Kernoorlog is zóóó ouderwets

** FILE - In this Aug. 9, 1945 black-and-white photo provided by the U.S. Air Force, a giant column of dark smoke rises more than 20,000 feet into the air, after the second atomic bomb ever used in warfare explodes over Nagasaki, Japan. (AP Photo/USAF)
** FILE - In this Aug. 9, 1945 black-and-white photo provided by the U.S. Air Force, a giant column of dark smoke rises more than 20,000 feet into the air, after the second atomic bomb ever used in warfare explodes over Nagasaki, Japan. (AP Photo/USAF) AP

Fidel Castro gaf ze 90 minuten televisiezendtijd en stelde de voorpagina’s van Cubaanse staatskranten ter beschikking, maar de rest van de wereld wil niets meer horen over de nucleaire winter. De tijdschriften Foreign Affairs en Foreign Policy niet, de wetenschappelijk adviseur van president Obama niet en het Congres niet. Of in ieder geval: nauwelijks. Je kletst je de blaren op je tong en daarna hoor je er nooit meer wat van. Iedereen denkt dat die winter onzin was.

Zo kwam het dat de Amerikaanse wetenschapper Alan Robock zich tot Nature wendde. Mocht hij in een commentaar weer eens aandacht vragen voor de nucleaire winter? Net als Science vier jaar eerder was Nature de beroerdste niet: het mocht.

En Robock vertelde: een kernoorlog is erg, dat gaat veel mensen het leven kosten, maar dit zeg ik u nu: wat er daarna gebeurt kan nog veel erger zijn. Zelfs als alleen India en Pakistan aan een nuclear exchange beginnen en elkaars miljoenensteden wederzijds met vijftig kernbommen bestoken, dan kan zoveel stof, roet en as de lucht in gaan dat troposfeer en stratosfeer voor jaren vervuild blijven. De jaargemiddelde luchttemperatuur kan makkelijk met een volle graad Celsius dalen. Oogsten zullen mislukken, vee verkommert, honger zal toeslaan. Miljoenen zullen sterven.

Het werd al in 1982 in Ambio voorspeld door de latere Nobelprijswinnaar Paul Crutzen en het slechte nieuws is dat de moderne klimaatmodellen de voorspelling steeds meer steun geven. Na een kernoorlog volgt een klimaatverandering waarbij de Kleine IJstijd verbleekt. “Wij wetenschappers moeten blijven aandringen op ontwapening.” Geeft het door. Karel Knip