Meedoen aan tv-quizzen

Als je een verstandige, serieuze schrijver bent, is er geen haar op je wijze, grijze hoofd dat ook maar een seconde overweegt om in te gaan op een verzoek om deel te nemen aan een tv-spelletje. Het zou je medeplichtig maken aan het platte amusement dat je in je diepzinnige boeken bestrijdt. Wie toch zwicht, is ijdel. Precies daarom heb ik, als ik er goed over nadenk, in de loop der jaren aan heel wat spelletjes en quizzen op tv meegedaan, de ene nog onbenulliger dan de andere. Ik zal het nog erger maken. Ik zal tot mijn grote schande bekennen dat ik het nog leuk vind ook.

Er is wel één gouden regel die je altijd in acht moet nemen: als je meedoet aan een televisiequiz, moet je wel winnen. Meestal gaat dat zo goed als vanzelf. Als schrijver ben je in de regel hoger opgeleid dan je tegenstanders uit de showbusiness met hun cv van LTS-zwakstroom en drie danslessen. Ik heb in de finale van een kennisquiz wel eens met opzet geprobeerd te verliezen van Gerard Joling, omdat ik hem wel een sympathieke jongen vond. Is mooi niet gelukt.

Zo heb ik ooit de legendarische tv-quiz Herexamen gewonnen. Ik kwam namens mijn team in de door iedereen gevreesde finaleronde, waar ik helemaal alleen, zonder hulp van mijn teamgenoten, close-up in beeld tien zogenaamd hondsmoeilijke kennisvragen moest beantwoorden. ‘Ben je zenuwachtig?’ vroeg de presentatrice. ‘Nee.’ De teleurstelling viel van haar gezicht af te lezen. Ik had alle tien de antwoorden goed. Mijn directe tegenstander, een hoofdredacteur van een of ander omroepblad, kwam als ik mij goed herinner niet verder dan drie gelukstreffers.

Maar om het allemaal goed te praten zou je kunnen zeggen dat het ook een manier is om de amusementsindustrie te bestrijden. Je infiltreert en holt haar van binnen uit door te laten zien hoe makkelijk al die zogenaamd moeilijke vragen zijn voor iemand met enige scholing. Nou ja, smoesjes natuurlijk. Ik vind het gewoon leuk.

Mijn glorieuze optreden in Herexamen had een onverwacht neveneffect. Moet je eens nagaan hoeveel mensen naar dat programma kijken. Ik werd herkend op straat. Wildvreemden kwamen op mij af en vroegen mij of ze mij niet ergens van kenden. Minzaam glimlachend suggereerde ik dat ze wellicht de beroemde schrijver Ilja Leonard Pfeijffer hadden herkend en dat ze misschien een boek van mij hadden gelezen. ‘Nee, dat is het niet. Ik lees geen boeken.’ En opeens begonnen de ogen te glimmen. ‘Ja! Ik weet het. U heeft meegedaan aan Herexamen. Mag ik uw handtekening?’

Ilja Leonard Pfeijffer