Intens leven in het hooggebergte met ruzie en risico

De gisteren overleden alpinist Ronald Naar hield van avontuur, maar kende zijn eigen grenzen. Hij gold als recht door zee en had daardoor ook tal van conflicten.

Ze zouden samen gaan wielrennen. Op Eerste of Tweede Pinksterdag. Als alpinist Ronald Naar oververmoeid zou terugkeren van zijn beklimming van de Tibetaanse berg Cho Oyu, ging zijn voorkeur uit naar de Elfstedentocht (240 kilometer). Had hij nog wat energie over, dan werd het Luik-Bastenaken-Luik (255 kilometer). „Het is Ronald ten voeten uit”, zegt Bas Gresnigt, vriend en collega van de gisteren overleden bergbeklimmer. „Hij hield van een uitdaging, maar kende zijn grenzen.”

Maar Ronald Naar kwam niet terug uit Tibet. Vlak voor de afdaling van een steile ijswand op de Cho Oyu zakte Nederlands bekendste bergbeklimmer gisteren in elkaar. Ronald Naar was met een sherpa als eerste aan de afdaling begonnen, nadat de beklimming op 370 meter van de top was afgeblazen wegens sneeuwstormen. De sherpa sloeg alarm, maar hij en de snel afgedaalde expeditiegenoten konden niets meer voor Naar betekenen. De alpinist werd 56 jaar oud.

Ronald Naar was een beroepsavonturier. Vanaf de jaren zeventig beklom hij tientallen bergen, waaronder reuzen als de Nanga Parbat, de Mount Everest, Broad Peak en Makalu. Ook maakte hij expedities naar tropische sneeuwbergen in onder meer Oeganda, Peru, Ecuador en op Nieuw-Guinea. Als eerste Nederlander volbracht hij de ‘Zeven Toppen’, de beklimming van de hoogste berg op ieder continent. In 1992 stond Naar op de top van de Mount Everest, de hoogste berg ter wereld. Drie jaar later beklom hij de K2, de gevaarlijkste berg ter wereld.

„Een icoon van de Nederlandse klim- en bergsport”, noemt Frits Vrijlandt, voorzitter van de Nederlandse Klim- en Bergsport Vereniging (NKBV) hem. „Een ervaren en vaardig klimmer.” Collega-alpinist Hans van der Meulen – die het regelmatig met hem aan de stok had vanwege diens „autoritaire stijl van leidinggeven” – roemt zijn doorzettingsvermogen en organisatorisch talent. „ Binnen een mum van tijd vond hij sponsors voor een expeditie. Ronald wist zijn bekendheid handig uit te buiten – in de goede zin van het woord.”

Ronald Naar gold als recht door zee. Van het klimmen in sporthallen moest hij bijvoorbeeld niets hebben, en dat liet hij weten ook. „Geen bergsport”, oordeelde Naar. Wat hem op veel kritiek kwam te staan. „Het Nederlandse klimwereldje heeft lange tenen”, zegt vriend en collega Gresnigt. „Maar tijdens onze reizen was zijn openheid een groot voordeel: je wist precies wat je aan hem had. Als hij moe was zei hij dat hij moe was. Hij hield zich niet groot. Daardoor had ik zelf ook het gevoel dat ik mij niet groot hoefde te houden.”

Tv-beelden van de eerste Nederlandse expeditie naar de Mount Everest, in 1982, leverden Naar de bijnaam ‘Nare Ronald’ op. De expeditieleden maakten in de kleine tentjes hoogoplopende ruzies, waarin Naar vaak een hoofdrol had.

In een interview in de Volkskrant in 2008 sprak Naar over zijn controversiële werkwijze. „De missies die ik compromisloos heb aangepakt, hebben me mijn grootste successen opgeleverd. De Eiger Nord, de Nanga Parbat: schijt aan alles, zó ging ik het doen.” Volgens Van der Meulen stelde Naar geen prijs op een afwijkende mening. „Dit was het en niet anders”, zegt hij.

De reizen van Naar waren niet zonder risico. „Op mijn tochten in de bergen ben ik op zoek naar uitersten in ervaringen”, zei hij tegenover de website historiën.nl. Je maakt op grote hoogte vreselijke dingen mee, maar ook veel mooie. Zo leef je in het hooggebergte veel intenser dan op een Nederlands kantoor.” Zijn lichaam betaalde de tol. Naars handen, voeten en knieën liepen schade op door de kou.

Naar kon niet voorkomen dat het noodlot een aantal keren toesloeg. In 2000 kwam zijn neef Jan tijdens een expeditie op Groenland om het leven. Jan was in een gletsjerspleet gevallen; Naar kon niets uitrichten. En in 1992 werd de alpinist ervan beschuldig op de flanken van de Mount Everest een stervende Indiër, die door zijn team voor dood was achtergelaten, aan zijn lot te hebben overgelaten. Naar heeft dat altijd ontkend en schreef er in 2004 het boek Leven en dood op de Mount Everest over.

In 2003 beschuldigde zijn oude reisgezel Frank Moll Naar ervan dat hij bij zijn eerste beklimming boven de 8.000 meter, de berg Nanga Parbat in het Pakistaanse deel van de Himalaya, niet de top zou hebben gehaald. Over het conflict werd een aantal rechtszaken gevoerd. Uiteindelijk mocht Moll zijn beschuldigingen niet meer uiten.

De afgelopen jaren waagde Naar – die een vrouw en twee kinderen achterlaat – zich niet meer aan risicovolle ondernemingen. In plaats daarvan richtte hij zich op kleinere expedities, die hij combineerde met leiderschapscursussen aan het bedrijfsleven. „Na de K2 in 1995 sprak ik met mezelf af nooit meer een 8000-er te beklimmen”, schreef Nederlands bekendste alpinist anderhalve week geleden nog via Twitter. „Wat ben ik toch kort van memorie.”

Voorzitter Frits Vrijlandt van de Klim- en Bergsport Vereniging belooft een mooi afscheid voor de man die „zijn leven heeft gewijd aan onze sport”.