De snelweg des doods

Drugskartels verdienen geld met het ontvoeren van Latijns-Amerikaanse migranten.

Voor uitvaartmedewerker José Luis zijn die slachtoffers een grote inkomstenbron.

José Luis was pas begonnen bij uitvaartbedrijf Jardines del Recuerdo (Tuinen van de Herinnering) in San Fernando toen hij begin april drie lange dagen achter elkaar bezig was 183 stoffelijke overschotten op te graven. De doden waren waarschijnlijk migranten, vermoord door leden van het drugskartel Los Zetas. „Ze zijn allemaal met een grote hamer omgebracht”, vertelt José Luis in de uitvaartkapel, vóór een showroom met grafkisten. De meeste lichamen zijn inmiddels naar Mexico-Stad vervoerd voor identificatie. In een hoekje van het mortuarium liggen nog vier bodybags.

Het is al de derde keer dat er massagraven met vermoorde migranten in de buurt worden gevonden. In San Fernando vonden inwoners eerder al een graf met 72 migranten. In de stad Durango, ten westen van Tamaulipas, werden onlangs 218 stoffelijke overschotten ontdekt. De dodentallen uit massagraven zijn morseberichten geworden die de wereld van tijd tot tijd ontvangt uit de Mexicaanse drugsoorlog: 183, 72, 218.

Het drugskartel in Tamaulipas is in een hevige strijd verwikkeld met het Golfkartel om de beste drugssmokkelroutes naar de VS. Naast de drugshandel vullen de leden van Los Zetas hun inkomsten aan met het ontvoeren van Mexicaanse of Centraal-Amerikaanse migranten. Hun familie wordt afgeperst en ze worden gedwongen voor het kartel te werken. Als zij dit weigeren worden ze omgebracht. De autoriteiten in Tamaulipas vermoeden dat dit de reden was voor de moord op 72 migranten vorig jaar.

President Calderon voert sinds enkele jaren een politiek van harde repressie tegen de drugskartels. Hij vertrouwt daarbij op het leger, dat een gewelddadige oorlog voert tegen de bewapende bendes. Maar de twijfel groeit of dat wel helpt.

San Fernando, een stadje met 50.000 inwoners in het noordoosten van Mexico, ligt in de frontlinie van het drugsgeweld – want langs de strategische snelweg 101. Deze weg leidt via de hoofdstad van de deelstaat Tamaulipas, Ciudad Victoria, naar de grens met de VS. Een snelle route voor de onophoudelijke stroom Latijns-Amerikaanse migranten die illegaal willen emigreren naar de VS. De honderden doden die in de ‘narcograven’ werden aangetroffen waren vermoedelijk migranten die over de 101 naar het noorden trokken. Het traject staat te boek als de Snelweg des Doods.

Voor begrafenismedewerker José Luis zijn dode migranten nu zijn voornaamste bron van inkomsten. Het uitvaartbedrijf dat hem heeft aangenomen, ligt aan een straat met dichtgetimmerde en onafgebouwde huizen die naar het centrale plein van San Fernando leidt. Af en toe komen colonnes legerjeeps langs. Gemaskerde militairen met machinegeweren in de aanslag patrouilleren gespannen. Zij hebben de politietaken overgenomen van lokale agenten, van wie sommigen zijn opgepakt voor medeplichtigheid aan de moordpartij.

Negen leden van Los Zetas zitten vast op beschuldiging van de moorden op de migranten. Onder hen is de vermoedelijke leider in San Fernando, de 18-jarige Martín Omar Estrada de la Mora, alias ‘El Kilo’. Justitie houdt hem verantwoordelijk voor een groot deel van de 183 doden die José Luis hielp opgraven. Ook de vriendin van El Kilo werd aangehouden. Op een blog dat over de kartels bericht, is ze te zien in een T-shirt met de tekst: ‘Gone crazy. Be back soon!’.

Bewoners van San Fernando zeggen dat zij zich veiliger voelen door de aanwezigheid van het leger. Maar ze zien de staat van beleg eerder als een tijdelijke maatregel om het ergste geweld in te dammen, dan als een echte oplossing voor het drugsgeweld. Burgemeester Tomas Gloria Requina: „Elk jaar wordt San Fernando getroffen door natuurgeweld, zoals orkanen of zware vorst. Wat hier gebeurt, is ook een natuurramp. Het hoort bij de menselijke natuur.”

Wie kan, verhuist om het geweld te ontvluchten. „Directeuren van lokale bedrijven zijn vertrokken en ook laagopgeleiden die de kans hebben gaan weg”, vertelt de burgemeester. De familie van mortuariummedewerker José Luis woont in de VS. Hij wil zelf ook graag weg, maar kan de illegale overtocht, die tot 20.000 pesos kost (ruim 1.200 euro), niet betalen.

Steeds minder migranten reizen via San Fernando naar de VS, uit angst voor het geweld. „Eerst was het hier afgeladen, maar nu is er nauwelijks nog handel”, vertelt een caissière van een eettentje op het busstation in Ciudad Victoria. Af en toe vertrekt er nog een halflege bus met migranten die de gevaarlijke tocht aandurven. Het busvervoer over de 101 staat nagenoeg stil, omdat meeste busmaatschappijen hun dienstregeling hebben gestaakt.

Een gepensioneerde arts in de nabij gelegen stad Ciudad Victoria vertelt – anoniem, uit voorzorg – dat hij twee keer belaagd werd door bendes. Een keer werd hij mishandeld en beschoten, en onlangs werd hij overvallen in zijn terreinwagen en meegenomen naar de heuvels rond stad. „De daders zetten een kalasjnikov op mijn hoofd. Ze waren niet ouder dan twintig.”

De jongens gingen er met zijn terreinwagen vandoor en lieten hem in de bergen achter, vertelt hij. Zijn kapitaalkrachtige vrienden kopen nu bij voorkeur huizen over de grens, in Brownsville of McAllen. Maar hij houdt stand. „Ik laat mij niet wegjagen door wat jongens met geweren.”