman
Nederland, Amstelveen, 22-05-11 Amsterdam HC tegen HC Bloemendaal. © Foto Merlin Daleman

Ooit verhuisde hij van de Haagse hockeyclub Klein Zwitserland naar Amsterdam, zodat hij eens kon strijden om de landstitel. Vechten deed Taeke Taekema, hij maakte honderden goals, maar hoezeer de strafcornerspecialist zijn grote prijs ook najoeg – het bleef een illusie.

Gefrustreerd? „Nee”, zegt Taekema resoluut, terwijl hij uitwaait op de middenlijn van het Wagener Stadion. Zijn ploeg heeft zojuist een belangrijke stap gezet op weg naar – wellicht – het landskampioenschap. Want de zege (3-2) in de eerste finalewedstrijd tegen hockeyinstituut Bloemendaal maakt Amsterdam hoe dan ook tot favoriet voor komend weekeinde. Als Amsterdam zaterdag op het veld van Bloemendaal opnieuw wint, is de landstitel eindelijk binnen. Bij een overwinning van Bloemendaal volgt een beslissingswedstrijd. „Dat ik nog nooit kampioen ben geworden achtervolgt me niet”, zegt Taekema. „Het is vooral de buitenwacht die me dat nadraagt. Maar ik heb wel vaak gedacht: nu worden wij het.”

Amsterdam snakt naar een landstitel, kopten anderhalve week geleden de voetbalbladen. In de hockeywereld is het niet anders, al zijn de sentimenten wat gemoedelijker. Maar net als Ajax – tot voor kort – lukte het de oude hockeyvereniging uit het Amsterdamse Bos ook al sinds 2004 niet meer om landskampioen te worden.

Vaak was Amsterdam dichtbij, maar Bloemendaal is sinds de eeuwwisseling een klasse apart. Vanaf 2006 won de ploeg rond spelmaker Teun de Nooijer vijf landstitels op rij – de rest van Nederland mocht de kruimels oprapen. Amsterdam bereikte wel tweemaal de finale, in 2006 en 2009. Maar een ploeg die Bloemendaal wil verslaan heeft aan een goede dag niet genoeg. Alles moet kloppen, twee wedstrijden lang. „Ik verlang naar een titel”, erkent Taekema. „Maar je moet realistisch zijn. Bloemendaal heeft een ploeg met zoveel kwaliteiten. Daar heb je ook mee te maken. Ik ben alleen maar trots dat wij die jaren zo dichtbij zijn gekomen. Bloemendaal heeft jongens die vijf keer landskampioen zijn geworden. Maar ik denk dat mijn bijdrage aan Amsterdam groter is geweest.”

Dit jaar moet het gebeuren, weten ze in de kleedkamer van Amsterdam, ook al heerst in het Amsterdamse Bos nog altijd een grenzeloos respect voor De Nooijer. Amsterdam-coach Taco van den Honert, die in 1996 (Atlanta) samen met de spelmaker van Bloemendaal olympisch kampioen werd: „Teun is zo’n beetje de oudste man in het stadion, maar hij is nog altijd de beste. Hij blijft een fenomeen.”

Maar hoe groot de bewondering voor de kwaliteiten van het oranje sterrenensemble uit Bloemendaal ook is, in Amsterdam kijken ze niet meer op tegen de regerend landskampioen, verzekert het jonge talent Mirco Pruyser, gisteren een van de doelpuntenmakers. Pruyser weet niet beter dan dat Bloemendaal aan het einde van het seizoen de coach op de schouders neemt. „Maar zij zijn niet groter dan wij. In de nationale selecties zijn we zo goed bevriend met alle spelers, je kent elkaar heel goed. Maar het wordt nu wel eens tijd dat Bloemendaal van de troon wordt gestoten. Je ziet het aan Taeke Taekema en aan Floris Evers. Zulke bekende spelers, met zoveel interlands, maar nog nooit kampioen. Zij weten ook dat ze over een paar jaar een stapje terug doen.”

Coach Van den Honert denkt langs dezelfde lijnen. „Voor ons is het de laatste jaren tegen Bloemendaal steeds misgegaan, dus het is wel heel mooi om het tegen hen een keer om te draaien.”

Taekema heeft zijn ploeg de afgelopen jaren zien toegroeien naar dit moment. „Onze jonge jongens van toen zijn nu volwaardige internationals, zoals Billy Bakker, Valentin Verga, Klaas Vermeulen. Destijds speelden we met een jonge ploeg tegen een ervaren Bloemendaal. Hun lichting met Wouter Jolie en Thomas Boerma was net wat ouder dan onze jeugd. Nu hebben wij die ervaring ook.”

Van den Honert denkt dat Amsterdam vooral mentaal over een drempel heen is gestapt, nu de jeugd definitief is doorgebroken. „Er was jarenlang een groot verschil tussen Bloemendaal en Amsterdam. Bij Amsterdam en Bloemendaal hebben we allemaal wel een grote waffel. Maar Bloemendaal won altijd alles, het maakte niet uit tegen wie. Ze zijn nooit wisselvallig. Bij Amsterdam was het vaak: twee goeie wedstrijden, dan een drama. Maar die dramawedstrijden zijn bij ons veel minder geworden. De jeugdspelers van toen zijn grote jongens geworden, die wedstrijden voor ons beslissen.”