Joop van den Ende: ‘Kunst is een rechtse hobby, het levert geld op’

Het Rijksmuseum in Amsterdam. Foto NRC / Vincent Mentzel

Een museumaanbod van internationale kwaliteit trekt 3,4 miljoen extra bezoekers aan. De staat moet dan wel met 100 miljoen euro over de brug komen, berekende producent Joop van den Ende.

De extra bezoekers, zo schrijft hij vandaag in nrc.next, zullen gemiddeld 388 euro per persoon besteden aan museumbezoek, horeca, overnachtingen in hotels, openbaar vervoer en souvenirs. Niet-talige kunstvormen, zoals opera, ballet en pop- en klassieke muziek, kunnen in hun programmering bij de tentoonstellingen van het Rijksmuseum en het Van Gogh Museum aanhaken.

650 miljoen naar de schatkist

De cijfers komen uit een onderzoek dat de televisie- en theaterproducent zelf heeft laten uitvoeren. Nederlandse bedrijven en instellingen, uit binnen- en buitenland, verdienen 1,3 miljard euro aan het extra publiek, aldus die berekening. Met ons belastingsysteem gaat hiervan rond de 50 procent naar de schatkist. “Dat is 650 miljoen euro, op een investering van honderd miljoen. Kunst is geen linkse hobby, maar eigenlijk zeer rechts.”

Marketing à la Hollywood

Van de 100 miljoen euro wil Van den Ende de helft uitgeven aan marketing. Dat is veel geld, geeft hij toe. “Maar je moet duidelijk maken dat Nederland tentoonstellingen heeft die nergens anders ter wereld te zien zijn. In Hollywood bestaat altijd de helft van het budget uit marketing. Voor een film van vijftig miljoen dollar wordt nog eens vijftig miljoen uitgetrokken voor marketing en pr.”

Van den Ende geeft Bilbao, het Hengelo van Spanje, als voorbeeld. Jaarlijks bezoeken 1,2 miljoen mensen de stad speciaal voor de kunst. “De hele stad is erdoor veranderd. Bilbao heeft goede opleidingen en meer hotels gekregen. De middenstand profiteert.” Iets vergelijkbaars gebeurt in Hamburg, weet de producent. Van alle boekingen in hotels is 22 procent gerelateerd aan de theatertickets.

Het investeringsplan van Van den Ende staat haaks op de plannen van de regering om 25 procent te bezuinigen op het cultuurbudget. De hele sector moet de broekriem aanhalen, ook bibliotheken en filmfestivals.