Voetballen op de voorpagina kan best, maar dit schot was ernaast

Er zijn onderwerpen die licht ontvlambaar zijn op de voorpagina. Niet omdat ze op zichzelf gevaarlijk zijn, maar omdat ze niet zouden passen bij NRC Handelsblad. Ze zijn niet ‘des NRC’s’, zoals dan wel deftig wordt gezegd. Voetbal is er één van.

Ruim een dozijn lezers reageerde verbolgen, soms furieus, op de voorpagina van afgelopen zaterdag, waarop het competitieduel tussen Ajax en FC Twente van een dag later werd aangekondigd. Dat besloeg bijna de hele voorpagina, onder de kop Zondagmiddag 14.30 uur, als een soort affiche, gelardeerd met prognoses van de uitkomst.

Die voorpagina was de krant „compleet onwaardig”, vindt een lezer. „Is dit afstandelijke berichtgeving van gebeurtenissen op wereldniveau?” En: „Zelfs De Telegraaf geeft niet op zo’n wijze vorm aan haar voorpagina.” Het Parool deed het wél (Amsterdam snakt naar de titel), maar goed, dat is ook een Amsterdamse krant, geen landelijke.

Een andere lezer noemt het „een dieptepunt in de geschiedenis van de krant”. Sinds wanneer hoort „de mogelijke uitslag van een ordinaire spelletjescompetitie” op de voorpagina? De kop ontlokte weer een ander de sarcastische vraag: „Zou het gaan om de finale van het tweejaarlijkse Nationale vioolconcours Oskar Back? Nee, er wordt in het weekend tegen een bal geschopt door rochelende proleten.”

De krant als geheel ontving tientallen boze reacties, inclusief enkele van lezers die dreigden hun abonnement op te zeggen.

Waarom die uitbarsting van woede, of van protest?

Een aantal gevoeligheden kwam hier samen, denk ik. Eerst: voetbal is nu eenmaal geen onderwerp dat de meeste lezers na aan het hart ligt (of dat hooguit als een belangrijke bijzaak wordt ervaren). Sommige lezers moeten zelfs niets van de sport hebben; zie de ‘rochelende proleten’. Er waren ook denigrerende opmerkingen over ‘voetjebal’.

De chef van de zaterdagkrant vindt dat de lezers een punt hebben met hun kritiek op de kop. „Maar”, zegt hij, „domweg zeggen: voetbal is stom, dat vind ik voorbijgaan aan de relevantie van voetbal en van deze wedstrijd in het bijzonder. Zeker in relatie tot het overige nieuws in de krant die zaterdag.”

Over dat laatste kun je twisten: was er nu echt niets belangrijkers? Maar hij heeft op zichzelf gelijk: voetbal kan best nieuwswaardig zijn. Alleen, wás het dat nu ook?

De krant verdedigde zich in een antwoord aan de briefschrijvers zo: „Miljoenen mensen zouden de wedstrijd volgen. [...] Voor ons stond de relevantie van de gebeurtenis niet ter discussie.” En, nog eens: „Er was geen anders nieuws zó dwingend dat het voorrang moest krijgen. De sportredactie had twee bijzondere producties gemaakt. Van die productie wilden we een indruk geven op de voorpagina, een speelse manier om vooruit te kijken en uiteraard geen formele opiniepeiling. Daar paste onzes inziens een speelse voorpagina bij.”

Dat strookt met de uitgesproken wens van de hoofdredactie om van de zaterdagkrant een rijk, gevarieerd pakket te maken met niet alleen nieuws, maar ook genoeg (zware en lichte) onderwerpen om een heel weekend door te komen.

Maar toch. Niet alleen voetbalhaters, ook veel anderen stoorden zich aan de voorpagina. Wat hen ergert is de „schreeuwerige” presentatie en het contrast met wat ze missen: nieuws. Dit was een vooruitblik op een sportief evenement – en niet eens een bloedstollend wereldkampioenschap zoals in 1974 of 1978, maar een finale in de nationale eredivisie. Dat wekt de indruk dat de krant meegaat in een hype.

Er is dus meer aan de hand. Deze lezers menen een trend te zien. Het gaat niet alleen om voetbal, maar om presentatie en afwegingen.

Eén lezer zegt het heel hard: „Kwam de krant vroeger binnen als een monsieur, thans valt hij, al of niet intact, op de mat als een tambour-maître, met veel ophef en lawaai op de voorpagina en een laag voorhoofd.” Een ander is (gelukkig) wat milder, maar vraagt zich af: „Waarom mag de NRC geen echte krant blijven? Er is al een overaanbod aan tijdschriften.” En nog een: „Wil de krant op zaterdag een veredeld koffietafelblaadje met een rafeltje nieuws worden, om door te bladeren als men zich verveelt? Het mag van mij, maar zeg dat dan.”

Het nieuwe, compacte formaat speelt daarbij ook een rol: wat op de voorpagina komt, wordt crucialer naarmate er minder op past. Nog maar een lezer: „Als ik weinig tijd had, las ik alleen de voorpagina. Die gaf een prima overzicht van het nieuws. Als ik nu weinig tijd heb lees ik niets, want de voorpagina is een foto, wat advertenties en een artikel waarvan ik vaak niet snap waarom ik het moet lezen.”

Zulke lezers willen graag bij de krant horen, en waarderen die ook. NRC Handelsblad bedrijft nog steeds journalistiek op hoog niveau. De recente bijlage over de Arabische lente is er een voorbeeld van (net als eerder de berichtgeving over Fukushima, over Egypte en Libië, en de dood van Bin Laden). Ook in de zaterdagkrant staan goede stukken, zeker. En: de oplage van de krant daalt niet, volgens de jongste cijfers, maar stijgt juist.

Maar hun reacties geven wel aan dat deze lezers ‘hun’ krant niet meer herkennen op zulke momenten. Dat idee kan zichzelf versterken. Ik kreeg ook boze e-mails over de uitvoerige aandacht die de krant maandag besteedde aan de arrestatie van IMF-topman Strauss-Kahn – toch écht wereldnieuws.

Een krant moet zich vernieuwen en zich soms, in tijden van zware concurrentie, opnieuw uitvinden. Maar de kunst is, dat niet zo bruusk te doen dat lezers als deze dreigen zichzelf óók opnieuw te gaan uitvinden – als niet-lezers.

Sjoerd de Jong

Sjoerd de Jong is ombudsman van NRC Handelsblad. De ombudsman behandelt journalistieke kwesties, op eigen initiatief of op verzoek van lezers. Zijn oordeel is persoonlijk, en staat los van dat van de (hoofd)redactie. Statuten: www.nrc.nl/ombudsman. Reacties: ombudsman@nrc.nl