Amerikanen willen Europeaan voor IMF

De VS steunen Europa voor de toppositie bij het IMF omdat zij zelf de leiding over de Wereldbank willen houden. Ook vrezen zij dat de schuldencrisis overslaat.

Dominique Strauss-Kahn zei eens dat hij de laatste Europese IMF-baas zou zijn. Ook dit kan weleens een foute inschatting blijken van ‘DSK’: de kans dat de Franse minister van Financiën Christine Lagarde hem opvolgt, wordt met de dag groter.

De Europese kandidatuur van La-garde (55) kreeg afgelopen weekeinde expliciete steun van Groot-Brittannië en Duitsland. Daarmee zijn twee potentiële tegenkandidaten bij voorbaat door hun eigen regeringen geëlimineerd: Gordon Brown en Peer Steinbrück. Dit verzwakt de twee overige Europeanen die worden genoemd – de Belgische minister Didier Reynders en de voormalige Poolse minister en centralebankier Leszek Balcerowics.

Kandidaten hebben tot 10 juni om zich bij het IMF te melden. Op 30 juni valt de beslissing. Maar, vertelt een betrokkene, „de druk van grote Europese landen op de overige Europeanen is enorm, om via een snelle, unanieme push voor Lagarde zoveel mogelijk kans te maken om het IMF in Europese handen te houden. De G8 vrijdag, in Deauville, wordt doorslaggevend. Cruciaal is dat de Amerikanen een Europese IMF-baas willen. Als het maar een goede is.”

Sinds de oprichting van beide instanties, na de oorlog, leidt een Amerikaan de Wereldbank en een Europeaan het IMF. Omdat westerse landen de meeste zetels hebben in de IMF-bestuursraad, bedisselden zij dit onderling. Nu de wereld ingrijpend is veranderd, willen opkomende economieën als China en India deze hegemonie doorbreken. Vandaar dat Strauss-Kahn, toen hij in 2007 de Spanjaard Rodrigo Rato wilde opvolgen, internationaal campagne voerde om vooral niet als Europese kandidaat te boek te staan. Ook Europese leiders gingen ervan uit dat de volgende IMF-bestuurder geen Europeaan zou zijn. Dat de financieel-economische crisis de ´nieuwe’ economieën nauwelijks raakte, versterkte dat besef.

Maar ineens liggen de geopolitieke kaarten anders. De Amerikaanse minister van Financiën Timothy Geithner heeft de Europeanen onlangs verteld dat de VS, anders dan velen dachten, vast willen houden aan de Wereldbank-post. Volgens Geithner is er geen kans dat de conservatieve meerderheid in het Congres deze post (nu bezet door Robert Zoellick) prijsgeeft aan een niet-Amerikaan. In ruil voor Europese steun voor een Amerikaanse opvolger voor Zoellick, is Washington bereid een nieuwe Europeaan voor het IMF te steunen. Aangezien de zetelverdeling in de IMF-bestuursraad nauwelijks aan de nieuwe mondiale verhoudingen is aangepast, kunnen VS en Europeanen relatief makkelijk een meerderheid vinden. Toch zijn er kleine aanpassingen geweest om opkomende economieën iets meer zeggenschap te geven. Niemand kan het westen dus verwijten dat het géén gebaar heeft gemaakt.

Tweede belangrijke reden dat de Amerikanen een Europeaan steunen, is de schuldencrisis. Ze zijn als de dood dat die overslaat naar de VS, schuldenland bij uitstek. De Amerikanen willen het vuur zo snel mogelijk uittrappen, voor de rest van Europa in lichterlaaie staat. Aanvankelijk wilden de Europeanen het IMF er niet bij hebben. Maar in de eerste maanden van de Griekse schuldencrisis, voorjaar 2010, raakten de Duitsers zo gefrustreerd door tegenstrijdige inschattingen – cijfermatig én politiek – van de Europese Commissie en de Europese Centrale Bank, dat ze van gedachten veranderden en het IMF inschakelden.

Zo werd Strauss-Kahn een dominante speler. De Amerikanen willen, net als de Europeanen zelf, dat zijn opvolger iemand is die in het politieke mijnenveld kan opereren. De eurocrisis is Chefsache, vooral tussen Berlijn en Parijs. Besluitvorming vindt direct tussen regeringsleiders plaats, niet tussen ministers van Financiën. Maar onder de tweede violisten is Lagarde een van de besten.

Dat zij Française is, speelt in haar voordeel. Nu ook Jean-Claude Trichet in oktober afzwaait bij de ECB, lijkt de Franse belle époque in internationale financiële instituties voorbij. Parijs gokte dat het Italiaanse ECB-bestuurslid Lorenzo Bini Smaghi vrijwillig zou opstappen, nu zijn landgenoot Mario Draghi het ECB-leiderschap overneemt. Frankrijk wilde Bini Smaghi’s stoel claimen; namen circuleerden al. Maar ingewijden zeggen dat Bini Smaghi van plan is aan te blijven. Als Frankrijk niemand heeft in de ECB-top, maakt dat Lagardes kandidatuur voor de IMF-post sterker.

Dat het internationale pokerspel deze wending neemt, is niet-westerse landen niet ontgaan. De Braziliaanse minister Guido Mantega gaf vorige week toe dat het ,,aannemelijk’’ is dat een Europaan Strauss-Kahn opvolgt. Maar niet-westerse landen hebben hard gekoerst op de IMF-topbaan. Sommige, zoals Zuid-Afrika en Mexico, hebben goede kandidaten. Ze moeten zich neerleggen bij de realiteit maar willen geen gezichtsverlies lijden. Daarom willen ze een openlijk consultatieproces waarbij alle lidstaten worden betrokken, geen haastig westers onderonsje. Vandaar dat het IMF dit weekeinde de cruciale data 10 en 30 juni aankondigde.

10 juni lijkt voor Frankrijk een uitgelezen deadline. Toeval of niet, die dag beslist een Franse rechter definitief over de vraag of Lagarde in 2007 terecht besloot een vijftien jaar slepende rechtszaak van zakenman Bernard Tapie tegen de staat te schikken voor 285 miljoen euro. Buiten Frankrijk menen diverse betrokkenen dat de Fransen ,,dit, zoals altijd, wel even regelen’’. Voor de zekerheid wil men er toch op wachten. Als de aller-, allerlaatste Europese IMF-baas ook door schandalen moet aftreden, zou dat helemaal een blamage zijn.