Voor mijn vrienden is de PvdA alles wat fout is in de politiek

Juist in deze tijd van crises bestaat behoefte aan een duidelijk PvdA-geluid. Helaas heeft de partij het momenteel te druk met zichzelf, betoogt Geert van der Varst.

De Partij van de Arbeid is niet populair – niet bij de kiezer en niet bij de andere partijen. „Wat hebben ze toch tegen ons?”, is een vraag die de PvdA zichzelf mag stellen, aldus het commentaar in deze krant van 17 mei. Sta mij toe om, als PvdA-lid in de marge en politiek geïnteresseerde, een mogelijk antwoord te geven op deze vraag.

Ik mag mezelf gelukkig prijzen met vrienden die wat betreft politieke voorkeur verdeeld zijn over een breed ideologisch spectrum – van conservatief tot progressief, van liberaal tot socialistisch. Binnen deze groep blijkt al snel dat de PvdA een soort Louis van Gaal onder de politieke partijen is. Of je bent fan (lid) van deze partij, of je hebt er een hekel aan. Ik ben lid. Ik stem braaf PvdA, maar in mijn omgeving sta ik daarin alleen. Zelfs mijn progressief-linkse vrienden, die elke verkiezing weer twijfelen tussen GroenLinks, D66, SP en tegenwoordig ook de Partij voor de Dieren, slaan consequent de PvdA over als mogelijke partij om op te stemmen. Steevast worden voorbeelden gebruikt die lastig te weerleggen zijn – Wim ‘exhibitionistische zelfverrijking’ Kok, die zich na zijn premierschap trakteert op commissariaten bij grote multinationals; Eveline Herfkens, die niet tevreden was met haar appartement in downtown Manhattan; en Lodewijk de Waal, die nota bene de topman van ING moest overhalen om zijn bonus te accepteren. Ze wijzen op gebroken beloftes (Irakonderzoek), op verkeerd beleid (onderwijs) en op namen van bestuurders in ivoren torens. Het doet niet ter zake of dat terecht of onterecht is. De PvdA is voor hen de belichaming van alles wat fout is in ‘de politiek’.

Aan de overzijde van het politieke spectrum is het niet veel beter. Liberale VVD’ers hebben het in deze tijd over het algemeen niet heel gemakkelijk. Premier Rutte wordt gepercipieerd als liberaal. Hij omringt zich met conservatieve partijgenoten, om de PVV niet te veel munitie te geven. Het zou mogelijk zijn dat ideologisch geïnspireerde liberalen zich nog enigszins aangetrokken voelen tot de PvdA, gezien de niet onaanzienlijke successen in de paarse jaren – denk aan euthanasie en het homohuwelijk. Niets is minder waar. Sinds de Fortuynrevolte zijn de sociaal-democraten consequent op zoek naar zichzelf, met als resultaat een oncontroleerbare profileringsdrang op socialistische onderwerpen. Dat is geen prettig bestuursvooruitzicht. Dan maar de SP, moeten ze denken in de liberale contreien van de VVD – die partij is blijkbaar stabieler. Ongebruikelijke colleges met VVD en SP, zonder de ‘tussenliggende’ PvdA, zijn het gevolg.

In deze voorbeelden zitten twee verklaringen voor de impopulariteit van ‘bestuurspartij’ PvdA – ideologische onduidelijkheid en een cultuurprobleem binnen de partij.

Over de ideologische onduidelijkheid is al veel geschreven. Ik zal daar niet diep op ingaan. Heel in het kort: een strijd wordt gevoerd tussen hen die (terug) willen naar links en de jongere, meer cultureel-liberale stroming. Nog weer anderen willen deze twee groepen samenbrengen. Dat dit leidt tot zwalkend beleid, met een gebrek aan herkenbaar geluid, spreekt voor zich.

Een onderliggend cultuurprobleem is mijns inziens ernstiger dan de ideologische spagaat. Het cultuurprobleem houdt de ideologische strijd in stand. De PvdA is stevig geïnstitutionaliseerd. De partij is, afgaand op het aantal zetels in de Tweede Kamer, oververtegenwoordigd in bestuurslagen en politieke gremia, net als de VVD en het CDA overigens. Het voordeel voor Nederland moet niet worden onderschat – stabiliteit. Een verkiezingsuitslag die alle kanten opschiet, heeft door dit mechanisme doorgaans geen ingrijpende gevolgen voor het beleid. Dat is goed voor de investeringszin van buitenlandse en binnenlandse ondernemers. Zo heeft Nederland het regeringsfiasco met de stuurloze LPF prima kunnen opvangen. De ambtenaren deden, de ruziënde ministers ten spijt, gewoon hun werk.

Ook het nadeel laat zich raden. Stabiele instituties zijn weinig flexibel. De PvdA is 65 jaar oud en met voorloper SDAP (1894-1946) erbij zelfs bijna 120 jaar. Haar hoogtijdagen waren de jaren vijftig, waarin premier Drees sr. de basis legde voor onze verzorgingsstaat binnen een politiek pacificatiemodel. Eind jaren zestig werd de grote naoorlogse generatie actief. Zij schuwde de polarisatie niet en ging de strijd aan met ideologische tegenstanders. Het gevolg van deze rijke historie is een stevig partijkader, bestuurlijk door de wol geverfd, dat zich niet door jongeren laat vertellen waar Abraham de mosterd haalt. Gecombineerd met een sociaal-democratische passie voor het gelijkheidsbeginsel is dit het recept voor een starre, op anciënniteit gebaseerde partijstructuur.

Typerend voor het in mijn optiek doorgeslagen gelijkheidsdenken is een passage uit Dit land kan zoveel beter van Wouter Bos. De LPF had net de PvdA verpulverd in de verkiezingen van 2002. Ad Melkert was net afgetreden. Jeltje van Nieuwenhoven liep op Wouter Bos af: „Haal jij je maar niets in je hoofd, zei ze. Ik neem morgen de fractie over, begrepen?” Publiek en media zagen in de jonge staatssecretaris Bos op dat moment al de ideale leider van de PvdA – zo niet de partij. Van Nieuwenhoven was aan de beurt. Een referendum over het partijleiderschap liet geen ruimte voor twijfel. Wouter Bos won, met ruim 60 procent van de stemmen.

Jong talent wordt geacht om achteraan te sluiten en de gebruikelijke route af te leggen, via de lokale afdelingen. Zie de kandidatenlijst voor de Senaatsverkiezingen – mocht de PvdA bij de Eerste Kamerverkiezingen van maandag hetzelfde zeteltal houden als nu (veertien), dan zit daar één iemand tussen die geboren is na 1970.

Typerend was ook het kortstondig bestaan van de Talentenacademie, rond 2005. Vijftien jonge, talentvolle PvdA-leden volgden deze academie. Ze werden vervolgens niet eens uitgenodigd voor een gesprek door de commissie die was belast met de kandidaatsstelling. Te uitgesproken meningen op jonge leeftijd helpen overigens ook niet. Mei Li Vos werd door Lodewijk de Waal geblokkeerd als Tweede Kamerlid bij de verkiezingen van 2006. Ze kwam op een 38ste plaats terecht.

Door de gebrekkige doorstroming hebben de ‘partijmastodonten’ veel macht. Wee degene die vergeet om deze partijprominenten te kennen in besluiten. U zult met gelijke munt worden terugbetaald. Het was pijnlijk voor de campagnemedewerkers in de regen toen Margreeth de Boer en Joop van den Berg, beiden PvdA-leden die, zoals dat heet, hun sporen hebben verdiend, in november 2006, pal voor de verkiezingen, lijsttrekker Wouter Bos een mes in de rug staken, door hem in Buitenhof ideologisch de maat te nemen. Bos had de oude garde genegeerd. Dat zou hij weten. Met zulke vrienden heb je geen vijanden nodig.

Het is een illusie om te denken dat dit een ‘intern’ probleem is. Dit vertaalt zich naar het bestuur. De oudere generatie bestuurders staat volslagen los van de maatschappij. Op het hoogtepunt van hun carrière kunnen zij het zich permitteren om buiten de probleemgebieden te wonen. Daardoor ervaren ze de integratieproblematiek niet aan den lijve en hebben ze nauwelijks contact met de door hen vertegenwoordigde ‘echte arbeiders’ of allochtonen. De jongere PvdA-bestuurder heeft die contacten wellicht wel, maar hij zal constant achterom kijken of hij de goedkeuring krijgt van de mastodonten en de ideologen. Voor coalitiepartijen levert dit onwerkbare situaties op. Met wie praten ze nu eigenlijk?

Een oplossing zie ik vooralsnog niet. Ik durf te voorspellen dat het alleen maar erger wordt. Binnen nu en tien jaar zal een hele generatie met pensioen gaan. Laat dat nu net de harde kern van de PvdA zijn. Zij zijn de Jannen Nagel en Marcellen van Dam – ex-PvdA, maar toch – in de dop. Hun overvloedige vrije tijd vullen ze met het lidmaatschap van raden en besturen.

De jonge generatie laat het afweten. Als ze al tot de bestuurlijke burelen van het establishment wordt toegelaten, zal ze aanzienlijk minder tijd hebben. Doordeweeks zal ze veertig uur moeten werken, om alle pensioenen betaalbaar te houden.

Onlangs dronk ik met een leeftijds- en partijgenoot een biertje in de kroeg. We hadden het over ons partijlidmaatschap. Hij zei: „Ik ben een sociaal-democraat in hart en nieren. De scherpe randen moeten van het kapitalisme af. Het is alleen zo verdomd jammer dat je er dan de PvdA bij krijgt.”

Gelijk heeft hij. Juist nu – met de eurocrisis, de bankencrisis, de vergrijzing en de integratie – is een duidelijk sociaal-democratisch geluid gebaat bij een frisse, vernieuwende PvdA. Ik ben alleen bang dat dit geluid beter wordt vertolkt door andere partijen. De PvdA is te druk bezig met bekvechten in haar ivoren toren.

Geert van der Varst (31) is PvdA-lid en werkzaam als communicatieadviseur.