Hbo-student kiest slechte studie zelf

De overheid probeert het hbo te redden. Dat is onbegonnen werk, en studenten kiezen zelf voor zo’n ellendige studie. Concentreer je liever op leerlingen van basis- en middelbare scholen. Zij hebben geen keuze, stelt Ton van Haperen.

De maatschappelijke verontwaardiging over de examenfraude in het hbo is groot, maar de remedie – centrale examens – is onbegonnen werk. Het totale aantal opleidingen in het hbo is inmiddels gestegen tot boven de duizend.

Uit een potpourri van opiniestukken en journalistieke analyses blijkt dat het ontbreken van centrale examens niet het probleem is. Het falen is onlosmakelijk verbonden met een cocktail van onderwijsvernieuwing, bekostigingsstelsel en schaalvergroting. Op zo’n hbo-moloch is de volgorde van prioriteiten eerst het budget, dan de managementcultuur met zijn bureaucratie en daarna het pedagogisch-didactische concept rond de zelfsturende student. Helemaal aan het eind komen de leraren, de lessen en de toetsen.

Jaren achter elkaar kon deze waanzin ongestoord voortwoekeren, omdat iedereen profiteerde. De topmanager kreeg een topsalaris. De student kreeg zijn diploma. De docent zit steeds vaker op kantoor. Hij geeft minder les. In combinatie met outputfinanciering is dit het recept voor kwaliteitsverlies.

Centrale examinering op dit niveau is internationaal ongebruikelijk. De tucht van de overheid is niet nodig. Over de hele wereld bestaan universities en colleges die pretstudies belonen met fopdiploma’s. Ook Nederland doet dus hieraan mee. Zo erg is dat niet. Genoeg andere hbo-opleidingen zijn degelijk. In het hoger onderwijs valt wat te kiezen.

Neem de student communicatie die in zijn vrije tijd een behoorlijke baan heeft in de horeca. Hij is ook nog eens geregeld te vinden aan de andere kant van de bar. Hij volgt amper lessen. Hij studeert zelden. Hij leest geen boeken. Hij haalt zijn jaar. Kortom, hij weet verdomd goed dat zijn ontwikkeling traag verloopt. Dit is een keuze, die hij zelf maakt, met zijn volle verstand.

Dit leidt tot een daling van zijn arbeidsmarktwaarde. Achterstanden kan hij wegwerken in een baan, of met een vervolgstudie. Mocht de ambitie daartoe ontbreken, dan is genoegen nemen met matig betaald werk het logische alternatief.

De perceptie van hbo-studenten is bepaald anders. Als bestuursvoorzitter Doekle Terpstra van Inholland de schade van het negatieve rapport van de Inspectie van het Onderwijs met informatiebijeenkomsten probeert te beperken, ruiken de media bloed. Ze doen verslag. De berichtgeving is zwanger van de verontwaardiging. We lezen over woede, verdriet en soms zelfs een huilbui. Goed lezen leert ook dat vooral ouders zich roeren. Volwassen studenten laten papa en mama de kastanjes uit het vuur halen. Met andere woorden – iedereen is verantwoordelijk voor hun geluk, behalve zijzelf.

Terpstra is handig. Hij weet wat bezorgde ouders beweegt. De kwaliteit van het onderwijs interesseert ze geen snars. Ze willen slechts dat hun nakomelingen toegang krijgen tot welvaart. Daaruit komt de bestuurdersoplossing voor alle kwalen voort – een convenant. Een uitzendbureau garandeert dat de verdrietige en woedende studenten een baan krijgen, in samenwerking met Inholland. Over een jaar zijn de zelfbenoemde slachtoffers de sores weer vergeten.

Natuurlijk – in werkelijkheid is deze vorm van diplomadeflatie niet meer dan symptoombestrijding. Terpstra plakt pleisters op kogelwonden. Volksvertegenwoordigers nemen hiermee dus geen genoegen. Ze eisen een correctie van de overheid, maar wijsheid in dezen begint bij het Amerikaanse adagium pick your battles. In het onderwijs lopen drie miljoen mensen rond. De overheid kan hen, met het bestaande budget, onmogelijk allemaal redden. Laat daarom die hogescholen gaan. Het zijn onneembare megaburchten. Hoger onderwijs is bovendien een particuliere investering. Hunkering naar toekomstige welvaart is het equivalent van een bewuste studiekeuze. Vanaf de dag dat dit besef doordringt, vechten hogescholen om de student. Concurrentie maakt het kwaliteitskarwei af.

De verantwoordelijkheid van de overheid ligt bij de algemene vorming van leerplichtige kinderen. Zij hebben niets te kiezen. Ziehier de ultieme politieke onderwijskwestie. Leerlingen in het voortgezet onderwijs concurreren, in tijden van globalisering, met leeftijdgenoten in de gehele wereld. Als zij onvoldoende presteren, betreden ze met een achterstand het hoger onderwijs. Dan daalt het rendement van elke investering in zichzelf.

De kans daarop is reëel. De organisatiestructuur van basis- en middelbare scholen vertoont akelige gelijkenissen met die van het hbo. Colleges van autonome besturen hebben diverse scholen onder zich. Ze werken vanuit dezelfde opvattingen als hun hbo-collegae. Ook hier geldt dat niet de organisatie, het pedagogisch-didactische concept of de bureaucratische rimram de onderwijskwaliteit bepaalt. Het gaat om het opleidingsniveau en de ambachtelijke ontwikkeling van leraren.

Laat daarom het hoger onderwijs in zijn eigen sop gaar koken. Privatiseer het desnoods, maar nationaliseer de algemene vorming. Onteigen de schoolbesturen. Neem landelijke verantwoordelijkheid voor de kwaliteit van leraren. Kinderen zullen dan op school meer leren. Daardoor ontdekken ze eerder waar ze goed in zijn. Deze zelfbewuste jonge mensen kiezen opleidingen die iets voorstellen. De sukkel die toch liever de pretstudie met het fopdiploma volgt, doet dat vooral lekker zelf.

Ton van Haperen is leraar, lerarenopleider en publicist.

    • Ton van Haperen